Roman van John Cheever opnieuw uitgebracht

Het meertje waar hij altijd schaatste, is nu een vuilstortplaats

John Cheever (1912-1982) geldt als een van de belangrijkste chroniqueurs van de Amerikaanse Droom zoals die zich in de twintigste eeuw manifesteerde, in het bijzonder van de achterzijde daarvan. In zijn romans en verhalen laat hij zien hoe de meedogenloze vooruitgangsdrift tot een versplinterde wereld leidt waar dierbare waarden en tradities verloren gaan. Net als zijn veel bekendere tijdgenoot John Updike is Cheever een meester in de ontmaskering van de schone schijn in de zo idyllisch ogende suburbs die na de Tweede Wereldoorlog ontstonden.

Die nostalgie over verdwijnende werelden en de ironie over het harmonieuze vernis van de groene buitenwijk werden belicht in twee romans die Cheever de laatste paar jaar een bescheiden revival bezorgden, 'Kroniek van de familie Wapshot' (1957) en 'Bullet Park (1969)'.

De onlangs herziene uitgave van zijn laatste roman 'Bijna een paradijs' (1982) is een parabel over de moderne tijd. Het is een ode aan de liefde en het leven, en een aanklacht tegen de commerciële verloedering van de wereld. Cheever schreef de roman op zijn zeventigste, in de wetenschap dat hij ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. In dat licht is het opmerkelijk hoe fris en lichtvoetig dit testament geschreven is.

De opmaat is kenmerkend voor de toon en thematiek van zijn werk: "Dit is een verhaal om in bed te lezen, op een regenachtige avond in een oud huis." Lekker knus, maar schijn bedriegt. In het openingshoofdstuk bezingt de hoofdpersoon Lemuel Sears ('een oude man, maar nog gezond van lijf en leden') de lof van een idyllisch dorp en het schilderachtige meertje waar hij nog altijd graag schaatst. Scherend over het ijs krijgt hij 'een gevoel van thuiskomen', er heerst een sfeer van onschuld die hem doet denken aan vervlogen dagen op het strand. Maar als de vorst is geweken, blijkt het meertje een vuilstortplaats.

In de loop van de roman schetst Cheever een milieuschandaal waarin de maffia goud geld verdient aan de illegale vuilstort, terwijl corrupte politici een oogje dichtknijpen. De advocaat en de milieudeskundige die op instigatie van Sears 'de tragedie van het meertje' onderzoeken, worden meedogenloos uit de weg geruimd. De wereld is grimmig geworden.

Maar die verharding is slechts het topje van de ijsberg. Cheever laat een plattelandswereld zien die haar onschuld en schoonheid is verloren aan de alomtegenwoordige commercie: snelwegen worden omzoomd door fastfoodrestaurants, van muzak vergeven hypermarkten, meubelboulevards en drive-in-pornobioscopen. Met zijn ironische toonzetting waakt Cheever er voor om al te moralistisch te klinken, maar het is wel duidelijk dat die vervreemdende wereld hem pijn aan z'n ogen doet. Het klinkt misschien gedateerd, maar juist het perspectief van dertig jaar geleden verfrist je verwondering over de vlucht die de wereld genomen heeft en die inmiddels zo gemeengoed is dat bijna niemand er nog van op kijkt.

En midden in deze moderne woestenij zoekt Sears naar eenvoud en zuiverheid. Die wordt voor hem belichaamd in een mooie vrouw van middelbare leeftijd, die hij bij toeval in New York ontmoet en met wie hij een even tedere als hartstochtelijke liefde beleeft - misschien wel voor het laatst. De melancholie van de romantische Sears is aan Cheever wel besteed.

Zijn minnares mag hem graag plagen met haar herhaalde opmerking 'Je hebt helemaal geen verstand van vrouwen', en Cheever laat Sears in een moment van ontreddering ook nog een seksueel avontuurtje beleven met de liftbediende van haar flat, gevolgd door een bezoek aan een psychiater. Zo zinspeelt Cheever in zijn laatste prozawerk op zijn worsteling met zijn verborgen homoseksualiteit, waarover hij zo indringend en hartverscheurend heeft geschreven in zijn dagboeken, gepubliceerd als 'Verscheurde stilte'. Naast zijn gebundelde verhalen (eenvoudigweg getiteld 'De verhalen') vormt dat het hoogtepunt van zijn oeuvre.

Als romancier verliest Cheever nogal eens het compositorische evenwicht, maar gelukkig weet hij altijd weer te excelleren in de paar pennestreken waarmee hij een personage, een scène of een sfeer weet te schetsen.

Daarnaast is 'Bijna een paradijs' een hartekreet over een kwestie (de verwoesting van het milieu) die de afgelopen dertig jaar zoveel urgenter is geworden dan Cheever ooit heeft kunnen voorzien.

John Cheever: Bijna een paradijs (Oh What a Paradise It Seems). Vertaald door C.A.G. van den Broek, herzien door Rebecca Wilson. Van Gennep, Amsterdam; 156 blz. euro 15

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden