'Roem houdt helemaal niets in'

Mooier kon het honderdste olympische goud voor Nederland niet zijn. Weggehoond en afgeschreven was Nicolien Sauerbreij. Toch triomfeerde zij, pionierend in een voor Nederlanders ’onmogelijke’ sneeuwsport, vechtend tegen alle stromen in.

amstelveen – Jan Peter Balkenende haalde Nicolien Sauerbreij terug in een wereld die ze even niet meer kende. Uitgeput, doorweekt en tot op het bot verkleumd sopte de olympisch kampioene snowboarden over een modderig pad naar de internationale persconferentie, toen de toenmalige premier belde.

„Ik had net het board van mijn voeten toen Balkenende mij vertelde hoe mijn wedstrijd was verlopen. Hoe geweldig het was geweest, de indruk die ik op hem had gemaakt. Hij deed het hele wedstrijdverslag, terwijl ik echt de namen van mijn tegenstandsters niet meer wist. Toen merkte ik de emotie van de mensen, hoe ze die nauwelijks onder woorden konden brengen.”

Even tevoren, net na haar memorabele finish in Vancouver, had haar fotografische opmerkingsvermogen gesignaleerd dat dingen niet meer klopten. „Iemand van de organisatie droeg mijn helm, een ander mijn board, ik kon geen contact maken met mensen van mijn team. Altijd had ik overal controle over gehad, nu was ik die kwijt. Alles wat volgde was onwerkelijk.”

Zo zou het blijven, tot op de dag van vandaag. Sauerbreij stelt vast dat de status van olympisch kampioene niets met háár heeft gedaan, het heeft de mensen veranderd. Bij de huldiging in het Holland Heineken House wist ze daar al moeilijk raad mee. „Ik werd als heldin ontvangen, ze gingen voor mij op de knieën. Ik werd gezien als een ander mens, alleen vanwege dat goud. Wat moet je dan doen? Het was overweldigend. Ik was uitgeput. Nooit had ik me zo’n lange wedstrijddag onder zulke ongewone omstandigheden zo diep op een resultaat gefocust. En in ene, wháááam, daar kwam me een stoot energie vrij. Onbeschrijfelijk. Zie de foto’s, het spat er vanaf. Ik geloof niet dat ik nog ooit in mijn leven zoiets intens ga meemaken.”

Er volgden nog vele verrassingen. „Er zijn onbekenden die willen dat ik op hun verjaardag kom. Je bent in ene een BN’er, en dat is interessant. Voor een ander, niet voor mij. Als ik morgen iets wil, hoef ik maar te bellen en te zeggen dat ik Nicolien Sauerbreij ben, en het wordt geregeld. Maar ik vind niets erger dan dat iemand vanwege een bepaalde status zich van alles kan of wil veroorloven.

„Ik heb in de aanloop naar de Winterspelen van Salt Lake roem ervaren en ben daarna gigantisch diep in de modder gezakt. Ik ging er heen als een soort medaillekandidaat, daarna was ik een nietsnut, een schlemiel. Dat is in één dag veranderd.

„Achteraf is dat in alle opzichten een goede ervaring geweest. Het heeft absoluut bijgedragen aan wie ik nu ben, als sporter en mens. Vroeger keek ik de kat uit de boom, ik ben een aanvaller geworden, alles of niets. En het heeft mij geleerd dat roem eigenlijk helemaal niets inhoudt.”

In 2002 verstoorde een slecht geprepareerd snowboard vooral verwachtingen van anderen. Vier jaar later in Turijn kampte ze met een rugblessure en reageerde ze nonchalant op een onnodige uitschakeling. NOC-NSF trok de stekker uit Team Sauerbreij, met het welgemeende advies: breek met je coach, vader Maarten die haar vanaf het eerste uur begeleidt.

„Na Turijn zat ik met mijn rug en, afgezien van een budget van de Ski Vereniging, met nul komma nul inkomsten. Het was april 2006, ik zat in Zwitserland toen ik hoorde dat mijn vader was ontslagen bij de bond door de weggevallen steun van NOC-NSF. Ik heb mijn ouders gebeld: Jongens, ik kap er mee. Zij zeiden: ’Als jij met je sport wilt kappen vanwege problemen eromheen, dan moet je niet stoppen. We komen er wel uit’. Een paar maanden later kreeg mijn vader weer een contract aangeboden en kwamen er nieuwe sponsors.”

Geen spoor van verbittering, de blijmoedige lach verdwijnt nimmer van haar gelaat. „Olympisch goud betekent voor mij geen afrekening. Ik moest wel lachen om de mensen die zich overal mee bemoeiden, zonder te begrijpen hoe het bij ons in elkaar zit. Ik snap heus wel dat geroepen is om vers bloed, iets vernieuwend. Maar geen van ons heeft stilgestaan, er zijn constant veranderingen. Ook zijn nieuwe mensen bij ons team gekomen.

„Ik weet goed wanneer ik iets moet veranderen. Een minder jaar wil echter niet zeggen alles omgooien, zoals in de voetballerij gebeurt. Ik heb geborgenheid nodig, onvoorwaardelijke steun. Het vertrouwen dat iemand het allerbeste voor je wil. In een bondsteam had ik in tien jaar tijd acht verschillende trainers gehad. Niets is voor mijn karakter erger dan de onzekerheid van wie krijg ik nu weer? Het zoeken naar nieuwe waxmannen geeft al kopzorgen genoeg.

„Ik reageer misschien anders op tegenslagen dan mensen verwachten. Als kind kon ik aan allerlei spelletjes meedoen zonder überhaupt het gevoel te hebben dat ik wilde winnen. Als het maar leuk was. In de kern is dat nog steeds zo, maar ik kan nu ook ziek zijn van verliezen. Een moment, want ik kan goed relativeren.

„Dat is mij vaak kwalijk genomen, maar uiteindelijk is sport maar sport. We hebben het niet over voedseltekort, oorlog of sterfgevallen. Als topsporters hebben we een geweldig leven. We doen wat we leuk vinden en als je mazzel hebt, vind je een sponsor die het betaalt. Dat moet je wel blijven beseffen. Je moet het niet omdraaien en doen alsof de hele wereld om sport draait. Uiteindelijk is topsport niets anders dan luxe.”

Of ze er in Sotsji bij is, weet Sauerbreij niet. Ze wil sponsors en teamgenoten geen loze belofte doen. Een ander had met haar status een jarenlange investering nog vier jaar te gelde gemaakt. „Ik doe niets in het leven om geld. Mijn situatie is zeker beter geworden, ik kan mijn seizoen nu invullen zonder moeilijke keuzes te maken. Maar ik heb veel afgewezen. Sta ik er niet achter, dan doe ik het niet. Dat klinkt eigenwijs, maar daardoor blijf ik wel dicht bij mezelf. Je mag je nooit laten leiden door geld.”

Ook door andere zaken heeft de olympisch kampioene zich nooit laten leiden. In haar jeugd bedreef ze tientallen sporten, uiteindelijk sloeg ze met snowboarden het moeilijkst denkbare pad in. „Ik vond het leuk, ik had het gevoel dat ik kon opklimmen, maar de gedachte om olympisch kampioen te worden is geen seconde bij me opgekomen.”

Samen met zus Marieke en vader Maarten vormt ze de kern van Team Sauerbreij. Ze moesten alles zelf uitvinden, vallend tussen twee werelden van onbegrip, de Nederlandse topsport en de skilanden. „We hoorden nergens bij. Zelfs de Oostenrijkers dachten op een gegeven moment dat wij bergen hadden. Totdat ze erachter kwamen dat ik mijn eerste trainingen op nylon borstels deed, en later op een overdekte skibaan in SnowWorld. Dat maakte de vernedering als ik van ze won alleen maar groter.

„We werden niet geholpen. Mijn vragen waren dusdanig dom, dat ze dachten: zoek het lekker zelf uit. Dat is nooit ontmoedigend geweest, het hoorde erbij. We moesten onszelf met kennis verrijken en daar moest je veel energie insteken. Ik ben gelukkig niet achterlijk en heb een soort fotografisch geheugen. Ik weet precies wie welk materiaal heeft. En ik zie meteen als anderen sneller zijn met ontwikkelingen dan ik.

„Ons hele verhaal dat uitmondt in goud, ongelofelijk toch, mooier kan het niet. Het is een unieke prijs, net als de Jaap Eden Award. De kans is nihil dat ik dat herhaal. Reacties van mijn concurrenten op mijn goud? Nauwelijks. Ed (manager Ed Hasselman – red.) zegt: ’Wees maar blij dat zo min mogelijk mensen je waarderen of gedag zeggen. Dat is omdat je zo goed presteert. Als het minder wordt, zullen ze naar je toe komen’.

„Ik ben toch een doorn in het oog van de grote skilanden. Ze hebben geen grip op mij. Ik ben geen buitenbeentje, maar ben er wel een die ze in de gaten moeten houden. We hebben een klein, flexibel team dat kan inspelen op veranderingen. De teams uit de grote landen kunnen dat niet, sporters zijn er een nummer. Er zijn er die zich bij ons willen aansluiten. Dat wil ik niet. Ik wil mijn vrijheid behouden, die is onze kracht.”

In haar onlangs verschenen biografie ’Met vallen en opstaan’ vertellen mensen uit haar omgeving hoe rustig Sauerbreij was voor de gouden wedstrijd.

„Ik heb nooit veel stress. Ik had ook het idee dat overal aan was gedacht, dat gaf rust. Vergelijk het met iemand die weet dat hij gaat overlijden, van iedereen afscheid heeft genomen en in alle rust kan gaan. Het enige dat fout kon gaan, was dat ik het niet goed zou doen.

„De dag voor de wedstrijd waren de omstandigheden zo slecht dat trainen risico’s op blessures gaf. Stromende regen, net als op de wedstrijddag. Het waren omstandigheden die we in onze sport niet kennen, normaal gesproken was de wedstrijd weken eerder al afgelast.

„Ik heb brutaal de keuze gemaakt om van de training weg te gaan. Terug in ons huis stagneerde ik, mijn lichaam functioneerde niet meer. Dat was stress die ik totaal niet kende of herkende. Ik dacht dat ik gek aan het worden was. Aan het strand ben ik naar de meeuwen gaan kijken, steentjes zoeken. Toen was het over.”

Het leven was nog even normaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden