Risico reanimatie bij ouderen veel kleiner dan gedacht

Een scholier oefent reanimeren op een pop.Beeld anp

De kans om als oudere in Nederland na een reanimatiepoging als een 'kasplantje' te eindigen, is aanzienlijk kleiner dan gedacht. Dat valt op te maken uit onderzoek dat gisteren door het AMC is gepubliceerd. Hieruit blijkt dat gemiddeld 12 procent van de 70-plussers een reanimatiepoging buiten het ziekenhuis overleeft. Negen op de tien overlevers verkeert bij ontslag uit het ziekenhuis in goede gezondheid.

Met name dat laatste is opvallend, want de Nederlandse richtlijn hierover schetst een veel onheilspellender beeld. Deze beleidslijn uit 2013 van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG), de branchevereniging voor verplegenden en verzorgenden (V&VN) en de vereniging van verpleeghuisartsen (Verenso) spreekt over vijftig pro- cent kans op 'ernstige blijvende schade' voor de overlevenden. Dat zouden er bovendien geen twaalf, maar slechts acht op de honderd zijn.

Reanimatiepoging
De conclusies staan sindsdien in alle brochures van de NVVE over de zogeheten niet-reanimerenpenning. De NVVE verstrekt deze penning sinds 2007 aan ouderen die om verschillende redenen niet willen worden gereanimeerd. De angst om als een 'kasplantje' te eindigen, is er daar één van. Het afgelopen jaar was er een ware run op de penning en steeg het totale aantal verstrekte exemplaren tot 30.000.

Dat de kansen na reanimatie beter zijn dan gedacht, komt volgens de AMC-onderzoekers eenvoudigweg door de goede Nederlandse reanimatiepraktijk. "Als de ambulance arriveert, is er in meer dan vijftig procent van de gevallen al een AED gebruikt", constateert onderzoeker Steffie Beesems. "Omstanders hebben in tachtig procent van de gevallen zelfs al een reanimatiepoging gedaan. In vergelijking met het buitenland zijn dat echt goede cijfers." Beesems baseerde zich voor haar onderzoek op zo'n 1300 reanimatiepogingen tussen 2009 en 2011 in de provincie Noord-Holland, terwijl de richtlijn uit 2013 leunt op enkele tientallen oudere, internationale onderzoeken.

Destijds waren er geen betere cijfers, zegt Corinne de Ruiter, die namens Verenso als beleidsmedewerker aan de richtlijn mee schreef. Ze noemt de uitkomsten positief, maar denkt wel dat de nieuwste cijfers mogelijk wat vertekend zijn, doordat veel zieke, Nederlandse ouderen zich niet meer willen laten reanimeren. De door het AMC onderzochte populatie zou daardoor volgens haar relatief gezond geweest zijn, met positievere resultaten als gevolg.

Overleg
Volgens onderzoeker Beesems is dat lastig te controleren. "Op een totaal van ruim 1300 onderzochte reanimatiepogingen bleek er maar 37 keer een ambulance te zijn uitgerukt voor iemand die niet wilde worden gereanimeerd. Maar hoe groot de groep was voor wie níet gebeld is, dat weten we natuurlijk niet."

Een ander belangrijk punt noemt ze de mogelijkheid tot het staken van de behandeling in het ziekenhuis. "Als de situatie er in een Nederlands ziekenhuis na een reanimatiepoging echt slecht uitziet voor een patiënt, wordt meestal, in overleg met de familie, besloten om de behandeling te staken. Dit kan een verklaring zijn waarom de Nederlandse overlevers het verhoudingswijs beter doen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden