Riverdance loopt artistiek op zijn laatste benen

’Riverdance Farewell Tour’ in Heineken Music Hall, t/m 20/12.

Aan een volgepakte Heineken Music Hall te zien, hadden ze best nog wel even door kunnen dansen. Maar de jongens en meisjes van Riverdance houden het met deze ’Farewell Tour’ na vijftien jaar voor gezien. Althans in Europa en de VS.

Nieuwe horizonten gloren: door de show naar China te verhuizen, wordt een potentiële fanschare van dik een miljard aangeboord, en voor Doebai zijn er plannen een permanente show te huisvesten. De motivatie om hier te stoppen, is dus vooral door commerciële belangen ingegeven. Eerlijk gezegd is dat maar beter ook. De formule is artistiek opgedroogd.

Wat in 1994 begon als pauzeact van zeven minuten in het Eurovisie Songfestival in Dublin, groeide met oer-Riverdancer Michael Flatley uit tot een hype. Flatley kreeg ruzie met zijn creatieve team en ontwikkelde een eigen Lord of the Dance, waarop vele spin-offs volgden om een graantje mee te pikken. Riverdance, met drie verschillende groepen, is met meer dan 10.000 opvoeringen, gezien door 21 miljoen mensen – onder wie de Japanse keizer, die naar verluidt tot tranen toe was geroerd – tot op de dag van vandaag commercieel de succesvolste.

In wezen is de show nooit veranderd: de kern bestaat uit een moderne, poppy interpretatie van de Ierse folklore: de dansdrift van de jig en de reel, met dat typerende stijve bovenlichaam en ultra-energiek benenwerk in strakke formatiedansen, en de Enya-achtige muziek, niet eens zo beroerd gecomponeerd door Bill Whelan. Keltische mystiek blaast erdoorheen, net als de vele rook uit rookmachines. Een voice-over vertelt over de veerkracht van het volk, dat sinds mensheugenis voor hete vuren heeft gestaan, maar na Great Famine en Amerikaanse exodus als Gaelic Tiger uit de ellende kwam.

Een orkestje met elektrische viool en Ierse fluit zorgt voor muzikale intermezzi, zo ook een zwarte bariton en een a-cappellakoortje in mosgroene Genevuire-jurken. Verder treden aan: verjaarde Russische ballet- annex folkloredansers, een streng kijkende flamencoprinses en druk doende (maar wél goede) urban tappers. Het is een wat ouderwetse, en daardoor ook best knusse vorm van dansje, muziekje & muziekje, dansje – variété in een hedendaags jasje.

Een jas die na vijftien jaar echter behoorlijk out of fashion is geraakt, ondanks de goede mannelijke solist Joe Moriarty, die de Ierse stepdans met energiek sprongenbereik letterlijk naar een hoger plan tilt.

„Nu zijn we één volk,” schalt de voice-over en besluit het glossy programmaboek, „onze stemmen zijn één geworden, onze muziek is een geweldige wereld waarin we ons overal thuisvoelen.” Op naar Doebai. Sander Hiskemuller

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden