Rokjesdag voor de aalscholver

Vandaag is de held van het Natuurdagboek weer een vogel in vroege lentedracht. De kokmeeuw met beginnend zwarte kap lokte zo veel blijde lezersreacties uit, dat ik me afvraag of een meeuw ooit zoveel instemming kreeg. Het lag dan ook niet aan de meeuw, maar aan de lente. Hoe warmer de winters worden, hoe natter en winderiger ze zijn en des te meer we snakken naar de lente.

De aalscholver op de foto vliegt in lentekleed. Voor hem is het rokjesdag. Aalscholvers zijn net zo min populair als meeuwen. Dat komt doordat beide zich niet bescheiden terugtrekken voor de mens, maar zich tot in de binnensteden wagen. Daarbij denken wij dat aalscholvers om hun naam eer aan te doen aal eten: paling dus. En paling willen wij zelf. Aalscholvers eten wat de pot schaft en de pot schaft nauwelijks nog paling. Want paling vangen wij mensen met een batterij fuiken waar aalscholvers vangtechnisch niet tegenop kunnen. Moderne aalscholvers vangen vooral pos, waar wij onze neus voor ophalen.

Aalscholvers zien er met hun rare, opgerichte kop, hun haaksnavel, punkige achterhoofd en gespreide vleugels uit als de missing link tussen dinosaurussen en vogels. Ze worden vaak primitief genoemd, maar als je ze in groepsverband ziet vissen, blijken ze behoorlijk slim samen te werken. De oervogels vormen een halve maan en buitelen spatterend over elkaar heen. Zo drijven ze de vis op.

De broedtijd staat voor de deur en de aalscholvers zetten hun versiermasker op. Wit met oranjegele keel en wangen. Hun zwarte veren glanzen groen. Ze bouwen grote nesten in bomen in of aan het water. De aalscholverpoep doodt de bomen, zodat de broedkolonie er woest uitziet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden