Risicotaxatie / Beoordelen proefverlof tbs kan veel beter (opinie)

Echte deskundigen moeten oordelen over proefverlof voor tbs’ers. En niet een ratjetoe van psychiaters en psychologen, zoals nu het plan is.

Strikt onafhankelijke deskundigen gaan beoordelen of een tbs’er op verlof kan, heeft minister Hirsch Ballin vorige week beloofd aan de Tweede Kamer. Ook komt er een speciaal register van forensische deskundigen die als expert geraadpleegd kunnen. Dat klinkt kloek en overtuigend. Maar het plan is helaas ontoereikend. Incidenten als die met Wilhelm S. (vermoordde een man op een woonboot) zullen zich herhalen.

Het probleem is dat de extra deskundigen die het kabinet belooft, niet voldoende deskundig zijn. Onafhankelijk zijn ze evenmin.

Wat is er aan de hand? Binnen de Nederlandse tbs-sector woedt al jaren een schoolstrijd tussen twee groepen behandelaars. De ene groep onderzoekt de psychische gesteldheid van de dader door veel met hem te praten over zijn levensgeschiedenis en huidige klachten. De andere groep behandelaars gebruikt daarentegen gestandaardiseerde risicotaxatie-instrumenten. Van bepaalde risicofactoren is wetenschapelijk bewezen dat ze krachtige voorspellers zijn van recidive.

Deze schoolstrijd loopt gedeeltelijk parallel met de scheidslijn tussen psychiaters en psychologen. Psychiaters praten vaker, psychologen testen vaker. De eerste benadering benadrukt sterk de uniciteit van het individu en kent een bijna heilig geloof in het klinische oordeel. De tweede benadering zet daar juist grote vraagtekens bij. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat dit oordeel feilbaar is. Gevaarlijk is dat vooral bij psychopathische daders, virtuozen in het om de tuin leiden van hun gesprekspartners.

Precies daarom zijn de laatste tien jaar in de forensische psychologie risicotaxatie-instrumenten ontwikkeld. Die voorspellen veel nauwkeuriger dan het klinische oordeel van de psychiater. Een voorbeeld is de HCR-20-methode, een in Canada ontwikkelde checklist om het risico op toekomstig gewelddadig gedrag in te schatten.

Wij onderzochten Nederlandse tbs’ers die op basis van het zuiver klinische oordeel begin jaren negentig werden vrijgelaten. Van diegenen die hoog scoorden op de HCR-20, pleegde na zeven jaar 62 procent een nieuw – vaak zeer ernstig – geweldsdelict. Van diegenen die laag scoorden pleegde 0 procent een nieuw delict. Veel nieuwe delicten hadden dus voorkomen kunnen worden als deskundigen standaard gebruik hadden gemaakt van deze checklist. Een voorwaarde is wel zij daartoe zijn opgeleid. In Engeland, de VS en Canada is zo’n opleiding forensische psychologie volstrekt normaal. Het gebruik van een methode als de HCR-20 vereist nogal wat voorkennis (van statistiek, psychodiagnostiek, forensische psychologie). Een goed instrument in ondeskundige handen is op zijn best een schijnverbetering, in het ergste geval valse zekerheid.

Ook de parlementaire onderzoekscommissie voor de tbs erkende dit voorjaar dat het in Nederland ontbreekt aan specifieke opleidingen forensische psychologie en psychiatrie. Iedere pas afgestudeerde psycholoog of psychiater kan solliciteren naar een baan in een tbs-kliniek. Dit is een groot probleem, gezien de complexe problematiek van tbs’ers en het juridische kader. Daarom zijn wij verbaasd dat de Kamer vorige week akkoord is gegaan met het kabinetsplan om een register van forensische deskundigen in te stellen, waarin de experts van het Pieter Baan Centrum en de Forensisch Psychiatrische Dienst automatisch zijn opgenomen. Dit is geen register van deskundigen, maar een ratjetoe van psychiaters en psychologen met uiteenlopende forensische ervaring en deskundigheid. Hiermee laat het kabinet ook een belangrijke kans liggen om te kiezen voor een wetenschappelijk bewezen werkwijze in de tbs-sector. Het Pieter Baan Centrum en de Forensisch Psychiatrische Dienst zijn onlangs gefuseerd in het nieuwe NIFPP: Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. Juist daar werken nogal wat diehards die zich verzetten tegen de empirisch-wetenschappelijk stroming.

Het idee van een register is goed. Maar toelating moet gebaseerd zijn op aantoonbare deskundigheid. In Angelsaksische landen gelden voor registers strenge toelatingseisen. Als het plan niet snel in de prullenbak belandt, zitten rechters straks opgescheept met incompetente deskundigen.

De nieuwe aanpak is om nog een reden merkwaardig. Tbs-klinieken zijn al verplicht om te werken met de gestandaardiseerde risicotaxatie-instrumenten. Die verplichting geldt niet voor het NIFPP. De minister heeft nu beloofd dat verlofaanvragen van tbs’ers in geval van twijfel voorgelegd worden aan drie onafhankelijke psychiatrisch adviseurs, van de NIFPP. Maar het NIFPP is niet onafhankelijk van het ministerie van justitie, het ressorteert er immers onder. Bovendien ligt het allerminst voor de hand om psychiaters in te schakelen. Het zijn immers juist de forensisch psychologen die bedreven zijn in het gebruik van risicotaxatie-instrumenten. Het enige dat telt is de deskundigheid om wetenschappelijk bewezen instrumenten in te zetten bij het omlaag brengen van het bedroevend hoge recidive percentage. Daarvan zien we niets terug in de nieuwe aanpak.

Prof. dr. Corine de Ruiter en prof. dr. Harald Merckelbach zijn hoogleraar forensische psychologie en hoogleraar toegepaste psychologie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden