Rolmodel voor jonge Afrikaan

Nigeriaanse broers bedenken kinderserie waarin zwarte kinderen zich kunnen herkennen

Ibrahim Waziri (30) is maar een paar dagen in het natte en koude Amsterdam, maar de Nigeriaan weet al wel dat dit het land van 'Schwarte Pete' is. "Ja, zelfs vanuit Nigeria volgen we die discussie. Fascinerend. Ik associeer Nederland met vooruitstrevendheid, niet met de verbeelding van zwarte mensen als hulpje. Dat moet iets doen met zwarte kinderen hier."

Waziri heeft er zijn werk van gemaakt, de representatie van zwarte kinderen in de media. Hij groeide in de jaren tachtig en negentig in Nigeria op met Sesamstraat, Charlie Brown, Voltron. Kinderseries gemaakt voor en door westerlingen. Zo'n acht jaar geleden bedachten hij en zijn broer Adamu dat het beschamend was dat het Afrikaanse land met de meeste inwoners niet één kinderserie voortbracht waarin Nigeriaanse of Afrikaanse kinderen de hoofdrol hadden.

"Eigenlijk beseften we als volwassenen pas dat onze verbeeldingswereld als kinderen compleet was gebaseerd op dat van westerlingen. We willen daar voor de huidige generatie verandering in brengen. Zij moeten zichzelf kunnen herkennen in animatieseries en stripboeken, anders is het alsof ze niet bestaan. Dat tast hun zelfvertrouwen aan."

Ibrahim en Adamu ontwikkelden de educatieve cartoon Bino & Fino, over een broertje en zusje die met de magische vlinder Zeena avonturen beleven in heel Afrika. Via die avonturen, waardoor de nieuwsgierige, vrolijke en soms ondeugende tweeling op wolken naar andere Afrikaanse landen of terug in de tijd reist, leren kijkertjes van drie tot zes jaar tellen, rekenen en over Afrikaanse geschiedenis en cultuur.

"Je vergroot je zelfvertrouwen met kennis over je eigen historie", zegt Ibrahim Waziri. "In Nigeria is een groot deel van ons onderwijs door de Britten beïnvloed. Net zoals in de meeste Afrikaanse landen het koloniale verleden, nog maar vijftig jaar geleden, overal een stempel op heeft gedrukt. Dus wij leerden niks over de piramides in Soedan of de Grote Muur van Benin."

Je zou het niet zeggen, maar de wortels van de blonde dreumes Ifélayo (anderhalf) liggen deels in Benin. Haar moeder Sènami Awunou (34) heeft een Nederlandse moeder en een Beninese vader. "Het is geweldig dat zij straks op een speelse wijze over haar afkomst kan leren", zegt ze tijdens de vertoning van Bino & Fino in een theatertje in Amsterdam-Zuid. Een handjevol ouders en leerkrachten is aanwezig. "Toen mijn zusjes en ik in Amsterdam opgroeiden was er niks. Ik vond herkenning in hiphop en Afro-Amerikaanse films, maar iets leuks of leerzaams over Afrika was er niet."

De Ghanees-Nederlandse Jolanda Yiadom (32) was al fan van Bino & Fino. "Mijn zoon van zes vindt het geweldig. De kleding die de oma in de serie draagt, draagt zijn eigen oma ook. Precies dezelfde kente-stof. En zoals er gekookt wordt in een aflevering, zo gebeurt dat in mijn keuken ook. Als hij af toe een zwart kindje ziet, springt hij altijd op en zegt 'dat ben ik!'. Omdat hij ook nog op een witte school zit, wil ik hem deze serie graag meegeven. Herkenning is belangrijk."

De Waziri's proberen na de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Zuid-Afrika, nu ook het Europese vasteland te bereiken. "We hebben positieve ontmoetingen gehad in Nederland en Duitsland. Er is enorme behoefte. We voeren ook gesprekken in Brazilë en China, waar we op een festival een prijs hebben gewonnen", vertelt Adamu Waziri, die even is overgekomen voor de vertoning in Amsterdam.

Gek genoeg kregen Bino & Fino juist in Nigeria aanvankelijk een koele ontvangst. De inmiddels 24 afleveringen op dvd zijn nooit op de Nigeriaanse televisie vertoond. Adamu: "In Nigeria kregen we te horen dat er al een Disneychannel of Cartoonnetwork bestaat. In de VS kregen we van zenders te horen dat het Nigeriaanse accent van Bino & Fino moest worden aangepast of dat er ook witte karakters bij moesten."

Zonder televisie als platform blijft financiering en naamsbekendheid een uitdaging. "Wij bereiken ons publiek via sociale media." Crowdfunding mislukte - Adamu grijnzend: "Nigerianen die online om geld vragen hebben geen al te best imago." Van hulporganisaties en ngo's zouden de Waziri's eventueel geld kunnen krijgen, maar "dan sluipen politiek en hulpagenda's een kinderprogramma binnen. Dan moet het opeens gaan over honger, aidswezen of kindsoldaten. Terwijl we juist willen dat ze onbevangen naar andere Afrikaanse kinderen in een gewoon gezin kunnen kijken."

Met de zojuist beschikbaar gekomen knuffels van de serie willen de Waziri's zichzelf bedruipen, zodat ze meer afleveringen en hopelijk ook boeken kunnen maken. "We willen een gewoon bedrijf zijn dat een product maakt dat kan concurreren op de wereldmarkt."

Zwarte Barbie wereldwijd succes

Toen de Nigeriaanse Taofick Okaya (43) geen zwarte barbiepop voor zijn nichtje kon vinden, besloot hij er zelf één te maken. Acht jaar later zijn zijn Queen of Africa Dolls wereldwijd een succes; persbureau Reuters meldde dat ze begin van dit jaar met 9000 per maand over de toonbank gingen.

De poppen zijn er in verschillende tinten, zowel met lang en sluik haar als met krullen en vlechten en in zowel westerse als traditionele, etnisch diverse kleding. In Nigeria zijn ze populairder dan dé Barbie van Mattel. Dat zal ook met de prijs te maken hebben: Okoaya's pop kost omgerekend 6,40 euro, Barbie kost zo'n 20 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden