Rogier, een stuk katholiek graniet

Zijn kop verraadt zijn taal. Een fors postuur dat de dingen stevig neer wil zetten. Onverbiddelijk, wars van kuiperij en alwat hem 'honneponnerig' voorkwam. De katholieke historicus en schrijver L. J. Rogier werd deze week honderd jaar geleden geboren. Door de kerkgeschiedenis te beschrijven zonder clericale controle, maar met flair en een robuuste pen droeg de in 1974 overleden Rogier belangrijk bij aan de binnenkerkelijke emancipatie van de katholieke leken.

Twee stijlbloempjes. Over geschiedenis: “Graven in het verleden moet een zin voor het heden hebben. Kennis kunnen nemen van wat vroeger op deze aarde gedaan en gelaten, gezegd en verzwegen is, is een prerogatief, waardoor de mens zich wel het scherpst onderscheidt van al het geschapene, ook van de poes bij de haard. (...) Alleen beesten en barbaren, en dan alleen nog de àllerprimitiefste, kunnen het zich permitteren het verleden te negeren. Wie niet aanknoopt bij de ervaring van de geslachten vóór hem, brengt het in al zijn ijver niet verder dan revolutiebouw, die hij misschien nog zelf zal zien verkrotten.”

Over koning Willem III: “...een onberekenbare driftkop. Via zijn moeder, de grootvorstin Anna Paulowna, erfde deze door een constitutie gebonden koning over het nuchterste volk van Europa in de burgerlijkste eeuw der geschiedenis het bloed van Peter de Grote, dat is van een steeds meer degenererende dynastie, die rijk was aan gespleten typen, vooral bulderbassen, die tegelijk teder en wreed waren, impulsief en inert, vroom en losbandig, tirannen, voor wie de omgeving beefde, maar die als de bui was uitgewoed, als was in lenige handen waren.”

Lagere akten

Als jonge, katholieke onderwijzer in Rotterdam werkte Rogier zich volgens een gangbaar patroon van zelfstudie en lagere akten - tot en met eentje voor lichamelijke oefening - omhoog. Het ging daar en toen al niet meer primair om de maatschappelijke, maar veel meer om de culturele emancipatie van katholieken. Dat zou de grote drijfveer van Rogier blijven en ook zijn grote ergernis, omdat zijn geloofsgenoten zo onnodig lang “cultureel inert” bleven.

Zonder ooit de universiteit te doorlopen werd Rogier een echte historicus en hij was erop gebrand in zijn vak boven iedereen uit te blinken. Zijn studie over de geschiedenis van het katholicisme in de 16de en 17de eeuw werd een soort officieus proefschrift; de universiteit te Nijemgen verleende hem er een eredoctoraat voor in 1947. Kort daarop werd hij daar hoogleraar. En meteen een coryfee, zo'n naam waar een universiteit mee schitterde, in de tijd dat nog niet alle leerstoelen waren bezet door grijze muizen.

Beroemd werd de rede die Rogier over de genoemde culturele inertie van katholieken hield in 1958. Hij noemde het bij die gelegenheid 'beschamend' dat je van katholieken geen cent loskreeg voor het katholieke fonds ter bevordering van de geschiedschrijving. “En ik kan het weten, want ik ben er penningmeester van.” In vergelijking met protestanten en socialisten lazen de Nederlandse katholieken minder, zij lagen ver achter in wetenschappelijke publikaties. Belangstelling voor profane cultuur stond niet ver boven nul, constateerde hij. Is het achterlijkheid of wereldmijding?, vroeg hij zich af. Er schik in hebben en er krom voor willen liggen om in de cultuur iets te bereiken - “nee, helaas daar moet men bij de meeste katholieken niet om komen”.

Instinct van schapen

In diezelfde rede hekelde hij de katholieke deugd van volgzaamheid, wat hij betitelde als “een instinct van schapen”. Het werd een gevleugelde uitdrukking en luidde tevens het einde van die 'deugd' in.

Rogiers hoofdwerk is wellicht zijn In vrijheid herboren, de geschiedenis van honderd jaar Katholiek Nederland vanaf 1853 (in eenvoudige uitgave Katholieke herleving). Later zou hij bijtend de spot drijven met de kuiperijen van degenen die probeerden het boek tegen te houden en hem onder kerkelijke censuur te doen plaatsen. Hij had inmiddels ook ver buiten Nijmegen en buiten de katholieke kring erkenning gevonden: voor zijn boek werd hij geëerd met de P.C. Hooftprijs, de hoogste literaire onderscheiding.

Rogier schroomde niet de kerkgeschiedenis vooral te beschrijven als een zeer menselijke geschiedenis. Neem wat hij vermeldt over F. J. van Vree, die in 1853 de eerste (r.-k.) bisschop van Haarlem zou worden. Hem was gevraagd kandidaten voor die nieuwe post te noemen. Van Vree liet op verzoek van bisschop Zwijsen enige namen de revue passeren, maar de een “miste behoorlijke ontwikkeling en beschaafde omgangsvormen”, nummer twee was “niet gezien”, nummer drie “te streng en te hard” en bij nummer vier schortte het aan “canonische kennissen”. Kortom geen had “kops en harts genoeg” voor het hoge ambt. Rogier: “Zichzelf noemt de verstandige Van Vree natuurlijk niet, maar hij mocht aannemen dat Zwijsen, nu alle gegadigden uitgeroeid waren, de enige overlevende wel zou herkennen.” Van Vree was overigens een bekwame bisschop.

Volgens Rogiers heilige overtuiging eiste zijn eerbied voor God en voor zijn kerk niet dat hij als man van wetenschap de waarheid en de feiten verdoezelde of opsmukte. In de jaren vijftig was zo'n instelling bepaald geen gemeengoed.

Integralisme

Scherp heeft Rogier steeds uitgehaald naar het integralisme, het reactionaire katholicisme aan het begin van deze eeuw, onder paus Pius X en diens ketterjacht op de 'modernisten'. Vooral de Nederlandse verschijning ervan in de persoon van de priester M. A. Thompson van het dagblad De Maasbode, heeft er posthuum ongenadig van langs gekregen, hij en de hele koterie van “half-ontwikkelde vijf-kwarts katholieken” die hem omringde. Thompson, een “cholericus met vernauwd bewustzijn” heeft “in dit land enige jaren lang allerlei argelozen de stuipen op het lijf gejaagd met sensatieberichten over modernistische adders die onder elke graspol loerden. (...) Daardoor hebben enige critische geleerden, die de trots van kerk en vaderland hadden behoren te zijn, enige tijd geleefd in verdenking van heterodoxie.”

In zijn laatste jaren hekelt Rogier ook het “neo-integralisme” dat dan in Nederland gedijt rondom bisschop Gijsen van Roermond en in tijdschriften, sommige met een internationale achtergrond. Conservatieve frondeurs, malcontenten, dwepers met een dictatoriaal gezag, deels zelfs politieke delinquenten die met de nazi's hebben geheuld: zij zijn het ondeugdelijk kompas waar Rome op vaart om de crisis in de Nederlandse kerk het hoofd te bieden, foetert Rogier in 1973.

Tegelijk bevallen hem in die laatste jaren alle vernieuwingen in zijn kerk al evenmin. Hij mist er diepgang en mysterie, het wordt hem te plat, te horizontaal in de kerk, in de interkerkelijke toenadering ziet hij een “samen zinken tot een deëtisch minimum”, priesters hoort hij verkondigen wat elke humanist ze na kan zeggen, hij noemt het een verschraling in spiritualiteit en eredienst. Hij vreesde dat het allemaal steeds erger werd en hoopte “dat alles niet meer mee te maken”. Zijn dood in 1974 heeft hem veel bespaard.

Vogelnestje

De boeken en verzamelde tientallen opstellen van Rogier zijn nog steeds leesbaar; de inhoud is boeiend, de taal gebeiteld. Je zou het nu iets soberder willen, op elke bladzijde een of andere wisecrack of een Frans citaat hoeft niet zo nodig. De belezenheid wordt te pas en te onpas geëtaleerd; in die zin bleef hij een schoolmeester die graag met zijn eruditie wil imponeren.

Het is haast onmogelijk in de oude eerbiedwaardige Rogier, dit stuk katholiek graniet, de jonge twintiger te zien die een akte haalde om kinderen voor te doen hoe je in de ringen een vogelnestje maakt. Of toch? Door die akte èn door de kerkgeschiedenis wist Rogier maar al te goed dat het mensen niet gegeven is te zweven. Wie bezig is in het grensgebied tussen hemel en aarde mag geloven in de aantrekkingskracht van de eerste, maar moet de zwaartekracht van de tweede niet vergeten. Anders gaat het mis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden