Rol van Nederland in zaak Julio P. is aanvechtbaar

Beëdiging van generaal Videla (midden) als president in 1976. (EPA) Beeld
Beëdiging van generaal Videla (midden) als president in 1976. (EPA)

Het blijft volstrekt onduidelijk waarom Nederland zelf de Transavia-piloot niet kon berechten.

Jan de Vries en Ewoud Plate en onderzoekers bij mensenrechtenorganisatie Aim for Human Rights

De arrestatie van de Transavia piloot Julio P. op dinsdag 22 september op het vliegveld van Valencia is een heugelijke gebeurtenis. Het is een stap vooruit in de strijd tegen straffeloosheid. Voor nabestaanden van verdwenen personen in Argentinië zal een strafzaak oude wonden openrijten, maar het biedt hen ook de kans om iets van de waarheid te weten komen over de jaren van dictatuur.

De Nederlandse justitie ging de afgelopen week mee met de lichte euforie over de arrestatie en klopte vooral zichzelf op de borst. Zij had immers de informatie geleverd, die leidde tot de arrestatie van de piloot. Maar hoe passend is euforie? Er rijzen nog veel vragen, vooral over de rol van de Nederlandse overheid. Die vragen moeten beantwoord worden, want ze zijn relevant voor de vervolging van andere mensenrechtenschenders in Nederland.

De eerste vraag is waarom het zo lang heeft moeten duren voor de verdachte piloot is aangehouden. Onder andere de informatie van Nederlandse justitie heeft geleid tot de arrestatie van Julio P. Echter, hoe lang had justitie deze informatie al? En hoe lang had Nederland deze informatie eigenlijk al moeten hebben?

Julio P. kwam Nederland binnen als Argentijnse immigrant. Toen al had al informatie moeten worden vergaard. Bij het aanvragen en verkrijgen van het Nederlandse staatsburgerschap in 1995 had ook onderzoek moeten worden gedaan naar zijn verleden. In 2004, nota bene op basis van een antecedentenonderzoek door de AIVD, werd een verklaring van geen bezwaar voor werken op Schiphol verleend.

Als deze onderzoeken geen informatie over het verleden van Julio P. hebben opgeleverd moeten er serieuze vraagtekens worden gezet bij de kwaliteit van dit onderzoek. Indien de kwaliteit van het onderzoek goed was, rijst de vraag wat er met de informatie is gedaan.

Als klap op de vuurpijl meldt professor Theo van Boven, bemiddelaar tussen de Argentijnse en Nederlandse overheid, dat in 2006 er wel degelijk een Nederlands onderzoek is ingesteld naar Julio P., maar dat dit onderzoek om onduidelijke redenen in 2007 is stilgezet en pas vorig jaar december is hervat. Van Boven zelf meldt verbaasd te zijn dat het nog zo lang heeft geduurd voordat Julio P. is gearresteerd.

Het is nog volstrekt niet duidelijk geworden op welke basis het onderzoek is stilgelegd en weer opgestart en waarom de arrestatie zo lang op zich liet wachten.

Een tweede vraag is principiëler: waarom is deze verdachte niet gewoon in Nederland gearresteerd en vervolgd?

Er zijn zeker argumenten te bedenken die ervoor pleiten om de zaak in Argentinië af te handelen. Uitlevering van een Nederlandse staatsburger door Nederland aan Argentinië is namelijk onmogelijk, terwijl dat voor Spanje geen probleem zou mogen zijn. Bovendien zou berechting in Argentinië kunnen gebeuren daar waar de schendingen zijn gepleegd en in de nabijheid van de slachtoffers.

De Nederlandse justitie koos blijkbaar voor een pragmatische oplossing: vervolging in Argentinië. Die keus valt op zichzelf ook toe te juichen. Echter, het zegt ook iets over het vertrouwen dat in de Nederlandse justitie moet worden gesteld als het gaat om de berechting van een mogelijke oorlogsmisdadiger, die nota bene Nederlands staatsburger is. Wat gebeurt er met oorlogsmisdadigers die zich in Nederland bevinden als een dergelijke pragmatische oplossing niet voorhanden is? Worden die wel hier vervolgd?

Bij een besluit tot vervolging van mensenrechtenschenders spelen niet zelden politieke argumenten een rol In dit geval is duidelijk dat een arrestatie in Nederland met een slepende rechtzaak tot gevolg nog meer ophef zou hebben veroorzaakt dan de arrestatie zoals die nu heeft plaatsgevonden.

Julio P. hier berechten zou andermaal in Nederland de aandacht hebben gevestigd op de militaire junta die van 1976 tot 1983 Argentinië regeerde, en daarmee ook, mogelijkerwijs, op de rol van de vader van prinses Máxima daarin. Immers, waarom zou Nederland Julio P. vervolgen, maar geen onderzoek instellen naar Jorge Zorreguieta, die staatssecretaris van landbouw was tijdens het Videla-regime. Hij verkeert regelmatig op Nederlandse bodem.

Hamvraag: wat als Argentinië niet om uitlevering had gevraagd? Zou de verdachte piloot dan gewoon in Nederland door hebben kunnen gaan met zijn leven, genietend van zijn pensioen? Was het onderzoek andermaal stilgelegd? Ook deze vragen dienen beantwoord te worden.

Nederland profileert zich graag als de grote voorvechter van mensenrechten, met Den Haag als hoofdstad van het internationale recht. Maar dit valt moeilijk vol te houden als Nederland tegelijkertijd de schijn oproept een veilige haven te zijn voor oorlogsmisdadigers en plegers van schendingen tegen de mensheid. Dan dringt zich ook de laatste vraag op: hoeveel meer Julio P.’s lopen er nog rond in Nederland?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden