Ritueel van gedwongen vergeten

De opstand in Peking was 25 jaar geleden. Het hardop uitspreken van de datum - liu-si - is er taboe. Hoe een land de geschiedenis gijzelt.

PEKING/HONGKONG - Tanks die langs het Plein van de Hemelse Vrede bulderen. Studenten vervoeren bloedende gewonden, die kronkelen op brancards. Beelden van gespannen partijleiders die de noodtoestand afkondigen in verband met een 'antirevolutionair oproer'. En nog eens 6,4 gigabytes aan informatie, documentaires en foto's van een kwart eeuw geleden, toen straatprotesten voor meer vrijheid de Chinese communistische eenpartijstaat even deden wankelen.

Informatie die taboe is in China, waar het hardop uitspreken van die bewuste datum al voor ongemakkelijke blikken zorgt. Zes-vier, 4 juni, liu-si: het neerslaan van de democratiseringsbeweging wordt met de cijfers van de vierde dag van de zesde maand aangeduid. Zelfs die cijfers kunnen nu even niet. Tik een cijfercombinatie met 64 in op een zoekmachine en internet loopt vast. Censuur. Dat hoort bij het vaste ritueel van gedwongen vergeten.

Vandaar dat activist Lee Cheuk-yan in Hongkong de '6-4-memorystick' verkoopt voor 12 euro, als tegengif tegen het collectief geheugenverlies op het vasteland. "Ze kunnen onmogelijk alle tassen van alle mensen die bij Hongkong de grens overgaan doorzoeken op een usb-stick. We hopen dat Chinezen de historische beelden bekijken en die verder verspreiden", zegt Lee.

Zijn Hong Kong Alliantie, die Chinese democratiseringsbewegingen ondersteunt, heeft vorige maand een herdenkingsmuseum voor de vierde juni geopend. Een tijdlijn in de vorm van een doolhof loodst de bezoekers door de lente van 1989 naar een digitale versie van de Pekingse binnenstad op de nacht dat het leger ingreep. Met muisklikken kan iedereen zelf zoeken naar de honderden doden en wat hun namen waren. Op flarden audio van de historische beelden na is het muisstil; de meeste bezoekers ontwijken beleefd een poging tot gesprek. "Ik heb zakelijke belangen met Chinese bedrijven. Je weet maar nooit." Of simpelweg: "Ik woon in de Volksrepubliek."

Zelfs dit herdenkingsmuseum van nog geen 250 vierkante meter kwam er niet zonder slag of stoot. Een andere eigenaar in het onopvallende kantoorgebouw heeft een rechtszaak tegen de Alliantie aangespannen. Zogenaamd omdat de toestroom van honderd bezoekers per dag de liften bezet houdt, maar waarschijnlijk zit de lange arm van Peking achter de obstructie, denkt Lee.

Hongkong hoort bij China, maar de havenstad heeft een vrijer politiek systeem, zodat dit het enige stukje China is waar de vierde juni wordt herdacht. Zonder de grote bijeenkomsten op de dag van het bloedbad en het museum zouden de herinneringen sneller zijn vervaagd, zegt Lee. "Chinezen van het vasteland die de beelden uit 1989 voor het eerst zien, zijn zwaar geschokt. Ze weten echt niet wat er toen is gebeurd."

Spandoeken

Toen de studentenprotesten in mei 1989 heviger werden en het woord 'democratie' steeds vaker opdook op de spandoeken op het Plein van de Hemelse Vrede, zamelde hij geld in en ging naar Peking met donaties, tenten en medicijnen. "Veel mensen in Hongkong hadden ineens hoop. Een democratisch China betekende een waarborg voor onze vrijheid in Hongkong."

In de nacht van de derde juni gingen echter de lichten uit op het plein. Vrienden brachten hem in veiligheid in een hotel. Daar luisterde hij naar tanks en panisch geschreeuw, tot hij de machteloosheid niet meer kon verdragen. "Ik ging naar buiten en hielp gewonden naar het ziekenhuis te brengen. Daar lagen de lijken opeengestapeld in de gang."

Hij mocht China pas verlaten toen hij een papier ondertekende waarin hij afstand nam van de protesten. Sindsdien doet Lee vanuit Hongkong in de rol van politicus en activist er alles aan om het vlammetje van de herinnering brandend te houden, maar met spijt in zijn stem erkent hij dat de Communistische Partij de slag gewonnen heeft. "Het Westen heeft de illusie dat de explosief gegroeide informatietechnologie iets zal veranderen. Natuurlijk, op internet kan iedereen een held zijn, ook in China, maar de Communistische Partij is in staat de publieke opinie volledig te controleren."

Botte censuur is maar een van de vele middelen in het arsenaal van stabiliteitswerk, zoals dat in partij-jargon heet. De staat heeft genoeg mensen en middelen om alle betrokkenen nauwkeurig in de gaten te houden en het leven van diegenen die stil willen blijven staan bij die juni-nacht, te verzieken met staatscontrole. Elke Chinees is doordrongen van het besef dat het onveilig is veel te weten over liu-si. Zelfs activisten zijn meer geneigd hun mond te houden, om hun familie en kinderen niet op te zadelen met hun problemen met de overheid.

Dit jaar is het micromanagement van de stabiliteitshandhaving eerder begonnen dan ooit. Selfie maken op het Plein van de Hemelse Vrede? Mag niet. Plein filmen vanaf een discreet dakterrasje van een nabijgelegen horecagelegenheid? De manager verzoekt beleefd de beelden te wissen; in december hebben alle uitbaters van commerciële gebouwen rond het Plein al te horen gekregen op journalisten te letten. Inmiddels zitten meer dan vijftig mensen die niet willen vergeten, al vast op verdenking van 'ruzie zoeken en problemen veroorzaken', een misdrijf dat dit jaar speciaal in het leven geroepen lijkt om kleine bijeenkomsten over liu-si in de privékring, die voorheen geen aandacht trokken, al weken voor de zwarte dag te criminaliseren.

"Zo is mijn advocaat ook verdwenen", meldt schrijver Du Bin. Deze veertiger groeide op in een provincieplaatsje, waar niemand over '1989' sprak. "Niemand wist ervan. Pas toen ik in het leger ging, hoorde ik zijdelings dat hoge officieren verdwenen omdat ze iets over liu-si zeiden. Ik geloofde echter dat de Communistische Partij goed bezig was, omdat onze levensomstandigheden sterk verbeterden."

De partij verraste vriend en vijand door de economie open te gooien, met een bevel aan de Chinezen: ga voor die welvaart en laat politiek maar aan de partij over. Deze succesformule werkte, en niet alleen in China. Anno 2014 is er geen land dat Peking tegen de haren in wil strijken over zo'n oud bloedbad: handelsbetrekkingen zijn belangrijker. En het volk zelf heeft het veel te druk met zich in het nieuwe tijdperk van ongebreidelde economische groei overeind te houden - of rijk te worden.

Censuur omzeilen

Slechts een enkeling, zoals Du Bin, zoekt de confrontatie. Toen hij tien jaar geleden technische foefjes leerde om internetcensuur te omzeilen, kreeg hij met terugwerkende kracht de schok over 1989 te verwerken. Hele nachten zat hij huilend achter zijn computer en bekeek foto's. Vorig jaar zomer publiceerde hij een bundeling van ooggetuigenverslagen, en werd direct opgepakt. Tijdens de 32 dagen ondervragingen moest hij een schuldbekentenis tekenen: hij had 'geruchten' verspreid met zijn boek. Zijn identiteitsbewijs, paspoort, bankpasjes en andere 'bewijzen' liggen nog steeds bij de politie: hij staat nog altijd onder toezicht.

"Emigreer dan, als je het niet kunt laten in het verleden te spitten, adviseren vrienden. Zelfs westerse landen durven China niet te irriteren door over 1989 te praten. Diep triest vind ik dat," zegt Du. Maar hij is slechts een korrel zand in de goed geöliede machine van vergetelheid. Vriend en vijand concludeert dat de staat de grote winnaar is. "Niet door de dromen en idealen van die generatie achteraf stap voor stap te realiseren, maar door ruilhandel. Jullie geven je vrijheid op in ruil voor economische status en wij regeren jullie", zegt Chan Ching Wa, die als Hongkongse student in 1989 bij de protesten was. Destijds gaf hij het regime een jaar overlevingstijd, nu constateert hij dat vrijwel iedereen gekozen heeft voor die ruil.

"Demonstranten droegen spandoeken met 'wij willen democratie' en 'weg met de partijleiding', maar feitelijk geloofde de meerderheid voor het neerslaan van de protesten in 1989 dat de Communistische Partij het in principe goed voor had met China", aldus Chan. Een beetje meer vrijheid, meer mogelijkheden binnen het Chinese economische systeem, aansluiting op de rest van de wereld; dat was in een notedop wat die miljoenen mensen met hun hoofdbandjes en protestmarsen vroegen van de machthebbers. Dat kregen ze maar ten dele, zegt Chan. "Echte vrijheid is het niet. Intellectuelen, jongeren en de nieuwe middenklasse reizen, ze weten wat er in de wereld te koop is, en blijkbaar nemen ze genoegen met de Chinese situatie. Maar dat wil niet zeggen dat ze in de partij geloven."

Op haar beurt vertrouwt de staat de onderdanen niet. De herinnering uitbannen is niet genoeg; er is een vrijwel perfect systeem van 'wei-wen', stabiliteitshandhaving, gecreëerd, dat meer regeringsbudget krijgt dan defensie. Anno 2014 wordt de publieke opinie zo goed in de gaten gehouden dat onrust in de allerprilste kiem kan worden gesmoord. Rumoer om plaatselijke misstanden - bijvoorbeeld de bouw van een vervuilende fabriek of oneigenlijke sloop van woningen - mag. Niet altijd, meestal maar even en het is geen recht. Zodra protesten groter worden of zich richten op een algemener thema, dat raakt aan de legitimiteit van de partij, is het onmiddellijk afgelopen.

Iedere Chinees weet dat en plooit zich er zwijgend naar.

De dagen voor 4 juni

17 april 1989: Duizenden mensen herdenken op het Plein van de Hemelse Vrede de overleden Hu Yaobang, een hervormingsgezinde politicus die in ongenade is gevallen.

18-21 april: Studenten op universiteiten in verschillende steden eisen rehabilitatie van Hu en gaan de straat op.

26 april: Het Volksdagblad veroordeelt studentendemonstraties als antirevolutionair.

13 mei: Hongerstaking studenten begint. Scheuring in het Politburo over de aanpak: voorstanders van politieke hervormingen staan tegenover dogmatici die protesten als bedreiging zien.

17 mei: Demonstratie van meer dan een miljoen mensen in Peking.

19 mei: Einde hongerstaking.

20 mei: Militaire eenheden trekken Peking binnen, maar stuiten op verzet bevolking en dringen niet tot het centrum door. Noodtoestand uitgeroepen.

23 mei-3 juni: Zuivering van hervormingsgezinde politici in partijtop begint. Studenten ontruimen deels het plein. Troepen trekken zich terug buiten Peking.

2 juni: Verdeeldheid binnen de studentenbeweging: radicale vleugel stuurt aan op confrontatie, gematigde studenten willen het plein verlaten. Partijleider Deng Xiaoping beveelt ontruiming van het plein.

3-4 juni: Leger opent vuur op burgers en demonstranten. Honderden, zo niet duizenden doden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden