Rob Grabert: 'Ik ben hier louter op basis van vrijwilligheid'

HAARLEM - Over drie weken begint het Nederlands volleybalteam met twee uitduels tegen Italie aan de nieuwe editie van de World League. Sportief succes in de reeks wedstrijden lijkt hoogst onzeker, evenals de toekomst van het topvolleybal in Nederland.

Terwijl de internationals zich in het zweet werken tijdens de achtste editie van de Haarlemse volleybalweek, bespreekt het hoofdbestuur van de NeVoBo vandaag een heet hangijzer. In een extra vergadering van de bondsraad krijgen de leden de vraag voorgelegd: willen we in Nederland topvolleybal, ja of nee? "Op zich is het een eenvoudige vraag, maar je kunt er lang over discussieren" , weet Riet Ooms, een van de weinige hoofdbestuursleden van de NeVoBo die niet de toevoeging 'ad-interim' achter haar functie (secretaris) heeft staan. "We willen weten of de leden het topgebeuren leuk vinden, of dat ze het beschouwen als een hobby van een paar bestuursleden, die niet zo nodig hoeft."

Het Olympisch zilver van Barcelona heeft het Nederlandse volleybal voornamelijk windeieren gelegd. Negen maanden na het feest in de Catalonie is een ding vooral duidelijk geworden: het succes is (te) duur betaald. Het afhaken van de hoofdsponsor, de vlucht van de internationals naar het buitenland en een financieel tekort van 900 000 gulden als erfenis nagelaten door een aantal (afgetreden) bestuurders, heeft de leden van de NeVoBo sceptisch gemaakt. "We hebben een half jaar zitten knoeien, en dat word je direct met de neus op de feiten gedrukt" , erkent Ooms. Toch hoopt zij dat het hoofdbestuur de bondsraad vandaag kan overtuigen van de noodzaak van topvolleybal.

"Topvolleybal heeft een enorme uitstraling voor de bond" , zegt Ooms. "Het zou mooi zijn als wij met een jaarlijks bondsbedrag een minimaal topprogramma op poten kunnen zetten. In eerste instantie denken wij dan niet aan een contributie-verhoging, want dat ligt altijd bijzonder gevoelig. Een van de mogelijkheden is de leden te vragen lid te worden van de supportersclub van Oranje. We hebben nu 160 000 leden. Stel dat we de helft zo gek krijgen om tien gulden per jaar te laten betalen. Dan heb je een aardig basisbedrag voor de top."

Maar wat als de leden vandaag 'neen' zeggen tegen topvolleybal? Ooms: "Je houdt altijd een mate van top, maar de vraag is op welk niveau. Bij een negatieve opstelling van de leden ten opzichte van topsport, zullen we ons uit de naad moeten lopen om via sponsoring het topvolleybal hoog te houden" . Sponsoring, een beladen woord binnen de NeVoBo, dat na het afhaken van Nationale Nederlanden als hoofdsponsor al bijna een jaar vergeefs op zoek is geweest naar een nieuwe geldschieter. Toch stelt de bond zich kieskeurig (en dus kwetsbaar) op. "We zoeken een sponsor die het hele traject tot en met de EK van 1997 in Nederland kan afdekken" , zegt waarnemend bondsvoorzitter Hans Amesz. "Dat schrikt mensen misschien af, maar die continuiteit is noodzakelijk."

Zolang de Grote Weldoener niet is gevonden, moet de NeVoBo echter ook zijn toevlucht zoeken in ad hoc-sponsoring. Zo werd er wel een kortlopende verbintenis gesloten met een geldschieter voor de World League. Met een deel van die centen hoopt de bond Joop Alberda als bondscoach te kunnen strikken tot en met het Europees kampioenschap van begin september in Finland. De bond en de Fries hebben de intentie uitgesproken om in de komende vijf maanden met elkaar samen te werken. In Haarlem moet de ploeg het nog zonder Alberda doen, die van nu tot oktobor onbetaald verlof kan krijgen van zijn huidige werkgever, de Rijksuniversiteit Groningen. Amesz zegt te weten dat volgende week ook alle kleine lettertjes in het contract op de juiste plaats en in de juiste volgorde staan. "Het komt volgende week rond" , is zijn stellige overtuiging.

Drie weken voor het begin van de World League is het nog altijd onzeker of alle 'buitenlanders' straks ook daadwerkelijk op het appel zullen verschijnen. In Haarlem spelen maar drie internationals die hun brood over de grenzen verdienen: Grabert (Schio), Van der Horst (Dachau) en Van Solkema (Maaseik). De overige Italie-gangers hebben toegezegd beschikbaar te zijn voor (een deel van) de World League. Vanaf 12 mei zijn Benne, Held, Klok, Van der Meulen en Zoodsma inzetbaar, maar Zwerver en Blange rusten dan nog uit van hun vermoeienissen in de Serie A. Zwerver zou na een lange vakantie per 1 juli weer kunnen spelen en de inzetbaarheid van Blange hangt af van de enkeloperatie, die hij na de Italiaanse competitie ondergaat.

Een ding is echter wel zeker: de bond heeft de spelers in financieel opzicht niets te bieden. "De stand van zaken is dat we niks hebben" , verklaart Amesz, "en dat is bekend bij de spelers. Zij weten dat ze in principe nergens op hoeven te rekenen." Beloftes wil en kan de NeVoBo de internationals niet maken, hoewel de spelers wel is toegezegd dat zij alle verdiensten uit de World League mogen verdelen. Dat lijkt een loos gebaar. Op de huidige begroting van de World League gaat de bond uit van een negatief saldo van 200 000 gulden. "Wij zijn afhankelijk van het eergevoel bij de spelers" , geeft Amesz toe. "Hoe lang duurt hun liefde voor Oranje zolang zij daarvoor geen enkele financiele vergoeding krijgen?"

Rob Grabert is een van de grootverdieners in Italie, die in de komende jaren het gezicht van het Nederlands team zou kunnen bepalen. Dat mag opvallend worden genomen, omdat de Limburger lange tijd een ongewenst persoon was binnen de muren van het Oranje-kasteel. Met Blange en Zoodsma stapte Grabert vier jaar geleden uit het zogenaamde Bankras-model, dat moest leiden tot een gouden triomf in Barcelona. Het drietal koos voor het grote geld in de Italiaanse competitie en dat werd hen niet in dank afgenomen. Toen Arie Selinger vlak voor de Spelen het roer als bondscoach in handen nam, waren Blange en Zoodsma weer welkom in Oranje. Grabert niet. "Dat was een politieke keuze" , weet de beste passer van Nederland. "Selinger durfde de confrontatie niet aan."

Het deed Grabert veel pijn dat hij de Spelen misliep, maar hij is er nog altijd van overtuigd dat hij vier jaar terug de juiste beslissing nam om voor het geld in Italie te kiezen. "Kijk naar de spelers van het Nederlands team die in Barcelona het zilver wonnen" , legt hij uit. "Van hen is alleen Zwerver erin geslaagd een plaats in de Italiaanse Serie A te veroveren. De rest kon alleen maar terecht in de Serie B en dat is natuurlijk dramatisch als je zes jaar lang in de voorbereiding op Barcelona alles voor het volleybal opzij hebt gezet. Selinger beloofde gouden bergen voor iedereen, maar daar is niets van terecht gekomen."

De 29-jarige Grabert, die donderdag na een onderbreking van twee jaar in Haarlem tegen Cuba interland nummer 217 speelde, vindt dat de bond snel iets moet regelen voor de internationals die bij Nederlandse clubs zijn ondergebracht. "Gezien mijn aanwezigheid in Italie (hij staat tot 1994 onder contract bij Schio, red.), verkeer ik in een luxe-positie" , meent Grabert. "Ik speel louter op basis van vrijwilligheid. Maar voor de spelers in Nederland is het natuurlijk een onzekere situatie. Zij verkeren in onzekerheid over een mogelijk bondscontract. De bond moet snel handelen. We spelen hier in Haarlem niet alleen maar om een sponsor te vinden. Dat is een taak van de bond. Ik vind het jammer dat Alberda hier al geen coach is. Dat werkt verwarring en onzekerheid in de hand."

Dat Grabert zich na zijn slechte ervaring uit het verleden toch weer beschikbaar heeft gesteld voor Oranje, heeft te maken met het feit dat bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het laatste internationale wapenfeit dat hij op zijn conduitestaat kon bijzetten, dateert alweer van 1989, een bronzen plak bij de Europese titelstrijd in Zweden. Hij heeft behoefte aan succes, maar hij weet ook donders goed dat zijn rentree in Oranje op een deceptie kan uitlopen. Vooral gezien de situatie waarin de NeVoBo verkeert. "Afgelopen week heb ik veel met mijn moeder gesproken en ben ik in Limburg vaak met onze hond rond een meer gelopen" , erkent Grabert. "Dat was de spanning. Donderdag (op de eerste dag van de volleybalweek in Haarlem, red.) heb ik kennis gemaakt met drie spelers die ik helemaal niet kende. Ik wist ik niet wie de coach was en ik wist niet eens of ik zelf wel zou spelen. Maar die spanning is nu weg. Ik heb genoten van de wedstrijd tegen Cuba en ik heb spelers gezien met grote mogelijkheden voor de toekomst."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden