Column

Ritueel

Fifine was haar naam. Ik weet niet waarom mijn grootmoeder haar een troetelnaam had gegeven die onmiskenbaar aan Joséphine deed denken, de eerste vrouw van Napoleon.

En evenmin heb ik ooit geweten waarom diezelfde oma op het idee kwam om een zeug aan de dierenpopulatie van haar Normandische boerderij toe te voegen. Kippen, kwartels, konijnen of eenden pasten beter, vond ik toen, bij haar levensstijl. Ze liepen overal rond op het erf, deden hun behoeftes op de auto van mijn vader en als je de keukendeur vergat te sluiten vond je soms een paar van die beesten terug op de eettafel.

Maar Fifine kreeg een eigen omheinde ruimte. Het beest was ongelofelijk sociaal en zocht altijd de hand die haar moest aaien. Ze had een speciale band met mijn grootmoeder, die ze iedere ochtend met kleine sprongen en wat geknor verwelkomde. "Ze is het zusje dat ik nooit heb gehad", lachte de boerin terwijl ze soms een klapzoen op haar snuit plakte. Voor het jochie dat ik was, bleef Fifine een imposante verschijning. Een beetje angstaanjagend zelf. Dat rozige lijf en die observerende oogjes leken me af en toe te menselijk. Alsof de hiërarchie tussen mens en dier door Fifine werd gelogenstraft. Later las ik dat het DNA van varkens voor 95 procent overeenkomt met dat van mensen en dat die beesten nog intelligenter zijn dan honden. Fifine leefde een paar jaar gelukkig onder de klapzoenen van haar eigenares.

Maar op een zomerdag, tijdens de schoolvakantie, zag ik bij aankomst gelijk dat de omheinde ruimte van de zeug leeg was. Fifine had eindelijk toestemming gekregen de keuken te betreden. Ze was zelfs overal: in de ijskast, de proviandkelder, de wekpotten en, natuurlijk, twee keer per dag op de eettafel. Opgewarmd, gekonfijt, gestold, gehakt of gesmeerd in de vorm van paté, bloedworst, saucisson enzovoort. Toen ik oma vroeg of ze al een nieuwe Fifine had besteld, zag ik haar gezicht verstrakken en haar ogen vochtig worden. "Nooit meer", antwoordde ze. De dood van Fifine was een van de moeilijkste beproevingen van haar leven geweest.

In die tijd mocht de slager varkens op de boerderij zelf slachten en de hele dag 'klaarmaken'. De helft van het beest was dan voor hem. Oma vertelde met afgrijzen hoe Fifine was begonnen te schreeuwen toen ze de slager opmerkte. Ze wist precies dat haar laatste uur had geslagen. Varkens bezitten ook een zeer goed ontwikkeld reukorgaan en die man moet naar bloed en dood hebben geroken. Tot het fatale moment heeft Fifine hartverscheurende kreten geslaakt. Haar ogen gericht op de slager, ze riep de hulp in van mijn grootmoeder in een ondraaglijke herrie. Maar de grote zus liet verstek gaan en vluchtte, laf en schuldbewust, naar de keuken. De enige verdoving die Fifine kreeg was een slag op haar hoofd met de zware stok die haar moordenaar bij zich droeg.

De zeug stierf niet in naam van een god, en er werd geen kort gebed opgezegd terwijl haar bloed vloeide. Geen enkele nieuwe wetgeving had haar stress en angst weg kunnen nemen. Het enige ritueel waaraan ze bezweek was dat van de menselijke magen die altijd gevuld moeten zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden