Roepen naar God

In zijn laatste gedichten riep Joost Zwagerman uit de diepten, maar hij wist zich niet verhoord. Een schets van het godsbeeld van Zwagerman, aan de hand van een van deze gedichten.

Toen Joost Zwagerman op 8 september van het vorig jaar na langdurig verzet tegen het verlangen om er niet te zijn alsnog uit het leven stapte, liet hij ruim dertig gedichten na. Hij had ze bestemd voor een bundel die hij 'Wakend over God' noemde. Die bundel is er sinds kort, een paar maanden nadat er een voorproefje van verscheen in de door Marc Mulders geïllustreerde prachtuitgave 'Nu'.

Bij het lezen van 'Wakend over God' bekruipt je een hoogst ongemakkelijk gevoel, en dat niet omdat deze poëzie moeilijk zou zijn. Integendeel, ze is zo luid en duidelijk verstaanbaar als een wanhoopskreet maar kan zijn. Tot de vrienden en bekenden van Zwagerman drong daar al wat van door toen hij ze in het voorjaar van 2015 per e-mail liet delen in zijn apocalyptische koortsdromen. Neem bijvoorbeeld deze regels:

In de diepte onder je loeit

zwaar een vagevuur, helder

klaargestoomd door Jeroen Bosch.

Je reikt omhoog, heel even maar

staar je Hem recht in het gezicht.

Loom trekt Hij zijn schouders op

en wendt zich geeuwend van je af,

als in een laaiend tegenbeeld

van de botsingen der sferen.

De Hij die Zwagerman hier in de ogen kijkt is de god van wie zijn katholieke opvoeders hem ongetwijfeld hebben voorgehouden dat Hij Liefde was. Eenmaal volwassen maakte hij zich van die god en het geloof in hem los. Liefde was voortaan eerder zinnelijke lust dan een staat van hemelse genade, wat overigens niet hoefde te verhinderen dat je erover kon spreken in bewoordingen die aan de roomse rituelen waren ontleend, zoals 'Vals licht' (1991) liet zien. In die roman, een van zijn beste, laat Zwagerman de hoerenlopers in Amsterdams rosse buurten dagelijks een 'Stille Omgang' maken.

God keerde pas terug, maar dan in een heel andere hoedanigheid, toen Joost Zwagerman omstreeks 2011 in een diepe depressie verzeild raakte. Hij zag God opdoemen in het werk van spiritueel of zelfs mystiek bevlogen kunstenaars als Mondriaan, Malevich en Mark Rothko, maar ook bij de 17de-eeuwse schilder Zurbarán. In Zurbaráns werk ontwaarde hij een fundamentele 'religieuze leegte', die er om vroeg te worden gevuld met een beeld van God, 'telkens weer, en telkens tevergeefs'. Aldus een van de essays in 'De stilte van het licht', een boek dat uitgerekend op Zwagermans sterfdag verscheen. Het is een verzuchting die goed had kunnen dienen als het motto van 'Wakend over God'.

In zijn laatste gedichten riep Joost Zwagerman uit de diepten, maar hij wist zich niet verhoord. Hij voelde zich minstens zo van God verlaten als Job op de mestvaalt, maar toch ging hij net als zijn geliefde Gerard Reve door met 'tegen U praten en schreeuwen, al geeft U geen antwoord'. Hij probeerde uit alle macht een verre instantie aan te klampen die geen sjoege gaf, maar die er toch moest zijn, al was het alleen maar omdat hij door ons wordt gezocht. Desnoods, bij wijze van absoluut minimum, als afwezigheid, als een leegte die ruim en wijd genoeg is om er je eigen verlangens in te projecteren.

Voor gelovigen van alle tijden en plaatsen, of ze nu orthodox of vrijzinnig zijn, behelst het idee 'God' de richting van hun ultieme verlangen, een verlangen waarvan ze hopen dat het zal worden vervuld in een of andere vorm van thuiskomst, geborgenheid, rust. Voor Joost Zwagerman werd dat verlangen, maar dan onvervuld en pijnlijk voelbaar tot op het bot, concreet in het beeld van een schoolkind dat op de gang staat. In het gedicht 'Meester' vertrekt hij, kunstkenner bij uitstek, vanuit een scène waarin leerlingen op uitnodiging van hun onderwijzer mogen vertellen wanneer iets kunst is.

Jouw antwoord doet niet mee.

'Als God Zijn zegen geeft.'

Altijd sta je te wachten,

en altijd is het wachten

op een langer wachten.

De meester laat je achter in de gang.

Je staat er nog, nu al zo lang.

Tot je een ons weegt, ben je geneigd eraan toe te voegen. Zelfs minder dan een ons, verdampt tot helemaal niets, met nog hooguit een plasje schaamte op de vloer. Wat een rotstreek. Heb je zo lang over je beeld van God gewaakt, blijkt Hij zich stokdoof en morsdood te houden.

Joost Zwagerman: Wakend over God. Amsterdam, Hollands Diep, 92 blz., euro 19,99

Illustratie van kunstenaar Marc Mulders bij het gedicht 'Bestaan' van Joost Zwagerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden