Review

Robert De Niro, een meester in het naturel spelen

Filmmuseum-zomerprogramma tot en met 30 augustus. Voor meer informatie: www.filmmuseum.nl

’You talkin’ to me?’ Het zijn de woorden waarmee Robert De Niro dertig jaar geleden smoel gaf aan de doorgedraaide taxichauffeur Travis Bickle in Martin Scorsese’s ’Taxi Driver’ (1976). De scène waarin De Niro voor de spiegel zijn roemruchte, geïmproviseerde monoloog afsteekt, is een moderne klassieker, beeldje voor beeldje terug te vinden op een speciaal ontworpen affiche waarmee het Amsterdamse Filmmuseum zijn grote zomerretro onder de aandacht brengt.

Het Robert De Niro-programma biedt een unieke kans om 31 films uit het oeuvre van de tegendraadse, Amerikaanse acteur op het grote doek te zien. Naast acht films van De Niro’s lijfregisseur Martin Scorsese, zijn er ook zelden vertoonde kleinoden als Brian De Palma’s ’Hi, Mom!’ en Roger Cormans ’Bloody Mama’.

Meekwelen met de meiden van de Britse popband Bananarama ging prima. Het hitje dat ze begin jaren tachtig scoorden, ging over een meisje dat een nachtmerrie-achtige ervaring achter de rug had, en haar toevlucht had genomen tot de gedroomde man. ’This is my only escape from it all: watching a film or a face on the wall.’ En dan vrolijk met z’n allen in koor: ’Robert De Niro’s waiting, talking Italian...’

Het was wel duidelijk hoe Robert De Niro deze meisjesdroom in werking had gezet. Hij was de mooie jongen met de melancholische blik die uitblonk in gangsterrollen en die dus tegelijkertijd ’the man of steel’ kon zijn, zoals de Bananarama-meisjes zongen.

Maar er was meer. Voor Francis Ford Coppola’s ’The Godfather – Part II’ (1974) had De Niro de moeilijke opdracht gekregen om een jongere versie neer te zetten van ’godfather’ Don Vito Corleone, en dus ook een jongere versie van Marlon Brando, zijn grote idool. Om niets aan het toeval over te laten, studeerde hij maandenlang op een Siciliaans accent. En dat deed hij niet achter zijn bureau in New York, maar op Sicilië, tussen de Sicilianen.

Evenals Marlon Brando was Robert De Niro getraind in ’method acting’, een naturalistische methode van acteren die in New York werd gedoceerd door Stella Adler. Persoonlijke ervaringen stonden hier voorop, en werden gebruikt om ’één te worden met de rol’. Marlon Brando was de beste leerling van de klas (denk vooral aan zijn broeierige optreden in ’A Streetcar Named Desire’, 1951). En voor zijn grootste fan Robert De Niro werd ’The Method’ daarna een ware obsessie.

Voor ’Taxi Driver’ haalde hij daadwerkelijk zijn rijbewijs als taxichauffeur en toerde hij nachtenlang als ’cabbie’ door de straten van New York. De acteur die in ’Taxi Driver’ zijn rivaal in de liefde speelde, wilde hij in de lunchpauze, tussen de filmopnamen door, niet spreken. Met Jodie Foster daarentegen at hij regelmatig een boterham. Jodie Foster was twaalf jaar en speelde de tienerhoer die op plateauzolen door de straten van New York zwierf, en die door De Niro’s taxichauffeur gered moest worden.

Voor de rol van bokskampioen Jake La Motta in Scorsese’s fameuze boksepos ’Raging Bull’ (1980) trok De Niro een tijd lang op met de echte La Motta, en onderging hij een van de meest spraakmakende metamorfoses in de filmgeschiedenis. De Niro nam bokslessen en veranderde binnen enkele maanden in een volslanke, topfitte, machtig gespierde middengewicht-bokser. Om in het tweede deel van de film even geloofwaardig gestalte te geven aan de neergang van La Motta (inmiddels een volgevreten nachtclubeigenaar), kwam De Niro dertig kilo aan.

De opnamen werden speciaal een paar weken stilgezet, zodat De Niro zich ongans kon eten. Met een dikke pens, zwetend en kortademig, leidde hij de bokser naar zijn tragische einde.

Het is moeilijk te zeggen of die typisch Newyorkse acteermethode ook de beste acteurs oplevert. Beroemde ’Method’-acteurs als Marlon Brando, Robert De Niro, Al Pacino, Harvey Keitel en Warren Beatty hebben een hoge graad van realisme bereikt en wereldwijd school gemaakt. Het wil niet zeggen dat Clint Eastwood, Dustin Hoffman, Gene Hackman of Jack Nicholson minder hebben bereikt, of dat de Britse acteerstijl van John Gielgud en Laurence Olivier minder geschikt was voor film, omdat er wat meer op het theater werd geleund.

’The Method’ is wel uitermate geschikt gebleken voor het neerzetten van getergde antihelden en andere karakters met dubbele bodems en explosieve neigingen. Robert De Niro maakte er zijn specialisme van. In ’Taxi Driver’ voel je mee met een eenzame, sociaal geïsoleerde Vietnam-veteraan die zich door zijn slapeloze nachten heenbijt als taxichauffeur in New York. Hij treft er een poel des verderfs aan en de gedachte om met een arsenaal aan wapentuig op zijn lichaam, de stad eens flink schoon te vegen, wordt steeds aantrekkelijker. Aan het slot sta je oog in oog met een man die het heft inderdaad in eigen hand heeft genomen. Travis Bickle is een psychopaat en een moordenaar die gevierd wordt als een held.

In ’Raging Bull’ slaat de paranoia op eenzelfde manier toe. Er is geen goed woord voor de manier waarop de bokser zijn vrouw en broer behandelt, stinkend van jaloezie en achterdocht. De kern ligt voor Scorsese in Johannes 9, vers 24-26, de bijbeltekst waarmee hij ’Raging Bull’ besloot:

De Farizeeën riepen ten tweeden male de man die blind was geweest en zeiden tot hem: Geef God de eer. Wij weten dat deze mens een zondaar is. „Of hij een zondaar is, weet ik niet”, zei de man. „Eén ding weet ik, dat ik die blind was, nu zien kan.”

In Scorsese’s oeuvre lopen ze door elkaar heen en vloeien ze in elkaar over, heiligen en zondaars. En het is De Niro die al die ambigue figuren over het voetlicht kreeg. Een van zijn mooiste rollen speelt hij in Scorsese’s ’The King of Comedy’ (1983), een sterk ondergewaardeerde zwarte komedie over het verlangen om beroemd te zijn, of in de buurt van beroemdheden te vertoeven, koste wat kost. Robert De Niro is een vreselijk talentloze komiek, Rupert Pupkin, die op een dag besluit om zijn grote idool te ontvoeren, de gevierde talkshow host Jerry Langford, gespeeld door Jerry Lewis. Of ’The King of Comedy’ een komedie of een tragedie is, daarover valt te twisten.

Samenwerken met Scorsese doet De Niro nu helaas niet meer. De 62-jarige acteur treedt nog wel op in films, maar dan vooral om zijn Newyorkse filmfestival en filmwerkplaats Tribeca te kunnen bekostigen, en om films te kunnen produceren. Als komiek die met kleine, grijze slapen zijn eigen gangster-rollen parodieerde door als maffiabaas om het minste het geringste in huilen uit te barsten en van zijn psychiater onmiddellijke en totale genezing te eisen (’Analyze This’, 1999), mag hij best nog wel ’ns terugkeren. In droogkomische nuances was De Niro eigenlijk altijd al goed, zelfs in ’Taxi Driver’, de film die geboekstaafd werd als een van de grootste helletochten in de naoorlogse cinema. Ook hier de dubbele bodem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden