Roma schildert de vervolging van zigeuners en joden

In het Herinneringscentrum Kamp Westerbork is gisteren de expositie 'Ein Kind in Birkenau' geopend met schilderijen van Karl Stojka. Deze Oostenrijkse jongen werd in 1943 in Wenen gearresteerd. Met hem werden meer dan duizend Roma en Sinti naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Stojka was een van de weinigen die het overleefden.

BIJDRAGE: ANITA LOWENHARDT

“Evenals de joden waren de Sinti, de Roma, de Kaldarasch en anderen, die de nazi's aanduidden met de term 'zigeuner', volgens de nationaal-socialistische rassenleer 'volksvreemde elementen' die geen recht van bestaan hadden”, zei directeur Mulder van het Herinneringscentrum gisteren tijdens de opening. “Vervolgde kindereen maakten weinig kans de oorlog te overleven. Mede daarom is deze tentoonstelling bijzonder.”

Aan de vervolging van de zigeuners, toen en nu, wordt en werd weinig aandacht besteed. “Dit gegeven en het feit dat het op 19 mei vijftig jaar geleden is dat vanuit Westerbork het transport met 245 zigeneuners vertrok, is voor het Herinneringscentrum aanleding geweest deze en volgende maand aandacht te besteden aan deze vergeten groep”, zei Mulder.

De expositie 'Ein Kind in Birkenau' kwam tot stand met steun van de Oostenrijkse overheid en was eerder te zien in het documentatiearchief van het Oostenrijkse Verzet in Wenen, in Washington en in de voormalige nazi-kampen Auschwitz en Mauthausen. Na Westerbork verhuist de expositie naar Japan.

De Oostenrijkse ambassadeur dr. O. M. Maschke opende de tentoonstelling gisteren in het Herinneringscentrum, in aanwezigheid van Karl Stojka. “U zult begrijpen”, zei Maschke, “dat dit voor mij aangrijpende uren zijn. Het voormalige Nederlandse concentratiekamp Westerbork en Oostenrijk zetten hier gezamelijke stappen die hopelijk als bijdrage worden opgevat aan de confrontatie met radicalisme en intolerantie.”

“Deze expositie is een poging van Oostenrijk een bijdrage te leveren aan de dagelijkse, nieuwe taak het gesprek te hervatten. Ze kan niet meer dan een symbool zijn, maar desondanks toch een symbool van de bereidheid van mijn land en veel van zijn onderdanen de discussie over de grote misstappen uit het verelden niet meer uit de weg te gaan.”

Karl Stojka werd na Auschwitz, via Buchenwald op transport gesteld naar Flossenburg. Hij werd bevrijd tijdens de 'dodenmars' naar Dachau op 24 april 1945, kort na zijn 14e verjaardag. Hij keerde terug naar Wenen, waar hij een winkel in Orientaalse kleden begon.

De kleurenpracht van deze tapijten inspireerde hem te gaan schildereen. Het centrale thema in zijn werk is de vervolging van zigeneuners en joden. Zijn schilderijen worden gekenmerkt door felle kleuren en een ongekunstelde voorstelling, als waren zij door een kind ter plekke gemaakt.

Stojka toonde zich gisteren verrast door de aandacht die nu in Nederland aan de vervolging van zigeuners wordt besteed. Volgens directeur Mulder van het Herinneringscentrum was hij zeer onder de indruk van het monument van de 102 000 stenen.

Die stenen, neergelegd in de contouren van Nederland, staan voor de 102 000 joden, zigeuners en verzetsstrijders die in de bezettingsjaren uit Nederland werden gedeporteerd en in concventratie- en vernietigingskampen vermoord werden.

De weggevoerde joden worden aangeduid door stenen met een Davidsster, de gedeporteerde zigeuners door stenen met een vlam erop en stenen zonder aanduiding staan voor de in de nazi-kampen omgekomen verzetsstrijders.

De expositie 'Ein Kind in Birkenau' is tot 30 mei te zien in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Oosthale 8 in Hooghalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden