Roemeense gevangenissen / Holle zwarte ogen

Sinds drie jaar onderhouden Nederlandse gevangenissen warme contacten met de collega's in Roemenië. Dat is opmerkelijk, want de Raad van Europa - die over het land rapporteert voor een toekomstige aansluiting bij de Europese Unie - komt er niet binnen. Nederland land wil op termijn zelfs het hele Roemeense gevangeniswezen hervormen.

Penitentciarului de Maxima Siguranta Craiova, staat in grote letters in een boog boven de poort van de gevangenis. Achter de zware deuren kijken zwaarlijvige militairen naar de arme sloebers van het land. Ze staan strategisch opgesteld, wijdbeens, de pet ver over de ogen.

Op de binnenplaats loopt een man onder toezicht van bewakers in een rechte lijn naar een muur. Hij is gekleed in vodden, ongeschoren en vuil. Hij houdt zijn blik strak op de grond gericht. Als hij de muur nadert, tikt hij die met zijn voet aan. Hij draait zich om en loopt naar de andere hoge muur. Rondje na rondje. Hij tikt, draait en loopt. Twaalf anderen doen op het kleine plaatsje hetzelfde. Ze praten niet, joelen niet en stellen geen vragen. Het zijn gevangenen in Roemenië.

Directeur Cees Boeij van de Amsterdamse penitentiaire inrichting Over-Amstel -ook wel 'Bijlmerbajes' genoemd- bezocht Craiova, een middelgrote stad op 400 kilometer afstand van hoofdstad Boekarest, voor het eerst in 1994. De gevangenis deed hem eerst denken aan een concentratiekamp. Boeij zag kaalgeschoren mannen in streepjespakken, met angst in de ogen. ,,Als je een cel binnenkwam gingen de gevangenen gedisciplineerd in een rij staan met de hoofden gebogen naar de muur. Het was heel bizar, beklemmend en angstaanjagend.''

Roemenië, aan de Zwarte Zee, ingeklemd tussen Hongarije, Servië, Bulgarije en Moldavië, wil in 2006 lid worden van de Europese Unie. De autoreis naar de gevangenis gaat over slecht begaanbare wegen. In het desolate landschap staan vervallen reclameborden en verroeste silo's. In de bermen zoeken zigeunerfamilies in het gras naar eetbare planten.

Wil Roemenië toetreden tot de EU, dan moet de kwaliteit van haar inrichtingen, zoals gevangenissen en psychiatrische tehuizen, naar een hoger plan. Boeij, aangesloten bij het Helsinki Comité (een mensenrechtenorganisatie), wil daaraan graag zijn steentje bijdragen. Tijdens een bijeenkomst van het comité ontmoette hij de Roemeense kolonel Lapadat, directeur van de gevangenis in Craiova - een extra beveiligde instelling, met 2500 gevangenen. Lapadat was uitgenodigd om te horen hoe Westerse landen omgaan met hun gedetineerden. Nog geen jaar later nam Boeij het vliegtuig naar Roemenië.

Bij het eerste bezoek aan de gevangenis van Craiova schrok Boeij van wat hij aantrof. ,,Het was dat mijn ticket pas dagen later terug was geboekt, anders had ik meteen rechtsomkeert gemaakt.'' De Amsterdamse directeur bleef. Vandaag de dag gaat hij, samen met personeel van de gevangenissen in Noord-Holland, zo'n vijf tot zes keer per jaar naar Lapadat.

Kolonel Lapadat is een kleine brede man in een lange jas. De Nederlanders zijn dit keer in konvooi naar Roemenië gereden om afgeschreven computers en twaalf oude arrestantenbussen af te leveren. Een tocht van vier dagen. Wat stug heet Lapadat de voornamelijk Nederlandse bewaarders welkom. Overal waar hij loopt, lopen ook een soldaat, zijn chauffeur en zijn rechterhand: het hoofd logistiek van de gevangenis. Die gaat gekleed in een leren jas en heeft steevast een donkere bril op. De groep Nederlanders krijgt van hen een rondleiding.

In Roemenië waakt het leger, en niet Vrouwe Justitia, over het welzijn van gedetineerden. Een celdeur wordt geopend. In het schemerdonker kijken 103 hoofdjes die tot aan het plafond zijn opgestapeld naar het binnenvallende licht. Uit het donkere hol stijgt een penetrante lucht op. De gevangenen zijn doodstil. De mannen liggen met z'n drieeën op één bed. Omdat de stapelbedden tegen elkaar aan zijn geschoven is de ruimte één grote mensenzee.

In het donker zijn ook tegen een muur hun bezittingen te ontwaren. Verpakt in tassen reikt die stapel tot aan het plafond. Alleen met een ladder kan de bovenste zak worden gepakt. De zwarte ogen kijken onbewogen naar de vreemde bezoekers die uit het licht naar binnen stappen. Een meereizende Nederlandse bewaarder probeert moedig contact te maken. Goodmorning!, roept hij hartelijk. Er volgt geen reactie, zelfs geen gemurmel.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag heeft groot vertrouwen in het contact tussen de gevangenissen van Noord-Holland en Roemenië. Het project, dat 'Matra Tatra' heet, heeft dat departement tot nu toe 271.000 euro gekost. Die investering moet leiden tot meer privacy voor de gedetineerden, beter voedsel, onderwijs en humane straffen als gevangenen de orde verstoren.

Lapadat laat één cel zien waar, dankzij Nederland, nu drie gevangenen in verblijven. De bewaarders in deze gevangenis lopen met een masker op door de gangen. Die zwarte kap moet voorkomen dat familieleden van gevangenen wraak nemen op de cipiers. Ook bij de kortgestraften wordt een celdeur geopend. Twaalf gedetineerden stellen zich zwijgzaam in rijen op naast hun bed. Trots vertelt de kolonel dat dankzij Nederland de gevangenen een televisie hebben. De tv toont voornamelijk ruis. Er zijn geen stoelen, in de doucheruimte is geen zeep, er is geen wc-rol en er zijn geen persoonlijke bezittingen. Er zijn alleen lichamen met holle zwarte ogen die heen en weer flitsen van de bezoekers naar de bewaarders en terug.

Naast buitenlandse zaken steekt de Bijlmerbajes zelf ook nog één promille van het budget in Roemenië, zo'n twee ton per jaar. De controle of het geld werkelijk aankomt op de plek waarvoor het bestemd is verloopt moeizaam.

Boeij: ,,Het heeft nauwelijks zin om met de gedetineerden te praten als de kolonel er bij staat. Zodra wij weg zijn, kunnen ze geslagen worden. Of er daadwerkelijk iets verbetert voor de gedetineerden kun je zien aan objectieve zaken, zoals voeding en onderwijs.''

Minstens dertig procent van de gevangenispopulatie is zigeuner. Een groep die op de Balkan weinig opleiding heeft genoten en wordt uitgekotst. Dankzij Nederland leren ze nu Frans, een gangbare vreemde taal. Maar de kolonel spreekt het niet, zijn staf evenmin.

Aan de andere kant van een binnenplaats ligt een leskokaal waar die lessen Frans worden gegeven. De deur gaat open. Een hartelijk bonjour wordt beantwoord met niet-begrijpende blikken. Op de tafels liggen schriftjes.

In schoonschrift staan op alle opgeslagen blaadjes woordjes geschreven. Iedereen heeft een potlood in de hand, maar niemand schrijft, zweet of puft. Pontificaal voor de klas staat een lerares met een open boek in de hand. Ook zij produceert geen woord Frans.

Lapadat loopt voorop de keuken binnen. Nederland stuurt landbouwkundigen, ploegen, pompen en buizen naar de Roemeense gevangenis, waardoor het terrein kan worden besproeid en beter kan worden gebruikt. Ook heeft Nederland de varkensboerderijen aangepakt. Sinds die bemoeienis is de landbouwproductie met twintig procent gestegen, de produktie op de boerderijen met veertig procent. In de eind-rapportage van het Matra-Tatra-project staat dat de gevangenen nu beter te eten krijgen.

In de ruimte staan vier grote ketels, tot de rand gevuld met rode prut. Nergens liggen snijblokken, messen of ander keukengerei. Op een schoolbord staat in krijt het menu van de dag geschreven: pasta met kip/soep/varkensvlees met patat of rijst en als toetje rijst met melk. Voor de kieskeurige Roemeense gevangene is er ook een vegetarische hap. Dat Craiova de gevangenen geen hondenvoer voorschuift, toont de kolonel aan door met een lepel te proeven uit één van de ketels. Hij knikt smullend.

Nederland heeft ook de administratie van Lapadat onder handen genomen. De computers op het secretariaat komen uit Nederland. De administratieve krachten gaan naast hun bureau staan als het bezoek binnenkomt. In de rapportage staat dat er een 'netwerkverbinding is gekomen, waardoor bedrijfsmatige gegevens sneller en efficiënter beschikbaar zijn'. In het digitale tijdperk een must; voor toetreding van de EU een voorwaarde.

De secretaresses staan achter het bureau en overleggen met elkaar, met dossiermappen in de hand. Dat moeten mappen zijn van de gedetineerden die verderop opelkaar gestapeld in een cel liggen. Wanneer de bezoekers bij hun afscheid een blik op de computers kunnen werpen, wordt duidelijk dat alle schermen leeg zijn.

Roemenië is zeer te spreken over de hulp waar op nationaal niveau over wordt gesproken. Het land, dat zo'n veertig gevangenissen telt, wil meer inrichtingen koppelen aan Nederland. Amnesty International meldt in haar laatste rapport dat in het land een langverbeide algehele hervorming van het Wetboek van strafrecht opnieuw is uitgesteld. Ook meldt Amnesty dat de regerende politieke partij weinig eerbeid toont voor de rechtsorde.

Een rapporteur van de Raad van Europa die niet met zijn naam in de krant wil, noemt het de Nederlandse hulp begrijpelijk, lovenwaardig, maar ook naïef. ,,Je denkt toch niet dat een straatarm land een Hilton Hotel laat bouwen voor haar criminelen?''

Toch ziet Boeij dat het in Craiova beter gaat. Er is hem verteld dat er nu meer kleine cellen zijn en dat de gevangenen minder lang in de zalen worden opgesloten. Ook het ministerie van buitenlandse zaken heeft nog steeds goede verwachtingen van Matra-Tatra. Misschien worden de betrekkingen deze zomer vergroot naar tien Roemeense gevangenissen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden