Rob Schouten

Geheugen spreek!

Ik herinner me een sportdag waarvan ik me niks herinner. Ik moet een jaar of negen geweest zijn, ongehuwd, kinderloos, geen pensioenvrees. We woonden in Haarlem, waar het heerlijk was met in de verte, achter de huizen in de Hoofmanstraat HIN en richting stad De Sierkan, verder veel bomen en zon en als je je helemaal uitstrekte het strand. Ik zat op de Tetterodeschool, ook zo'n magische, trompetterende naam: tetterode, tetterode. De herinnering aan de sportdag is groen, dat moet het veld geweest zijn waarop het plaatsvond. Verder weet ik niks meer. Er is wel een vaag gevoel van iemand die me voorbijstreefde maar dat kan ook een andere keer zijn geweest. Ik denk nu dat het Ruud Wielart was, de latere hoogspringer, want die zat bij mij in de klas en was iemand die je op het veld voorbijstreefde. Ik was weer beter in taal en rekenen. Het was een tijd waarin ik opmerkelijk weinig zeggenschap over mezelf had maar dat niet heel erg vond. Ik moest natuurlijk naar die sportdag. Tenzij ik de thermometer bij de kachel of in de thee hield natuurlijk, en dus ziek was. Namen van klasgenootjes suizelen voorbij, bijna een soort toverspreuken: Hanneke van den Eshof, Irene Verdel, Keesje nog wat, scheel. Ik kwam een keer bij hem thuis en hij bleek te beschikken over een moeder in een gebloemde jurk die rookte. Het schokte me nogal. Met die Hanneke zat ik op een buitenschoolse muziekles, we fietsten er zelfs samen naartoe, verder had ik niks met haar, ze woonden in een huis met een erker. Het is alles bij elkaar meer sfeer dan herinnering, verdampt bovendien. Je zou zeggen de moeite niet waard maar toch is het allemaal blijven hangen, zonder dat ik er veel greep op kan krijgen. Er was een jongen in mijn klas die zijn vader verloren had. Het werd ons door meneer Ootes verteld maar ik geloof niet dat het ons heel erg raakte. We kenden die man niet. Bovendien, wat was dood? Dat Kennedy doodging was veel erger, dat stond in de krant. Iedereen zuchtte en kreunde maar even later klaarde de lucht toch weer op en mochten we een ijsje halen bij ijssalon Veld op de Zijlweg. Er liep daar altijd een mannetje met een kat aan de lijn. Dat was wreed, poezen hoorden niet aan een lijn. Nu denk ik dat dat mannetje veel van zijn kat hield, toen vond ik hem een dierenbeul. En dan de slager met zijn Chevrolet. Die moest wel steenrijk zijn en uit Amerika komen. 'Hoe het ook zij, vlees hoort erbij!' Daar waren mijn ouders het helemaal niet mee eens. Het woord 'vitamine' viel. Vegetariër.

Vijftig jaar later zit ik tegenover een meisje van acht. Ze kleurt een kleurplaat uit de 'Lion King'. Ik bevind me in haar wereld want ik zit tegenover haar. Misschien herinnert ze me zich over vijftig jaar nog een beetje. Een man die ook aan tafel zat en zei: dat heb je mooi ingekleurd. Het zal wel niet, er was in die dagen veel groter nieuws met magisch klinkende namen: Syrië. Mali. Zanzibar. Pensioenen. Maar misschien zweeft er ooit nog iets boven in dat geheugen, even ongrijpbaar als onontkoombaar. Iemand op een middag. Een tafel. Een leeuwtje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden