Rode Meekrap en blauw campechehout herinneren aan een rijk Zaans verleden van verfstoffen en molens.

Niets herinnerde nog aan de oorspronkelijke verfindustrie toen Piet Kempenaar jaar geleden zijn intrek nam in verfmolen De Kat op de Zaanse Schans. Ook hij ontdekte pas nadien de charme van natuurlijke kleurstoffen: de diepte en intensiteit is niet te vergelijken met de huidige, chemisch gefabriceerde verven.

En dan de historische verhalen die erover te vertellen zijn! Neem nu bijvoorbeeld oranjeblanjebleu, vroeger onze nationale driekleur. De oranje baan werd gekleurd door verfstoffen uit twee plantjes: rood van in Zeeland verbouwde meekrap, wouw zorde voor geel. Maar als die vlag dan een tijdje hing te wapperen, zakte dat geel eruit en bleef het rood over. Volgens Piet Kempenaar hebben we onze rood-wit-blauwe vlag aan dit probleem van kleurechtheid te danken.

Kempenaar zit vol met historische anekdotes over de herkomst van natuurlijke kleurstoffen en pigmenten. Die gekleurde poeders werden gedestilleerd uit planten, dieren, metalen en stenen. Voor walnoten en oude bakstenen hoefde men niet ver. Dierlijke mest en gestampte luizen waren ook goed voor een mooi kleurtje. In Europa waren diverse omber-en okermijnen te vinden. Soms was een kleur zo uniek dat het naar de vindplaats werd genoemd: Veronees groen, Berlijns blauw, Siena. Maar ook de VOC kende de waarde van bijzondere kleurstoffen. Pernamboekhout kwam uit Brazilië, rood sandelhout uit India en Japan en campechehout uit Yucatan. Na een flinke storm vindt een strandjutter nog weleens een stukje van dat hout. Dat is waarschijnlijk van een van de vele schepen die eeuwen geleden voor Texel zijn vergaan.

De behoefte aan het gebruik van kleurstoffen lag vooral in het verlangen van mensen om mooie zijde en wollen kleren te dragen. Daar werden in water oplosbare verfstoffen voor gebruikt. Pigmenten daarentegen hebben een bindmiddel nodig om aan materialen te kunnen hechten, olie bijvoorbeeld. Rembrandt en andere schilders in de Gouden Eeuw maakte gebruik van deze materialen. Mede dankzij de bloei van Amsterdam als handelsstad beleefde de verfindustrie in de Zaanstreek van de 16de en 17de eeuw hoogtijdagen. Op de top van de industriële roem maalden er 600 molens in de omgeving van de Zaan. Er hebben in totaal 53 verfmolens in dit gebied gestaan. Met de opkomst van de chemische verfindustrie in de 19de eeuw zijn de oude technieken, materialen en molens verdwenen. Nu is VOF De Kat de enige verfmolen in Nederland en ver daarbuiten. Het is de bestbezochte molen van ons land.

Dat Kempenaar niet alleen thuis is in natuurlijke kleuren blijkt als hij naar boven moet. Om te zorgen dat de molen niet in het honderd loopt bij de aantrekkende zuidwesten wind moet hij de wind in de wieken temperen. Dat gebeurt door het eindbord, een houten plankje aan het uiteinde van elke wiek, te halen. Daarna gaan de twee molenstenen van drie ton elk, gestaag verder met het malen van Champagne krijt.

Kempenaar is van oorsprong geen molenaar, maar hovenier. Op een dag in 1975 kreeg hij het boek Molens in Nederland van zijn vrouw. Het boeide hem zo dat hij lid werd van de Zaanse Molenvereniging. Twee jaar later kreeg hij de kans om mee te werken op een molen in Westzaan die op een prachtige plek midden in het veld stond. De Zaankanter volgde de opleiding tot molenaar. Begin jaren tachtig kreeg hij de kans om verfmolen De Kat te huren. Samen met een compagnon is hij er in 1981 ingestapt. Ze verdienden amper, maar hadden een waanzinnige passie en inzet om er iets van te maken. Eerst ontvingen ze alleen toeristen. Toen bleek dat De Kat de enig overgebleven verfmolen in Nederland was, besloten de compagnons deze oude industrie en het aanverwante ambacht weer op de kaart te zetten.

De grote ommekeer kwam in 1983, toen een Zaanse fabrikant in verfgrondstoffen met een gigantische historie ermee ophield. Opeens kregen we een hele voorraad potjes, blikken en dozen. Mijn compagnon en ik stonden er samen naar te kijken, zo van: leuk, maar wat is het precies?

Langzamerhand is die deskundigheid er toch gekomen. Inmiddels werken er acht mensen bij De Kat en de oude compagnon is vervangen door een nieuwe: de vrouw van Kempenaar. Inkomsten krijgt VOF De Kat uit de toegangskaartjes voor toeristen, de verkoop van verfstoffen en souvenirs. Daarnaast worden er twee keer per maand workshops gegeven in het gebruik van de verfstoffen, bindmiddelen, lijmen, harsen en gommen en aanverwante artikelen. Behalve aan restauratoren levert De Kat ook aan lijstenmakers, en viool-en klavecimbelbouwers.

Kempenaar is bezeten van zijn vak. Maar hij ziet zijn werk ook in een breder verband. ,,De mens heeft eeuwen naast de natuur geleefd. Als je het puur natuurlijk bekijkt, dan is die combinatie mens en natuur toch de mooiste die er is? In onze moderne maatschappij wordt de afstand tussen natuur en mens steeds groter. Je ziet bijvoorbeeld hoe mensen vaak onaangenaam getroffen worden door het weer. Wij willen de natuur naar onze hand zetten, maar dat lukt niet altijd. Af en toe laat de natuur in al zijn grilligheid en kracht zien waar het voor staat. Ik beschouw dat steeds maar weer als een waarschuwing van, jongens, laten we vooral rekening houden met het klimaat, met het landschap, met onze lokale natuur. En voor mij hoort het gebruik van die natuurlijke kleurstoffen daar gewoon een beetje bij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden