Rob Kamphues is niet roekeloos, hij negeert alleen zijn angsten.

Cabaretier en presentator Rob Kamphues (45) schreef een boek over de avonturen die hij beleefde bij het maken van de tv-programma’s ’De acht plagen van Rob Kamphues’, ’Kamphues maakt Vrienden’ en ’Kamphues zoekt de grens’. In ’Naar de Haaien: volstrekt onverantwoorde avonturen’ rekent hij af met met zijn roekeloosheid.

„Televisie maken is een heel intieme relatie met mensen hebben, zeker als je reist met elkaar zoals wij dat gedaan hebben”, zegt Kamphues. „Maar morgen is iedereen weer vertrokken naar een volgende klus. Ik heb een spoor van mensen met wie ik dacht bevriend te zijn, die ik vervolgens nooit meer gezien heb. Zo gaat dat in tv-land. Langzaam borrelde het idee op dat ik met de avonturen die we samen hadden beleefd iets wilde doen.”

„Nu presenteer ik bij de KRO ’De Reünie’, een tv-programma waarin oud-klasgenoten elkaars levensverhalen horen en waarvoor ik heftige gesprekken heb gedraaid. Ik ging mee met een soldaat naar Srebrenica, hij had er gezeten tijdens de val. Ik dacht: het is toch raar dat ik daar vervolgens nachten van wakker lig en er allerlei gedachten bij heb. Dat ik daardoor bijvoorbeeld geen camouflagebroeken meer draag hoewel het mode is. Ik dacht ook: er zijn toch al zo veel dingen gebeurd waar ik wèl wakker van had moeten liggen? Zoals bijvoorbeeld mijn ervaringen met illegale mijnbouw en de maffia in Venezuela.”

„Toen ben ik begonnen met het opschrijven van die eerdere avonturen. In eerste instantie bedoeld voor een nieuw cabaretprogramma, maar het zijn geen verhalen voor het theater geworden. Het gaat zó over mijzelf. Ik raakte er volkomen in verloren.”

„Na Venezuela, waar ik voor ’Kamphues maakt vrienden’ was, wilde ik eigenlijk niet meer. Al tijdens een helikoptervlucht daar wilde ik weg. Weg, weg, weg. Naar huis. Dit ging ik nooit meer doen. Maar bij ’Kamphues zoekt de grens’ ben ik er toch weer ingestonken. Je hebt meer moed nodig om nee te zeggen, een aarzeling wordt al opgevat als een ’ja’. Ik voelde me gevleid dat mensen me om iets bewonderden en respecteerden, dus was ik geneigd dat te geven. Het was heel lang mijn bestaansrecht: Rob Kamphues durft alles. Durfde hij helemaal niet, maar dat is dan even ons geheim.”

„Er is een verhaal in het boek over dat ik levend begraven word onder een fietspad in Amsterdam, wat we voor een programma echt gedaan hebben in de Jan Evertsenstraat. Een van mijn meelezers zei: ’Ik mis details, dit is het enige verhaal waarin je niet zo nauwkeurig bent’. Toen schoot me ineens het harde satijnen kussentje te binnen. Daar was ik toen zo boos over. Waarom hadden ze niet een lekker zacht kussentje voor me geregeld? Nou, omdat er normaal gesproken een lijk in de kist ligt en dit was dus het originele kussentje.”

„ Ineens wist ik waarom het me zo’n moeite kostte om het op te schrijven: ik had die herinneringen verdrongen. Ik vond het verschrikkelijk. Niet eens het levend begraven, maar het in een doodskist liggen. Dat is spotten met je eigen dood, het over je afroepen.”

„De serie liep goed en ik dacht: mooi jongens, ik besta. Het was één grote schreeuw van levenslust en -drift en aandacht. Iedereen dacht: wat is hij gek! Maar ik ben natuurlijk helemaal niet gek. Mensen die met mij gedraaid hebben, weten hoe ongelooflijk precies ik ben. Ik ben niet roekeloos, ik negeerde alleen mijn angsten, omdat er anders met mij niet te leven viel. Althans, dat vond ik. Dat is gevaarlijk, maar het brengt je ook ver.”

„Met als resultaat dat ik op mijn 32ste zo hard werkte dat ik kotsend boven de wc-pot hing. Toen pas dacht ik: misschien ben ik wel oververmoeid. Dan ben je dus te laat. Ik luisterde niet naar mijn lijf en niet naar mijn emoties. Daarom kon ik al die gevaarlijke dingen ook doen. Kwam ik uit die doodskist, zei ik: het regent, kom, we gaan. De regisseur werd razend om mijn laconieke houding. Het was blinde stoerdoenerij.”

„Ergens in mijn leven heb ik zo’n hekel gekregen aan mijn eigen schijterigheid. Mijn broer klom in de hoogste boom en ik stond beneden te kijken of ik wel op de eerste tak durfde. Mijn moeder zei: ’Doe maar niet, joh’. En ik wist: als ik naar mijn angsten luister, kom ik nooit meer buiten. Op een gegeven moment ben ik toch een regenpijp ingeklommen. Maar als je eenmaal voorbij je angst bent, komt er daarna niks.”

„Ik ben geboren met een hartafwijking. Voordat het ontdekt werd was ik een huilbaby en zeiden de artsen tegen mijn ouders: dit jongetje wordt niet oud, wen maar niet te veel aan hem. Toen ik twee was, ben ik aan mijn hart geopereerd. Wekenlang lag ik alleen. Naar aanleiding van dit boek heb ik het er met mijn moeder over gehad. Ze zei: ’Wat moesten we dan? We mochten gewoon niet bij je in het ziekenhuis’. Dat was toen nog niet. Vind je het gek dat een jongetje daar een klap van oploopt? Je hebt een gat in je ziel dat niemand kan dichten. Daar moet je mee leren leven, dat komt nooit meer goed. Dat gevoel kan zelfs een partner niet oplossen. Hooguit vraag ik haar: hou me even stevig vast.”

„Het boek is voor mijzelf een reis geweest, ik werd steeds rauwer en scherper in de hoofdstukken. Omdat ik een doel had waar het boek in zijn geheel naar toe moest. Ik wilde het zo feitelijk mogelijk opschrijven, maar mezelf ook zo dicht mogelijk op de huid zitten. Het moesten niet alleen maar stoere verhalen worden. Ik ben trots op alle dingen die ik gedurfd heb, maar ik ben niet trots op hóe ik het gedaan heb.”

„Natuurlijk hoop ik dat het boek goed verkoopt, dan weet ik dat er op een volgend boek gewacht wordt. Trouwens, nee... Ik doe pas dingen goed als het echt van mezelf moet, niet omdat het publiek het wil. Ik heb inmiddels gemerkt dat ik ook beter tot mijn recht kom als presentator en nu als schrijver dan als cabaretier. Ik heb een lange weg nodig gehad om daarachter te komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden