Essay

Rodaan al Galidi vertelde wat hem uit de slaap houdt. Het werkte therapeutisch - op de andere cursisten

Beeld Kwennie Cheng

Op een slaapcursus vertelt de Iraakse schrijver Rodaan al Galidi wat hem uit de slaap houdt. Dat werkt therapeutisch - op de andere cursisten.

Ik kon niet slapen. Ik sportte, liep, zwom, las, ik luisterde naar muziek, concentreerde me op mooie dingen, maar het lukte niet. Esther vertelde mij dat er cursussen bestonden om te leren slapen. Zij had er ooit een gevolgd, toen ze verliefd was op haar ex. Zo kwam ik bij de slaapcursus terecht. De meeste cursisten waren vrouwen; er waren eenentwintig cursisten om precies te zijn en slechts vier van hen waren mannen. De vrouw die de cursus gaf was spiritueel. Ze was een jaar of vijfenveertig en had lange grijze haren, die waren getrouwd met een kam en nooit waren vreemdgegaan met een schaar, een ingevallen gezicht en ze droeg hippiekleren.

De eerste week leerde ze ons hoe we moesten ademen. ‘Adem in, adem uit.’ Ze leerde ons dat we moesten letten op de lucht die we inademden en de lucht die uit ons kwam. Zo leerde ik dat ik in Nederland geen zuurstof inademde, maar water. De tweede week vroeg de vrouw ons of wij goed hadden geslapen. Een domme vraag, want als we goed hadden geslapen, zouden we de cursus niet meer volgen. Die les leerde ze ons hoe we als een boeddha moesten zitten; met onze billen moesten we de grond onder ons voelen en niet de grond zoals die op een andere plek zou kunnen zijn. 

Ze leerde ons dat dat heel belangrijk was, dat je dan nooit met je gedachten ergens anders kon zijn. Aan het einde van de les hing geen kont meer tussen hemel en aarde, liep niemand in gedachten op een ver strand, bevond niemand zich in een storm. Voor de derde les begon vroeg de lerares ons opnieuw of we goed hadden geslapen. Eén man was niet komen opdagen. Wij wisten dat hij wel goed had geslapen. Nadat we hadden geleerd hoe we moesten ademen en zitten, vertelde de vrouw ons dat die week het belangrijkste zou gebeuren. We zouden praten over de reden dat we niet konden slapen. Een voor een stond iedereen op en vertelde zijn verhaal.

Petra vertelde dat de dood van Joepie haar wakker hield, maar ze geloofde wel dat Joepie, haar hondje, in de hemel was. Samantha vertelde dat ze niet kon slapen omdat ze voor de grap met een vriendin had gezoend. Ze had het lekker gevonden en was nu in de war, ze wist niet meer of ze op mannen of op vrouwen viel. Saskia kon niet slapen omdat ze eigenlijk geen veertig uur per week meer wilde werken maar minder kon niet, omdat ze net een huis had gekocht. Jennifer zei dat ze niet kon slapen omdat haar vriend voor drie maanden naar Afrika was gegaan. Ze was gewend aan zijn geur bij haar in bed, maar zijn T-shirt rook niet meer naar hem. Willem kon niet slapen omdat hij verliefd was, maar hij wist niet op wie. Thea vertelde dat ze niet kon slapen omdat Morris was weggelopen, haar kat. Ze had hem niet teruggevonden, terwijl ze op alle muren in de stad A4’tjes had opgehangen met een foto van Morris en haar naam en adres. Mieke kon niet slapen omdat ze na elke verjaardag meer op haar moeder leek.

Toen was ik 

Toen was ik aan de beurt. Ik stond op en vertelde dat ik niet kon slapen omdat ik soms gebons op de deur hoorde, het was de geheime dienst die mijn broer kwam halen; omdat ik niet wilde dromen over de keer dat ik als kind op een plein verplicht naar de executie van een paar dienstweigeraars moest kijken; omdat op mijn achtste een raket bijna ons huis raakte en verderop dertig families doodde; omdat mijn neef onthoofd was door de fundamentalisten en mijn familie wel zijn lichaam had gevonden, maar niet zijn hoofd.

Ik hoorde gesnurk en zag dat sommige medecursisten diep in slaap waren gevallen. Anderen gaapten of keken met zware oogleden naar mij. Ik ging verder. ‘Het moeilijkste waardoor ik niet kan slapen, is omdat mijn broertje sigaretten ging halen en terugkwam met een kogel in zijn borst en knie. Mijn oudste broer is volledig verbrand door een aanslag en stierf, en mijn gevluchte broer zit vast in Turkije met zijn drie kinderen en vrouw, en ik ben bang dat hij toch de oversteek naar Europa zal wagen in een bootje en verdrinken, zoals een vriend van hem met zijn pasgeboren kindje. Mijn familie is sjiitisch. Degenen die nog in Irak zijn, wonen tussen soennieten in Bagdad en elke dag ben ik bang dat ik gebeld zal worden en dat ze zullen zeggen dat ze allemaal omgebracht zijn, en…’

Ik wilde doorgaan, maar het snurken werd te luid. Ik keek om me heen. Iedereen was in slaap gevallen, ook de lerares. Teleurgesteld verliet ik de klas. Volgens mij kan ik een cursus geven die mensen leert slapen, maar mij zal het niet lukken.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Rodaan al Galidi Beeld rodaan al galidi

Schrijver Rodaan al Galidi (Irak 1971, datum onbekend) zat negen jaar in een Nederlands asielzoekerscentrum. Hij publiceerde in het Nederlands een dik dozijn boeken, won de Prijs voor literatuur van de EU (2011), maar zakte voor zijn inburgeringsexamen. Zijn boek ‘Duizend-en-een nachtmerries’ wordt op 17 november gepresenteerd in Breda bij boekhandel Grand Theatre, 19 u.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden