Opinie

Roeping tot het groen

Zoals bekend heeft de industriële revolutie ervoor gezorgd dat mensen massaal naar de steden trokken om daar werk te zoeken en nu ze daar alweer generaties lang wonen willen ze weer naar het platteland om rust te vinden. Alsof heel oud bloed spreekt.

Mijn overgrootvader, die ik als dreumes nog net een paar jaar heb meegemaakt, en die wij ter onderscheiding van zijn zoon, mijn grootvader, ’opa met de haartjes in de oren’ noemden, was hovenier, zoals dat toen heette; misschien heeft dat er ook iets mee van doen. Kortom, ik ben bezig in mijn nieuwverworven tuin: snoeien, maaien, planten opbinden, dingen die ik m’n leven lang nog niet had gedaan.

Het was een milde woestenij bij aankomst, maar dat vind ik eerlijk gezegd niet erg. Ik merkte direct dat ik van de Engelse tuin ben, beetje wild, prima, niet dat Franse met geschoren heggen en kunstig aangelegde plantsoenen. Dat is natuurlijk ook maar het beste voor een beginnend tuinier. Zo had ik een mooie rozenstruik, vond ik, in een hoekje waar ik graag kom en die zag er behoorlijk woest uit, zoals ik mij de tuinen in de boeken van Enid Blyton altijd heb voorgesteld. Maar omdat ik er werkelijk niks van weet, nog geen lathyrus van een lelie kan onderscheiden, en geen berkenblad van een beukenblad, nodigde ik de groene zijde van mijn familie, mijn moeder en zus, uit om eens kritisch te komen kijken.

Deden ze. Het gevolg is nu dat mijn rozenstruik gereduceerd is tot een armetierig skelet met nog maar één bloeiende roos ergens bovenin. Akkerwinde, beval mijn zus streng, pispotjes, die moeten er uit, en ook al die brandnetels! Gehoorzaam maar met een beetje pijn in het hart zag ik mijn volle tuin steeds verder slinken. Ik moet almaar denken aan bijbelse wijsheden uit de landbouw, zaaiers die uitgaan om te zaaien, het geloof als een mosterdzaadje, ’en wat Ik geplant heb, ruk Ik zelf uit’, en zelfs Jan Siebelink met zijn Knielen op een bed violen: ’Hoe krachtiger de takken verbogen werden tegen hun natuurlijke groei in – hoe groter de marteling – des te meer vruchtdraging.’ En verder wat er allemaal uit de tuin in de taal is gewaaid, woorden zoals ’verbloemen’, ’een boom opzetten’, ’natuurlijk’. Per slot van rekening was de natuur het eerste dat de mens onder ogen kreeg en waar hij zijn wijsheden aan ontleende.

Het is wel iets vreemds, zo’n late roeping tot het groen. Begrotelijk ook. Toen ik onlangs in een warenhuis was om een paar ordners te kopen kwam ik naar buiten met een spade, laarzen, een snoeimes en een stuk touw. Misschien ga ik wel een moestuintje beginnen. Dit is allemaal ongelooflijk. Nog geen jaar geleden was de natuur voor mij niet veel meer dan een uitje en nu sta ik soms ’s avonds met mijn armen over elkaar, kijk over de heg naar de zonsondergang en vraag me af of armoede en misdaad niet samenhangen met verstedelijking. Dat laatste is trouwens onzin, Kaïn vermoordde Abel op het land en hier in de buurt woonde de gruwelijke seriemoordenaar Fourniret. Het platteland is niet beter dan de stad, alleen op het oog een heel stuk groener en stiller.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden