Interview

Rob van Putten was machteloze toeschouwer van de Rwandese horror

Rob van Putten in zijn werkkamer Beeld Werry Crone

De genocide in Rwanda begon op 6 april 1994, morgen 25 jaar geleden. Bijna een miljoen mensen werden afgeslacht. Rob van Putten was erbij, als enige Nederlandse militair in Rwanda bij de VN-vredesmacht UNAMIR.

Wat hem het meest is bijgebleven? Rob van Putten formuleert bedachtzaam: “Een beeld vergeet ik nooit. Ik keek uit mijn raam en zag op straat een vrouw met boodschappentassen over een lijk heenstappen alsof het heel normaal was”.

Horror heeft hij meegemaakt in Rwanda. Hij was er als persoonlijk adjudant van de Canadese generaal Roméo Dallaire, de commandant van de VN-vredesmacht UNAMIR. Bij toeval: Van Putten had gesolliciteerd voor een vredesmissie in Oeganda, ook onder Dallaire. De generaal ging plotseling naar Rwanda en Van Putten dus ook.

Nu is Van Putten met pensioen, na vele missies in oorlogsgebieden variërend van Bosnië, Kosovo tot Afghanistan. Rwanda was zijn eerste missie. “De meest venijnige”, zegt hij in Lexmond, waar hij een oud herenhuis heeft gekocht en verbouwd. Voor het eerst na lange tijd is Nederland weer zijn woonplaats. “Ik hoef het huis nauwelijks uit. Het is prettig om weer eens ergens thuis te zijn.” Hij woont met zijn drie katten en vele boeken. De goedlachse kale, magere man eet tussen zijn zorgvuldig gekozen woorden een schaal met oer-Hollandse stroopwafels en ander snoepgoed leeg.

Hardlopen

Bij zijn aankomst in Rwanda, op 2 maart 1994, voelt hij direct de geladen sfeer in het land. “Die avond ging ik een rondje hardlopen in Kigali. Toen ik terugkwam zeiden collega’s dat ik elke keer een andere route moest nemen voor mijn eigen veiligheid.” Het land is tot op het bot verdeeld tussen twee etnische groepen. De Hutu’s vormen 85 procent van de bevolking, de Tutsi’s 14 procent.

Kapitein Rob van Putten in 1994 met rebellenleider Paul Kagame, die sinds 2000 president van Rwanda is.

Al sinds de voormalige Belgische kolonie in 1962 onafhankelijk werd, is de situatie gespannen. Vanaf 1990 vallen Tutsi-rebellen, onder aanvoering van de huidige president Paul Kagame, vanuit buurland Oeganda de Hutu-regering en het Hutu-leger aan.

Na jaren onderhandelingen komt er in 1993 een vredesakkoord. Hutu’s, Tutsi’s en de oppositie zullen samen een regering vormen. Generaal Daillaire, de baas van Van Putten, moet dat met alle partijen implementeren.

Maar als Van Putten vijf weken in Rwanda is gaat het mis, op 6 april ’s avonds. “We kregen om kwart over acht een telefoontje dat het vliegtuig met Hutu-president Juvénal Habyarimana van Rwanda en president Cyprien Ntaryamira van Burundi was neergestort.” Een raket haalde het toestel naar beneden. Wie de daders waren is nooit opgehelderd. Het was wel het sein voor de start van de massamoord op de Tutsi’s in Rwanda.

Die avond om half tien gaat Van Putten met zijn generaal naar het ministerie van defensie in de hoofdstad Kigali om te overleggen met de top van het Rwandese leger. “Toen we later terug reden zagen we een grote groep mensen staan met de handen omhoog: Tutsi’s die gevangen werden genomen. Wij van de VN werden gedwongen door te rijden. Toen begon het me te dagen dat het goed fout ging.”

Kapmessen

De Hutu-meerderheid in het land rekent in de honderd dagen erna af met de Tutsi-minderheid. En Hutu’s die hun Tutsi-man of -vrouw, een Tutsi-buur, collega of vriend helpen, moeten het ook met de dood bekopen. Het bloedbad staat bekend als de slachting met de kapmessen.

De ochtend na de vliegtuigcrash krijgt Van Putten de opdracht van generaal Dallaire om de kinderen van de inmiddels verdwenen minister-president van Rwanda, Agathe Uwilingiyimana, op te halen. Van Putten heeft haar die afgelopen 24 uur een paar keer aan de telefoon gehad. De generaal voegt hem toe: “Rob, je gaat nu je eerste medailles verdienen”. Hij weet dan dat het gevaarlijk wordt. ‘Madame Agathe’ is op dat moment bijna tien maanden interim-premier, maar wordt niet gesteund door haar Hutu-partij.

Als Van Putten bij haar huis komt, begint de Afrikaanse nacht snel te vallen. “Het huis lag er verlaten bij. Er zat een groot gat in de muur. Binnen brandden er lampen. Een pantservoertuig zette me af. Ik ben poolshoogte gaan nemen. Verderop in de straat werd geschoten en het schieten kwam steeds dichterbij. Ik had een pistool, maar wat richt je daarmee uit in zo’n situatie.

Het huis was verlaten, de kinderen waren weg. Ik stond daar alleen met een tuinman zonder communicatieapparatuur. Inmiddels was het stikdonker”, vertelt Van Putten in zijn werkkamer vol met boeken variërend van de Amerikaanse thrillerauteur Tom Clancy tot de Russische klassiekers van Lev Tolstoj en militaire studies. In die ­angstige situatie duikt, onverwacht, hulp op van een collega-militair met zijn voertuig die Van Putten daar weghaalt.

De hele dag zijn er al berichten geweest dat de tien Belgische soldaten die premier Agathe moesten beschermen, haar hielpen om uit haar residentie te ontsnappen. Daarna zijn ze zelf gevangen genomen door de Presidentiële Garde en op een kazerne doodgeschoten of doodgeknuppeld, of om het leven gekomen door granaatscherven.

Hersenen

Van Putten gaat naar het mortuarium om dit te verifiëren. “Het was een klein wit gebouwtje bij het ziekenhuis. Binnen lagen de dode Belgische militairen op een stapel. Zo van de vrachtwagen gegooid. Ze hadden een onderbroek aan. Bloot bovenlijf. Het was er donker. Je kon niet goed zien waaraan ze waren overleden. Bij een soldaat zag ik een plukje hersenen uit de schedel steken. Ik heb foto’s gemaakt als bewijsmateriaal en we zijn daarna vertrokken.”

Op de terugweg krijgt Van Putten een zeer onbehaaglijk gevoel. Ze rijden door een donkere wijk. “Ik zet mijn helm op en leg mijn scherfvest over mij heen. Op dat zelfde moment vliegen de kogels ons om de oren. We zijn in een hinderlaag beland van het Rwandese leger. Hoofden omlaag en plankgas zijn we doorgereden. Niemand was gewond in het voertuig. Zoiets werkt op de lachspieren. Ongelooflijk. Zoveel kogels en geen gewonden.”

Inmiddels is dan bekend dat premier Uwilingiyimana na haar ontsnappingspoging ook is vermoord. Er komt een interim-regering onder leiding van Hutu-kolonel Théoneste Bagosora, die de hetze tegen de Tutsi’s opvoert en de massamoord leidt.

De dagen erna blijven de telefoontjes bij UNAMIR binnenkomen van mensen in paniek. “Kunt u ons ophalen? Het waren er te veel, dat ging vaak niet lukken”, zegt Van Putten gelaten. “Dan belden ze weer, fluisterend: ‘ze staan voor de deur’.” Ook al geeft de generaal opdracht om mensen op te halen, het gebeurt niet. “Zo’n VN-eenheid uit Bangladesh weigerde de straat op te gaan. Iemand belde met Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Vandaar werd er overlegd met het hoofdkwartier van de VN. New York telefoneerde met generaal Dallaire om zijn opdracht in te trekken om mensen in veiligheid te brengen.”

Het zit van Putten nog steeds hoog hoe de VN met die vredesmissie omging. “De VN dachten makkelijk te scoren door het vredesakkoord te helpen implementeren, daar was UNAMIR voor bedoeld. In plaats daarvan ontstond er een afschuwelijke burgeroorlog. Wij mochten reglementair niets doen. Generaal Dallaire was machteloos.” Met de troepen van UNAMIR en Van Putten moest hij op zijn handen zitten en de slachting aanschouwen.

Kapitein Rob van Putten bij het panservoertuig waarmee hij door de Rwandese hoofdstad Kigali reed. Beeld rv

Kalasjnikov

“Je wilt optreden”, zegt Van Putten met donkere stem. “Ik had inmiddels naast mijn pistool een kalasjnikov. Mocht ik helemaal niet hebben bij een vredesmissie. Als ik iemand in nood moest ophalen, waren er van die momenten dat ik hoopte dat er van die slagers, van die idioten, zouden opduiken, zodat ik ze kon omleggen.” Hij schudt zijn hoofd. “Als dat was gebeurd dan was het huis te klein geweest bij de VN en in Nederland.” Van Putten is nu blij dat het niet is gebeurd, maar de emoties liepen toen soms hoog op.

Van Putten zit helemaal alleen als Nederlander in Rwanda. “Ik had geen contact met de legerleiding in Den Haag. Alleen met mijn vrouw. Zij kreeg van Defensie te horen dat ik in het geheim in Rwanda zat. Er mocht geen ruchtbaarheid aan worden gegeven. Ze waren vergeten de minister op de hoogte te brengen van mijn aanwezigheid in een land waar het plotseling oorlog was.”

Na twee weken burgeroorlog besluiten de Belgen hun para’s terug te trekken. Van Putten ziet geen rol meer voor zichzelf en stapt 19 april in de Hercules C130 die de Belgische militairen terugbrengt. “Ik had geen idee wat ik daar nog aan het doen was. Ik dacht: als ik doorga zie ik mijn dochter nooit meer terug.”

Stress

Er volgen na zijn terugkeer meerdere VN-missies voor Van Putten. Maar de gebeurtenissen in Rwanda achterhalen hem uiteindelijk. “Ik trainde en trainde om fysiek bezig te zijn en alle emoties te verstoppen. In 2000 stortte ik toch in.” Het duurt een paar jaar voordat Van Putten weer op zijn benen staat. “Mijn medicijn nu is me terugtrekken als de druk, de stress te groot wordt.” Hij zwijgt even. “Dat kost je ook relaties.”

Wat politici die aan de touwtjes trekken bij dit soort operaties vergeten, zegt Van Putten, “is dat een kogel bij een vredesmissie even hard aankomt als in een oorlog. Politici bekijken het allemaal veel te theoretisch. Wij staan met onze poten in de modder.”

Hij wil maar zeggen: een vredesmissie sturen, die als het misgaat niet mag ingrijpen, is monsterlijk. In Rwanda zijn in een paar weken door de Hutu’s 800.000 duizend Tutsi’s afgeslacht en nog eens bijna 200.000 gematigde Hutu’s. UNAMIR mocht niets doen. “De wereld keek weg.” Het zit Van Putten na 25 jaar nog steeds dwars.

“Ik zal vanavond wel weer last hebben van al die herinneringen die nu boven komen. Zo’n gesprek doet dat met me.”

Lees ook: 

Presidenten Burundi en Rwanda dood na vliegramp

Zowel de president van Rwanda als de president van Burundi zijn gisteren omgekomen bij een vliegtuigongeluk op het vliegveld van Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Naar alle waarschijnlijkheid is het vliegtuig beschoten door gewapende mannen. Het toestel brandde geheel uit.

‘Annan wist van genocide Rwanda’

De huidige VN-chef Kofi Annan was al maanden tevoren op de hoogte van de plannen in Rwanda om de Tutsi-minderheid uit te roeien, maar zijn kantoor gaf VN-vredessoldaten opdracht niet in te grijpen. Dat meldt het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker vandaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden