Roer moet om in energiewereld, maar hoe?

Energiegebruik moet schoner en zuiniger, vinden overheid en veel bedrijven. Maar een echte omslag blijft uit. Wie zet de eerste stap in de energierevolutie?

De tijd van praten is voorbij. Dat is de openingszin op de uitnodiging voor een reeks energiedebatten, waarvan de eerste gisteren plaatsvond in Utrecht. Op de bijeenkomst, georganiseerd door het Blomberg Instituut dat zich bezighoudt met maatschappelijke thema’s, bleek inderdaad dat zowel wetenschappers, de overheid als grote partijen uit de energiesector snel willen omschakelen naar duurzame energie. Te winnen uit wind, zon en andere natuurlijke bronnen. Maar de tijd van praten blijkt nog niet voorbij. Want waar begint de omschakeling, en wie gaat dat betalen?

Daarover wisselden bestuurders van onder meer onderzoeksinstituut TNO, KPN, Kema, Energy Valley en overheden van gedachten. „Als we naar de toekomst kijken zijn we het allemaal eens, het roer moet om”, zei Hugo Brouwer, directeur Energietransitie bij het ministerie van economische zaken. Hij liet een lijndiagram zien die op iedere bijeenkomst over milieukwesties uit de kast wordt gehaald: de explosieve groei van wereldwijde energiebehoefte. Om een catastrofe te voorkomen, moet volgens Brouwer worden ingezet op alle vormen van groene energieopwekking.

„Voor beleidsmakers is alleen de vraag: hoe beginnen we daar vandaag nog mee? Dat is lastig. Ik denk dat de omslag vanuit bedrijven zelf moet komen. Zij moeten schone methoden zien als economische kansen.” Als lichtend voorbeeld noemde Brouwer de methanolfabriek in Delfzijl, die er zonder subsidie voor koos om brandstoffen te winnen uit afvalstoffen. Brouwer denkt dat bedrijven met een ’subsidieprikkel’ van tientallen miljoenen, zelfs miljarden, zullen investeren. Ria Kalf, secretaris van het platform bio-energie vindt dat erg optimistisch. „Ik heb moeite met de verwachting dat de markt het zelf gaat oplossen. De bedrijven die zich nu als voorloper neerzetten zijn zeulers door de klei.” Kalf wees erop dat nog maar 2,8 procent van het huidige Nederlandse energieverbruik duurzaam is en dat het streefgetal van 20 procent in 2020 nog ver weg is.

Hoogleraar milieukunde Lucas Reijnders sprak daarom van een monsteropgave. „We denken in Nederland altijd dat we voorop lopen in duurzaamheid, maar Europees gezien zitten we in de achterhoede.” Om echt wat te bereiken op het gebied van schone energie moet de overheid volgens Reijnders grootschalig met windenergie werken. In de efficiëntie van brandstoffen en stroom uit planten gelooft hij niet. „We investeren nu met kleine subsidiepotjes wel in onzin als mestvergisting, terwijl reusachtige kansen liggen bij wind en zon. Een doorbraak blijft zo uit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden