Roereieren

Vandaag ontving ik het overlijdensbericht van Jack McKenzie. Ik stond er een poos mee in mijn handen, terwijl de zon verblindend scheen op het hagelwitte papier en op de foto in de rechterbovenhoek. Het is een foto met de zee op de achtergrond. Die moet ge-nomen zijn bij ruw weer, want het water laat dreigend zijn tanden zien en er stuift zand door het beeld. Jack zet zich schrap tegen de wind, alsof hij elk moment kan wegwaaien. Tot stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Ik heb hem leren kennen in de zomer van 1996, toen ik nog woonde in het oostelijke deel van Amsterdam. Schuin tegenover mijn huis bevond zich een café, op het terras waarvan ik bij warm weer mijn toevlucht zocht. Daar zag ik hem dagelijks zitten: een onooglijke oude man die niet groter was dan een jongen van twaalf. Zijn pak, dat op de groei leek te zijn gekocht, hing slordig om hem heen. Een enorme purperen vlek bedekte de helft van zijn gezicht. Schuw dronk hij zijn bier.

Op zekere middag sprak ik hem aan. Na enige aarzeling vertelde hij me dat hij een Schot was, die nooit eerder in het buitenland was geweest. Zijn hele leven had hij in Glasgow doorgebracht. Veertig jaar had hij gewerkt als boekhouder, inmiddels was hij tien jaar gepensioneerd. Vrouw of kinderen had hij niet. Hij was ongetrouwd gebleven. Toch had hij zich altijd goed weten te redden. Elke ochtend had hij voor zichzelf een roerei gebakken. Dag in, dag uit: een roerei. Vijftig jaar lang: een roerei. Of ik besefte hoeveel roereieren dat waren? Dat waren er achttienduizendtweehonderdvijftig. Nee, ik hoefde het niet na te rekenen, ik kon hem op zijn woord van boekhouder geloven. Hij zuchtte. 'Een week geleden werd het me opeens te veel. Ik pakte mijn koffer, draaide de huisdeur op slot en kneep ertussenuit.'

Voortaan kwam Jack elke zomer naar Amsterdam. Schoorvoetend liet hij zich door mij meenemen naar het Rijksmuseum en het Rembrandthuis, de Beurs van Berlage en het Begijnhof. Hij begaf zich niet graag onder de mensen. Het liefst zat hij in het nabije café, waar hij zich verschool achter glazen donker bier. 'Weet je dat je het eerste meisje bent dat met mij gezien wil worden?', zei hij.

'Vrouwen hebben altijd een afkeer van me gehad, mannen trouwens ook. Vroeger was ik nog lelijker. Mijn haar was peenrood en ik had overal uitslag. In mijn schooltijd heb ik eens gewerkt voor een boer. Ik moest met paard en wagen naar het land om het hooi binnen te halen. Zelfs dat paard, een aftandse oude knol, wilde niets van me weten. Het schudde met zijn halster en weigerde me mee te nemen. De boer praatte wel een halfuur op het beest in, smekend en paaiend, zo van: toe, geef die jongen een kans. Tenslotte liet het zich vermurwen om naar het land te draven, maar zonder mij. Ik rende achter de wagen. Hijgend kwam ik op het land en hijgend laadde ik hooi op. Nauwelijks was de wagen vol, of het paard maakte rechtsomkeert. Weer liep ik achter de kar. Weer deed het beest verontwaardigd hinnikend zijn beklag bij de boer. En weer sprak de boer het sussend toe. De hele dag heb ik achter de wagen moeten hollen, van de boerderij naar het veld en van het veld naar de boerderij. Vóór het vallen van de avond werd ik ontslagen. Het spijt me, zei de boer, mijn paard heeft een hekel aan je.'

Jack McKenzie. Heel zijn leven heeft hij achter de wagen gelopen, nu slaapt hij uit. Hij geloofde weliswaar in het hiernamaals, maar hij was vastbesloten om zijn beurt voorbij te laten gaan. 'Ik moet er niet aan denken dat ze mij met hun verdomde hemelse bazuinen uit het graf komen wekken', zei hij grimmig. 'Want wat dan? Dan sta ik tot in verre eeuwigheid roereieren te bakken.'

Hij hief zijn glas. 'Here's to no more scrambled eggs!', sprak hij plechtig.

Daar dronken wij op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden