Robin Thicke is nooit tevreden

Robin Thicke

Zanger Robin Thicke hoopt met zijn nieuwe album op succes. „Wie zegt dat hits er niet toedoen, zoekt een excuus voor zijn falen.”

Terwijl Robin Thicke zich in zijn Amsterdamse hotelkamer voorbereidt op het concert dat hij enkele uren later geeft – hij zal het opdragen aan zijn nieuwe president – wordt zijn vrouw, de donkere actrice Paula Patton, net wakker in Los Angeles, op de ochtend na de verkiezingsuitslag. Thicke onderbreekt zijn betoog over Vincent van Gogh, neemt de telefoon op met een goedgemutst ’hey babydoll’, en feliciteert haar nog eens – en zij hem.

Later vertelt hij dat hij volschoot toen de uitslag bekend werd. „Deze eeuw zal wel meer historische gebeurtenissen kennen, maar dit is een goed begin.” Zijn vader Alan Thicke, als acteur bekend van de tv-serie ’Growing Pains’, had ongeveer Robins leeftijd toen hij voor het eerst het toilet deelde met een Afro-Amerikaan, zegt hij. „Ik ben nu getrouwd met een vrouw met een andere huidskleur. Onze kinderen zullen helemaal kleurenblind zijn. Zo ondergaat ook de samenleving een evolutie, stap voor stap.”

Welke staatsman ook weer, vraagt Thicke zich af, zei dat we onze verschillen snel zullen vergeten zodra de buitenaardse wezens komen? „Dan moeten we wel samenwerken om met de aliens af te rekenen!” Blij is hij om van ’George – hi ho silver – Bush’ af te zijn, de man die de VS volgens Thicke een agressief imago gaf.

In een ideale wereld wandelt de zanger met zijn vrouw door Mississippi zonder nagekeken te worden, zingt Thicke in het nieuwe nummer ’Dreamworld’. Zo ver is het nog niet. Laatst kwam hij bijvoorbeeld in het nieuws omdat hij ’te wit’ zou zijn voor de cover van het tijdschrift Vibe, een blad dat vooral gekleurde mensen voorop plaatst en dat hij als kind nauwgezet volgde. „In Vibe las ik over mijn favoriete artiesten. Om die reden vroeg ik tijdens een interview of ik op de cover zou mogen. Wat daarover naar buiten is gekomen, alsof het om mijn huidskleur ging, klopte niet helemaal. Vrienden suggereerden dat ik te wit was, niet de redactie. En de blanken die wel die ereplaats kregen, Eminem of Robert de Niro, verdienden het meer dan ik.”

Vlak voordat de telefoon ging vertelde Thicke dat hij het Van Gogh museum al driemaal heeft bezocht en „bij bijna elk schilderij als door de bliksem getroffen wordt, al die kleuren, de pijn die uit het werk spreekt”. Door het praatje met zijn vrouw zit zijn hoofd echter weer bij Obama, wat even tot een misverstand leidt als hij ophangt en verder gaat, ook doordat ’kleur’ in de levensverhalen van zowel Obama als Van Gogh een voorname rol speelt. „Voor mij is hij een symbool van grootsheid, van toewijding, van opofferingen. Ga niet feesten en neem geen extra drankje, maar volg het juiste pad, blijf nuchter en clean. Wees voorbereid op je taak. Zijn taal is zo verzorgd en zijn woorden zijn kleurloos, ze staan boven de kleuren.” Al heeft Thicke wel wat brieven van Van Gogh gelezen, en was hij geroerd door de woorden van de schilder dat hij nooit hetzelfde kan uitdrukken als grote componisten, dit ging over de president.

Als zoon van een acteursechtpaar speelde Robin wel eens mee in een tv-serie, maar muziek stond altijd voorop. „Op mijn twaalfde begon ik songs te schrijven, op mijn veertiende kwam ik voor het eerst in de studio en twee jaar later kreeg ik een contract om liedjes te maken.”

Zijn eerste single ’When I Get You Alone’ (2002) was deels gebaseerd op Beethovens vijfde symfonie. Zoals Thicke in de videoclip als een roekeloze fietscoureur door de stad racet, zo raast ook zijn stem vol adrenaline over de strijkers heen. Werd het nummer in Nederland vrij bekend, in de VS deed het even weinig als de debuut-cd ’A Beatiful World’ (2003).

Thicke onderging vervolgens een gedaanteverandering, het grungy haar ging eraf en smooth gekleed kwam hij terug met het album ’The Evolution of Robin Thicke’, een verzorgd r & b-album dat aansloeg. Hou je meer van me als ik mijn haar knip, een andere tune schrijf?, zong hij op dat album (in ’Would that make u love me’), hunkerend naar succes.

De covers die Thicke ’s avonds bij het concert brengt, Al Greens ’Let’s Stay Together’ en Michael Jacksons ’Don’t stop ’till you get enough’ markeren zijn speelveld als wapperende cornervlaggen. De wat nostalgische studioklank van zijn nieuwe album ’Something Else’’ ontstaat doordat hij zoveel mogelijk echte instrumenten gebruikt, liefst bespeeld door muzikanten die hij bewondert. Zo vroeg hij trompetist Gary Grant langs te komen vanwege diens spel op Jacksons ’Off The Wall’.

Hoe energieker Thickes’ nummers, hoe beter ze zijn. Voor de wat softere r & b-ballads moet je in de stemming zijn, en gelukkig voor hem zijn zijn fans dat, zo blijkt uit de vele bewonderende blikken.

Alsof hij Van Gogh persoonlijk heeft gekend, zegt Thicke dat hij met de schilder de angst deelt niet erkend of gewaardeerd te worden. „Artiesten die zeggen dat hits er niet toe doen, zoeken gewoon een excuus voor hun falen.” Dat is makkelijk praten voor een zanger die nu even als een speer gaat. Thicke is net op tournee geweest met Mary J. Blige, de single ’Magic’ is een hit en de cd ’Something Else’ loopt lekker.

Maar voldoening geeft dat nog niet, tevredenheid is hem vreemd. „Ik wil me meten met de koplopers, met Stevie Wonder, James Brown, Marvin Gaye of Michael Jackson, niet met de achterhoede.” Niet alleen artistiek, ook materieel is het nooit genoeg. „Zoals de Engelse dichter Mick Jagger al zong: ’I can’t get no satisfaction, no no no!’. Altijd wil je een groter publiek, nog meer cd’s verkopen, en nog meer geld verdienen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden