ROBERTO D' ORAZIO - Rode redder of doodgraver

De Belgische vakbondsman wil eerst even de perskaart zien van de journalist. Trouw? Nooit van gehoord. En de Nederlander lijkt niet erg op de foto achter het plastic. “Een nieuwe haarstijl, meneer.” Waarop Roberto D'Orazio streng zegt: “Vous êtes un bourgeois.”

THEO KOELE

Bourgeois, dat is een scheldwoord in het rijke vocabulaire van de militante vakbondsleider. Uit naam van het zieltogende Waalse staalbedrijf Forges de Clabecq heeft hij de strijd aangebonden met kapitalisten in het algemeen, en bankiers en patrons in het bijzonder.

Deze week maande hij de (ex)werknemers een sociaal plan, dat mede dankzij de leiding van de Belgische vakbonden tot stand was gekomen, te verwerpen. Aldus geschiedde. Letterlijk: na afloop van de personeelsbijeenkomst was de vloer van de fabriekshal bezaaid met verscheurde papieren. Daags tevoren had D'Orazio al, figuurlijk, de kachel aangemaakt met het sociaal plan.

De wil van D'Orazio is wet, althans bij het bedrijf waarvoor hij zich als redder heeft opgeworpen. Voor komende week heeft hij een 'beslissende actie' aangekondigd; eerder al dreigde hij een 'zenuwcentrum' van de Belgische economie plat te leggen, en zinspeelde hij op een nationale 24-uurs-staking.

D'Orazio waarschuwt niet alleen, hij is vooral een man van daden. Hij organiseerde dit jaar al een Mars voor Werk en een Mars tegen de Leugenaars (lees: politici), en kreeg daarmee tienduizenden mensen op de been in het nabij Brussel gelegen Tubize, waar Forges de Clabecq staat, en in Namen, de hoofdstad van Wallonië. Dankzij D'Orazio is Forges het symbool geworden van de malaise in de Waalse industrie.

Zijn naam kan vertaald worden met: Robert de Redenaar. De 'rode redenaar', doopte het Vlaams zakenblad Trends hem. Franstalige media noemen hem le le mâitre rouge, oftewel de rode meester van Wallonië.

Getuigen die bijnamen nog van enige waardering, de rechtse krant La Libre Belgique portretteerde D'Orazio gisteren, in een cartoon op de voorpagina, als een man die alleen maar non kan zeggen. In een vlijmscherp commentaar vroeg het dagblad zich af, of D'Orazio de geschiedenis wil ingaan als 'de doodgraver van Forges de Clabecq'. Met 'leugens en manipulatie' zet hij z'n zin door, aldus nog steeds de krant. En dat, terwijl er juist nu een lichtpuntje is: een Italiaanse onderneming heeft belangstelling getoond voor de overname van (een deel van) het Waalse bedrijf.

Is D'Orazio een volksmenner, een gevaarlijke demagoog, ja zelfs 'het vleesgeworden terrorisme', zoals een liberale Vlaamse politicus zei? Welnee, hij is een kameraad door dik en dun, vinden de metallos, de staalarbeiders in Tubize.

“D'Orazio heeft bij zijn achterban de status van halfgod bereikt”, constateerde de Vlaamse krant De Morgen. “Zoals Mexicaanse boerenleiders verschijnt hij niet in het openbaar, tenzij omgeven door een dichte drom diehards, zijn Pretoriaanse garde, die hem moet beschermen tegen boze krachten.”

D'Orazio heeft zelf zulke krachten opgeroepen. Toen hij begin dit jaar een beschuldigende vinger uitstak naar bankiers, die het staalbedrijf hadden 'leeggezogen', wierpen medestanders stenen door de ruiten van enkele banken. De Waal kreeg dit jaar in heel België bekendheid, nadat zijn aanhangers een der curatoren van het inmiddels failliete Forges de Clabecq, Alain Zenner, flink toetakelden. Hetgeen niet wegnam, dat de liberaal Zenner in deze krant wel waardering voor de ultra-linkse vakbondsman kon opbrengen: een intelligente man, die weet waarover hij spreekt.

Zijn intellectuele bagage ontleent D'Orazio aan z'n lievelingsauteurs Marx, Lenin en Engels. Hij moet niets hebben van linksige types, die denken 'dat je via consensus iets kunt veranderen'. Veranderingen komen volgens hem alleen tot stand 'door de arbeiders te mobiliseren'.

D'Orazio werd in 1955 geboren in een dorp in Henegouwen, in het uiterste zuiden van België, waar veel arbeiders van Italiaanse komaf wonen. Op 13-jarige leeftijd flirtte hij met de Henegouwse afdeling van de PCI, de toenmalige Italiaanse communistische partij van Enrico Berlinguer. Twee jaar later koos hij voor een trotskistische groepering, rondom de bekende Brusselse hoogleraar in de economie Ernest Mandel.

D'Orazio volgde een opleiding tot elektricien, maar werkte eerst in een restaurant in Tubize, voordat hij in 1979 aan de slag ging bij Forges de Clabecq, als machinist. In 1987 werd hij afgevaardigde van de socialistische vakbond FGTB, enkele jaren later later voorzitter van de socialistische vakbondsdelegatie bij het bedrijf. Momenteel staat hij, zacht gezegd, op gespannen voet met de FGTB-top.

Sommige collega's kunnen zijn bloed wel drinken. Een zegsman van de christelijke vakbond suggereerde, dat D'Orazio deze week het sociaal plan liet verwerpen, omdat hij bang was dat het in een geheime stemming onder het personeel wèl zou worden aanvaard. Feit is, dat een voor 6 mei voorzien referendum met het machtswoord van D'Orazio en de zijnen van de baan is.

D'Orazio droomde er als kind van kunstenaar te worden. De afgelopen jaren beschouwde hij zijn werk bij Forges de Clabecq als 'een soort kunst'. Nu slaagt hij erin, als een choreograaf, mensen precies die stappen te laten zetten die hij wenst.

Hij voelt haarfijn aan wat er 'onder de mensen' leeft. Tot de deelnemers aan zijn Mars voor Werk en de Mars tegen de Leugenaars behoorden niet alleen werknemers van tal van bedreigde Belgische bedrijven (waaronder Renault in Vilvoorde), maar ook ouders van vermiste en vermoorde kinderen, die eind vorig jaar meeliepen in de fameuze Witte Mars in Brussel.

Voor zijn eigen kinderen hoopt D'Orazio op een universitaire opleiding. Waarbij het uiteraard niet de bedoeling is, dat ze straks deel uitmaken van het establishment in België.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden