Column

Rituele slacht zorgt voor verlegenheid

null Beeld

De centrale vraag in het debat over een verbod op ritueel slachten leek overzichtelijk. De keuze had iets eenvoudigs: óf de vrijheid van godsdienst als allesoverheersende invalshoek laten prevaleren, óf het zo min mogelijk laten lijden van dieren. Er gaat echter een hele wereld achter deze keuze schuil.

Vrijwel elke in de Tweede Kamer vertegenwoordigde politieke partij lijkt zich nu in de keuze voor het één, dan wel voor het andere te gaan verslikken en ook het kabinet komt er niet zo eenvoudig uit.

Voor de indienster van het initiatief voor een verbod op ritueel slachten, Partij voor de Dieren-fractievoorzitter Marianne Thieme, is de zaak nog het simpelst. Een verbod op ritueel slachten is voor haar allicht niet meer dan een begin.

Voor de christelijke partijen ligt de zaak ook relatief eenvoudig. Voor CDA, ChristenUnie en SGP zijn de zaken duidelijk. Godsdienstvrijheid betekent ook de vrijheid volgens de eigen voorschriften te slachten. Enig extra lijden van het dier is daar aan ondergeschikt.

Voor andere partijen is de afweging een stuk gecompliceerder, zeker voor een kabinet dat de opdracht heeft te hoeden over de grondrechten van zijn burgers.

Dierenwelzijn is behoorlijk in de mode geraakt in politiek Den Haag. Thieme en haar partij hebben de afgelopen jaren de vruchten geplukt van hun werk. Maar nu de vrijheid van godsdienst met dat dierenwelzijn botst, wordt de zaak er niet gemakkelijker op. Een partij als de PvdA heeft niet zoveel met het streven van bijvoorbeeld D66 en GroenLinks om uiteindelijk alle uitingen van godsdienst uit de publieke sfeer te bannen. Maar tegelijkertijd wil de partij zich ook profileren als een partij bij wie dierenwelzijn hoog in het vaandel staat.

De uiteindelijke keuze van de sociaal-democraten om in dit geval voor het dierenwelzijn te kiezen is de partij echter slecht bekomen. Binnen de partij is de oppositie fel, hetgeen betekent dat het nog maar de vraag is of bij voortzetting van het debat de partij blijft bij het nieuwe standpunt.

Bij de PVV is het allemaal nog een tikkie zwaarder. Voor Kamerlid Dion Graus is dierenwelzijn een absoluut uitgangspunt, maar hij is wel de enige in de fractie. Wilders koos er voor om hen in dezen te volgen, maar het verzet van andere PVV'ers is groot. Ware het verbod alleen geldend voor islamitisch slachten, dan was er wellicht geen oppositie geweest in de PVV, maar nu roert de joodse lobby zich met enig succes in de gelederen van de partij.

Het allermoeilijkst is de afweging echter voor het kabinet, dat uiteindelijk, mocht het zover komen als ook de Eerste Kamer uiteindelijk de initiatiefwet van Thieme aanneemt, de wet met een contraseign zal moeten bekrachtigen. Staatssecretaris Henk Bleker liet al doorschemeren dat het belang van de vrijheid van godsdienst wellicht te groot is om ritueel slachten te verbieden, maar hij maakte zeer verstandig in het eerste deel van het debat nog geen keuze.

Binnen het kabinet zou minister Piet Hein Donner al hebben aangekondigd dat het contraseign er niet zal komen. En dat is niet zo gek. Elke aantasting van een grondrecht, hoe terecht door de zaak zelve wellicht ook, betekent een precedent. Het is een signaal dat ze niet absoluut zijn. En wat daar de gevolgen van kunnen zijn, wil je liever niet weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden