Risico's van overstromingen in kaart gebracht

DELFT - Nog dit jaar krijgt minister Netelenbos van verkeer en waterstaat een rapport over een nieuwe benadering van de overstromingsrisico's. Daarin worden de kansen op dijkdoorbraken voor acht dijkringgebieden - waaronder die van Zuid-Holland, Friesland en Groningen - 'verfijnd' beschreven. Er wordt uitgegaan van de geldende Deltanorm en verwacht wordt dat de waterkeringen tot ver in de volgende eeuw extreme waterstanden zullen kunnen weerstaan.

HUIB GOUDRIAAN

De nieuwe visie wordt, op verzoek van de minister, ontwikkeld door de Technische Adviescommissie Waterkeringen (TAW). Ir. Richard Jorissen, hoofd van de Dienst weg- en waterbouwkunde (Rijkswaterstaat) in Delft, draagt de onderzoeksgegevens hierbij aan. “Het is de bedoeling de overstromingskansen voor heel laaggelegen Nederland, en de gevolgen van die overstromingen, in kaart te brengen.” In het onderzoek worden overstromingsrisico's vergeleken met andere risico's. “Bijvoorbeeld met die van een ramp in de petro-chemische industrie of met de kansen op een verkeersongeluk.”

In de brochure 'Veiligheid van waterkeringen, TAW Marsroute' schrijft de adviescommissie dat het huidige beleid te zeer uitgaat van de kans op een bepaalde hoge waterstand. Terwijl de kans op een dijkdoorbraak en als gevolg daarvan de kans op een overstroming tot nu toe onbekend is. “De Deltawerken en ook de verbeterde rivierdijken zijn berekend op extreem hoogwater”, licht Jorissen toe. “De waterkering mag bij die waterstand dan niet falen of bezwijken. Maar ook bij lagere waterpeilen kunnen door onvoorziene omstandigheden dijkdoorbraken optreden. Een voorbeeld hiervan is de aanvaring van een schip met een waterkerende sluis, of menselijk falen. Bovendien is niet zeker wat er gebeurt wanneer een verwachte extreme waterstand die een dijk wordt geacht te weerstaan, net iets wordt overschreden. Een vraag: breekt de dijk dan direct door of is er nog reserve over?” Op zulke 'verfijningen' is het onderzoek van de commissie voor alle 53 dijkringgebieden gericht.

Betekent dit dat de kansberekeningen uit 1960, gemaakt door de Deltacommissie die direct na de watersnoodramp (1953) aan de slag ging, moeten worden bijgesteld? Zijn de Deltawerken verouderd? “Nee, de aanbevelingen van de Deltacommissie blijven het uitgangspunt. Het werk van die commissie wordt slechts gecomplementeerd, vervolmaakt.” De Deltanorm, die inhoudt dat de zeeweringen een stormvloed van eens in de 10 000 jaar, en de rivierdijken een hoogwater van eens in de 1 250 jaar moeten kunnen weerstaan, kan tot ver in de volgende eeuw blijven gelden. Volgens Jorissen kunnen de Nederlanders erop vertrouwen dat de Deltadijken en -dammen, evenals de in 2000 volgens de norm voltooide rivierdijken, extreme waterstanden en golven zullen kunnen weren.

“Over klimaateffecten en zeespiegelrijzing maak ik me minder zorgen. Mochten de inzichten op dat punt veranderen, dan hebben we de technische mogelijkheden om het ontwerp van dijken bij te stellen. Dit onderzoek komt niet voort uit vrees voor de zeespiegelrijzing, die nu voor de hele volgende eeuw op totaal 60 centimeter wordt geschat. Ook al zou die prognose bijvoorbeeld 80 centimeter worden, dan is dat geen probleem. Het is al standaardbeleid om de eisen aan dijken aan te passen (om de vijf jaar wordt de waterstand behorend bij de norm herzien).”

Richard Jorissen vindt het inklinken, het dalen van de bodem van laaggelegen Nederland veel zorgwekkender. “Sinds de middeleeuwen is ons land meters gedaald door bemaling, één van de hoofdoorzaken van de inklinking, terwijl de zeespiegelrijzing al die tijd beperkt bleef tot decimeters. Door het intensieve bodemgebruik en de grote bedreigingen waaraan we blootstaan is het land zeer kwetsbaar. Ook dit is een doorslaggevende reden om vroegtijdig na te denken over eventuele mogelijkheden om de veiligheid te verbeteren.”

In een terugblik op de periode van bijna veertig jaar tussen de voltooiing van de Stormvloedkering Hollandse IJssel (1958) en ingebruikneming van de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg (1997) past de vaststelling dat de in 1960 beoogde veiligheid tegen de zee is bereikt. Maar de waterbouwkundige Jorissen vraagt zich af of de gemiddelde bewoner van laaggelegen Nederland er wel zo van doordrongen is dat hij of zij leeft bij de gratie van goede waterkeringen. “De bekende normen van een risico van eens in de 10 000 jaar een extreme stormvloed uit zee, en eens in de 1 250 jaar een extreem hoogwater van de grote rivieren, zijn technische normen. Ze kunnen een gevoel van veiligheid geven, maar staan ver van de meeste mensen af. Je kunt het risico van 1:10 000 zien als een enorme dobbelsteen met 10 000 vlakken, waarop in slechts één geval 'hoogwater' staat geschreven. Elk jaar wordt een keer met de dobbelsteen gegooid en afhankelijk van die worp hebben we wel of geen hoogwater. Dit getal lijkt heel klein, maar statistisch gezien heeft een bewoner van de Delta in een mensenleven 0,7 procent kans op een stormvloed vanuit zee, terwijl de kans op hoogwater voor een bewoner van het rivierengebied 6 procent is.”

Het onderzoek van de Adviescommissie, waarvan binnenkort de eerste resultaten bij de minister komen, richt zich eveneens op de vraag of de huidige veiligheidseisen in de juiste verhouding staan tot wát er beschermd moet worden tegen het water. “Die veiligheidseisen zijn destijds afgeleid uit een schadeberekening van een overstroming in Zuid-Holland, kort na de ramp van 1953 die hoofdzakelijk Zeeland had getroffen. Maar sindsdien is de bevolking in dat deel van de Randstad sterk toegenomen, evenals de economische waarde, de infrastructuur. Je kunt je afvragen of de veiligheidsnormen in relatie staan tot de risico's, tot het aantal slachtoffers dat een overstroming nu zal eisen en tot de nu te verwachten economische schade. Populair gezegd: is de premie die we betalen voor de inboedelverzekering langzamerhand niet te laag?”

Betekent dit dat de Nederlanders meer zullen moeten gaan betalen aan de waterschappen? Jorissen: “Het onderzoek geeft inzicht in de overstromingsrisico's die behoren bij de huidige veiligheidsnormen. Het berekenen van overstromingskansen en gevolgen is één ding, het accepteren van de risico's is een ander ding. Dat laatste hoort thuis in een politieke discussie, waarvoor wij alleen de instrumenten aanreiken. Of we meer moeten gaan betalen voor onze bescherming tegen overstromingen hangt af van de uitkomst van dat publieke debat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden