Recensie

Robert Menasse beschrijft opwindend een Europa zonder eigenschappen

Beeld AFP

‘Ons Europa’: dat bekt tegenwoordig niet erg. In exportland-Nederland wordt de EU vooral gewaardeerd als vehikel voor de vrijhandel in varkens en tomaten. Voor de rest spreekt men graag van ‘Brusselse bemoeizucht’. 

Slechts een enkele politicus in Europa waagt het nog zijn kiezers lastig te vallen met de gedachte achter het grote, naoorlogse Europese integratieproject: Nooit meer Auschwitz.

Varkens versus Auschwitz: niet een politicus, maar de auteur Robert Menasse (Wenen, 1954) heeft de Europese zaak nu op scherp gezet. Zijn roman ‘De hoofdstad’ wordt, tamelijk gewaagd, vooral bevolkt met ambtenaren. Maar Menasse’s Brussel is buitengewoon opwindend. De auteur heeft zijn personages met zijn ironie en melancholie aangeraakt.

‘De hoofdstad’ had een lange geboorte, dat wel. In deze krant vertelde Menasse al in 2013 over zijn jarenlange onderzoek in ‘Europa’s hoofdstad’ voor een roman. Maar door de Griekenlandcrisis was de alledaagse normaliteit die hij zocht flink verstoord. Het lukte de filosoof, politicoloog en polemist die hij ook is, slechts om een vurig essay te schrijven. In het Nederlands verscheen dit als ‘De Europese koerier: De woede van de burger en de vrede van Europa’. In dit veel bekroonde boek pleit hij voor een Europa dat de gedateerde nationale belangen overstijgt.

Niemand wist of er nog een roman zou volgen, Menasse zelf ook niet. En toen was er afgelopen herfst opeens ‘Die Hauptstadt’.

De roman werd prompt met de prestigieuze Deutsche Buchpreis onderscheiden. De thematiek uit ‘De koerier’ en uit Menasse’s vele andere bijdragen aan het publieke debat keert daarin terug, scherp en dwars als altijd. Maar in zijn fictie is Menasse geen pamflettist, eerder een subtiele twijfelaar. Hij geeft elk van zijn zo uiteenlopende personages wel een paar trekjes van zichzelf mee. Zijn visie krijgt in ‘De hoofdstad’ in vele toonaarden en tegenspraken gestalte.

Het meest voelbaar geldt dit voor het personage Martin Susman. De Joodse Oostenrijker werkt op de hoofddirectie Cultuur van de Europese Commissie. Hij voelt zich er goed, als ambtenaar ‘zonder nationale verplichting’. Maar zijn Europese verplichtingen zijn niet altijd aangenaam. Zo moet hij Cultuur ditmaal vertegenwoordigen op de jaarlijkse herdenking in Auschwitz. Zijn Griekse cheffin Fenia Xenopoulou (‘Xeno’) raadt hem aan daartoe in Brussel het allerwarmste ondergoed in te slaan, dus van Duitse makelij. De onhandige Susman is in het vliegtuig naar Krakau al doorweekt, dankzij die outfit voor barre bestemmingen. In Auschwitz komt het ook niet goed. Gekweld door de koorts en de ervaringen steekt hij, eenmaal buiten, een sigaret op. Prompt komen Poolse geuniformeerden op hem af: verboden te roken! Hij trekt koffie uit een automaat die ‘Enjoy!’ heet. En hij heeft, als eregast, een badge gekregen met de tekst: in geval van verlies hebt u geen recht in het kamp te verblijven.

Desondanks, of wellicht juist door deze ongerijmdheden, ontwikkelt Susman een geniaal idee: wat als ze de overlevenden van Auschwitz centraal zouden stellen op het komende jubileumfeest, om te herinneren aan de basis van de Europese gedachte?

Opstapje

Cheffin Xeno heeft de opdracht gekregen om het jubileumfeest te gebruiken om het beroerde imago van de Europese Commissie op te vijzelen. Voor haarzelf is dat hopelijk een opstapje. Zij wil via dit ‘Big Jubilee Project’ vanuit Cultuur promoveren naar de hoofddirectie Handel, want Cultuur heeft geen aanzien binnen de EU. Onder de ambtenaren wordt het EU-cultuurbedrijf de ‘Ark van Noach’ genoemd, omdat het doel- en budgetloos op de Europese golven rondslingert. Alles draait er om handel en landbouw.

Xeno ziet de potentie van Susmans plan - ook voor haarzelf. Maar wie en waar, en met hoevelen nog, zijn die overlevenden? Al snel blijkt dat wie in een concentratiekamp is vermoord, nauwgezet is geregisteerd, in Yad Vashem en elders. Maar van de overlevenden is elk spoor bijster.

En hoe houdt Xeno de regeringsleiders in de Europese Raad buiten dit jubileumplan? De raad is een vergaarbak van nationale belangen - volgens Menasse slechts de belangen van elites - die veel goede ideeën uit de Europese Commissie en het EU-parlement torpedeert. En ‘Auschwitz’ is, in tijden van versterkte nationale afschotting, vooral een ongemakkelijke herinnering.

‘Exportvarkens’ scoren aanzienlijk beter, zeker in Duitsland en Nederland, Oostenrijk en Hongarije. Deze landen proberen elk voor zich een contract met China binnen te halen voor varkensoren en ander slachtafval, dat daar in hoog aanzien staat. Ze willen daartoe de massaproductie nog eens opstuwen. De Europese Commissie, met haar honderden nijvere ambtenaren, wil de varkensproductie juist indammen, en een gezamenlijk beleid voeren.

Het relaas van Martin Susman en zijn familie is slechts een van de pakweg tien verhaallijnen die in ‘De hoofdstad’ parallel worden verteld. Zo is er de oude professor Alois Erhart, die zichzelf als man van conservatieve waarden ziet. Maar als lid van een denktank voor de Europese Commissie verandert hij in een revolutionair. De oude leren schooltas waaraan hij zich vastklampt wanneer hij doolt door een Brussel vol versperringen en obstakels, bevat zijn ultieme toespraak, een fel pleidooi voor principes. Maar Erhart voorvoelt dat hij door zijn gehoor van laptoppragmatici niet begrepen zal worden.

Virtuoze roman

De Brusselse politiecommissaris Émile Brunfaut wordt van een politieke moordzaak afgehaald, die in heel Europa verzwegen moet worden. Dit delicate feit geeft hem vleugels. Zijn grootvader streed niet voor een vrij België, maar voor een vrij Europa. Ook opa voelde zich bedrogen, want de geallieerden vergaten Spanje en Portugal van hun fascistische regimes te bevrijden. Menasse kruipt zelfs zo onder de huid van de jonge Poolse huurmoordenaar in dit complot van katholieke kerken en geheime diensten, dat je gaat hopen dat hij niet wordt gepakt.

Robert Menasse heeft een virtuoze roman geschreven, vol spannende plotwendingen en cliffhangers. Het is een rare zet van de Nederlandse uitgever om aan het eind van het boek een ‘wie-is-wie’-lijst op te nemen, die in het Duitse origineel ontbreekt. Alsof de auteur zijn personages niet helder genoeg gestalte heeft gegeven.

In het verrassende slot smelten de levens van een aantal personages voor één ogenblik samen. Toch is Menasse’s boek veel meer dan een politieke thriller. Een satire, zoals in de aankondigingen bij de Nederlandse vertaling werd vermeld, is het evenmin. Menasse dikt de alledaagse werkelijkheid niet aan. En zijn humor heeft wrange kanten: altijd liggen dood en vergankelijkheid op de loer. Dat blijkt al uit de beetje bij beetje ontvouwde familiegeschiedenissen, die de personages met zich meedragen.

‘De hoofdstad’ is in de eerste plaats een Endzeit-roman in de traditie van Menasse’s grote inspirator en landgenoot Robert Musil. In Trouw vertelde Menasse in 2013 dat als hij zijn Brusselse roman nog zou schijven, het er een werd waarin een nieuwe tijd zich aftekent, met een Europa van ná de kunstmatige vaderlanden. Een roman zoals ‘De man zonder eigenschappen’, Musils magnum opus uit het interbellum. Musil situeerde zijn werk aan het eind van een epoche: de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. De motor van het verhaal is een jubileumopdracht - net als een eeuw later in ‘De hoofdstad’. Musils comité bereidt de viering van twee keizers voor. Ze zouden weldra tenonder gaan, en daarmee nieuwe perspectieven voor Europa openen.

Het Big Jubilee Project in ‘De hoofdstad’ markeert eveneens een nieuwe tijd. Dat moet er een worden met een Europa ’zonder eigenschappen’. Dit begrip wordt vaak foutief geduid, alsof het voor iets negatiefs zou staan, voor gebrek aan karakter en identiteit. Het Europa dat Robert Menasse, in de zin van Musil, voorstaat is een continent van nieuwe mogelijkheden. Het is een post-nationaal Europa, waarin de oude, vastgeroeste ideologieën zijn overwonnen. Is Menasse een roepende in de woestijn? Hoe dan ook is ‘De hoofdstad’ een grote, meeslepende Europese roman.

Vertaalde romans Robert Menasse

In het Nederlands verscheen van Menasse onder meer zijn Braziliaans-Oostenrijkse drieluik uit de jaren negentig ‘Bar Hopeloos’, ‘Zalige tijden, breekbare wereld’ en ‘Kentering’. Het buitenstaandersperspectief, het thema waarop Menasse in 1980 in de letteren promoveerde, speelt een centrale rol.

Het bekendst werd hier ‘De verdrijving uit de hel’, over de 17de-eeuwse Amsterdammer Menasseh ben Israel, leermeester van Spinoza. Menasse speelt met de gedachte dat hij van deze rabbijn afstamt.

Robert MenasseDe hoofdstad

Vert. Paul Beers. Arbeiderspers; 432 blz. € 23
Oordeel: opwindende, grote Europese roman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden