'Rio' moet bindend klimaatverdrag opstellen

De auteur is lid van het Europees parlement (EVP-CDA) en zal namens het Europees Parlement deel uitmaken van de EG-delegatie naar de UNCED- conferentie.

Wil UNCED werkelijk een succes worden dan zullen de geindustrialiseerde landen moeten aanvaarden dat de toekomstige ontwikkeling van de Derde Wereld vereist dat er met name in de geindustrialiseerde landen maatregelen genomen moeten worden. Als we in het Noorden nu niet aantonen dat wij zelf de bescherming van het milieu serieus nemen, dan kunnen we niet geloofwaardig aandacht vragen voor het milieu in ontwikkelingslanden.

Voorts zullen de geindustrialiseerde landen bereid moeten zijn geld ter beschikking te stellen ter financiering van milieubescherming in ontwikkelingslanden, alsmede ter compensatie van gederfde inkomsten ten gevolge van bij voorbeeld de bescherming van het regenwoud. Wij zullen moeten aanvaarden, ook de milieubeschermers pur sang, dat zeker voor ontwikkelingslanden economische groei niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk is.

De behoefte aan voedsel, onderdak, gezondheidszorg, onderwijs etc. is daar zo groot, dat forse economische groei nodig is, te meer daar milieuproblemen in ontwikkelingslanden nauw verband houden met armoede. Wil de noodzakelijke economische groei tegelijkertijd duurzaam zijn, dan is overdracht van technologie een noodzakelijke voorwaarde.

In verband met het bovenstaande heeft het Europees Parlement ten aanzien van de UNCEDconferentie de EG opgeroepen zich in te zetten voor het realiseren van

de totstandkoming van een bindend klimaatverdrag;

bindende afspraken inzake technologie-overdracht van Noord naar Zuid;

de bestudering van methoden, volgens welke de milieukosten in de prijzen van grondstoffen en verwerkte produkten kunnen worden doorberekend. In het Handvest van de Aarde wordt het principe aanvaard maar er moet ook overeenstemming zijn over de methode die men toepast;

de creatie van een speciaal financieel instrument, ter vergroting van het budget van het GEF (het Global Environment Fund), dus geen apart fonds om ontwikkelingslanden te helpen hun milieuverplichtingen, die het nationale kader te buiten gaan, na te komen.

Verplichting

Met betrekking tot de totstandkoming van een bindend klimaatverdrag is het te betreuren dat er in de voorbereiding van de UNCED-conferentie tot nu toe slechts overeenstemming is bereikt over een streven gericht op de terugdringing van de uitstoot van kooldioxyde, zonder dat er in het beoogde klimaatverdrag sprake zal zijn van een verplichting terzake.

De EG zal dan ook in ieder geval voor de EG zelf wel moeten blijven vasthouden aan de concrete en verplichtende doelstelling t.a.v. de terugdringing van de CO2 uitstoot (in 2000 een CO2 uitstoot die overeenkomt met het niveau van 1990). Dat is er echter niet gemakkelijker op geworden nu de Europese Commissie besloten heeft om alleen dan een energieheffing in te voeren wanneer ook de VS en Japan dat doen.

Het EG-voorstel is in wezen een lege huls, aangezien het niet voor de hand ligt dat de VS zich aan zo'n ecotax zal willen binden. President Bush zal wat dit betreft wel vasthouden aan zijn uitspraak: "Read my lips, no new taxes" . Op deze basis is het niet erg waarschijnlijk dat er een energieheffing - die gezien werd als belangrijkste middel om een terugdringing van de CO2 uitstoot te bewerkstelligen - ingevoerd wordt.

Als de commissie vanwege de concurrentie-positie bij haar standpunt blijft om niet eenzijdig binnen de EG over te gaan tot het invoeren van een energieheffing, dan zal de EG anderszins moeten bewerkstelligen dat wij onze verplichtingen ten aanzien van het terugbrengen van de uitstoot van kooldioxyde nakomen, in het niet onwaarschijnlijke geval dat de VS tegen de invoering van een ecotax is.

Boete

De EG zou dan ook een alternatieve methode in portefeuille moeten hebben op het moment dat zij naar Rio vertrekt. Te denken valt hierbij bij voorbeeld aan verhandelbare emissierechten voor de energieverbruikers. Om het energieverbruik te stabiliseren op het niveau van 1990 dient te worden berekend hoeveel energie een bepaalde verbruiker mag gebruiken en indien men boven die hoeveelheid uitkomt zou een boete moeten worden betaald. Met andere woorden een soort uitgestelde heffing.

Een ander alternatief is dat de terugdringing van het energieverbruik wordt verwezenlijkt door middel van convenanten met de grote energieverbruikers, energie-paragrafen in milieuconvenanten en EG-voorschriften ten aanzien van produkten.

De EG is op dit punt echter tot op heden schromelijk tekortgeschoten. Er was bij de EG-milieuraad van 26 mei jl. geen concreet voorstel van de Europese Commissie, zodat de milieuministers geen besluit konden nemen, noch over een Europese energieheffing, noch over alternatieve methoden om het energieverbruik terug te dringen. De commissie heeft zich zeer duidelijk aan haar verantwoordelijkheid onttrokken door niet met concrete voorstellen over het terugdringen van het energieverbruik te komen.

Als de EG meent dat zij niet alleen economisch maar ook politiek een rol moet spelen in de wereld, dan moet zij ook bereid zijn initiatieven te nemen. Het feit dat de EG-Commissaris Ripa de Meana weigert de EG te vertegenwoordigen op de UNCED-conferentie maakt de zaak naar mijn mening nog erger. Juist vanwege de toegenomen politieke rol van de EG hebben velen zich er voor ingezet dat de Europese Commissie als volwaardig deelnemer aanwezig kon zijn bij de conferentie, en niet slechts als toehoorder. Als de verantwoordelijke commissaris dan meent thuis te kunnen blijven, onttrekt hij zich ten tweede male aan zijn verantwoordelijkheid en geeft de commissie mijns inziens blijkt de aan de EG toebedachte politieke rol nog niet aan te kunnen.

Extra middelen

Ook op het punt van het ter beschikking stellen van financiele middelen ten behoeve van ontwikkelingslanden is de milieuraad van 26 mei jl. niet met harde afspraken gekomen. Zoals het er nu uitziet kan de EG in Rio niet hardmaken dat de lidstaten in het jaar 2000 0,7 procent van hun bruto nationaal produkt aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. Wel lijkt het erop dat de EG en de 12 lidstaten bereid zullen zijn extra financiele middelen ter beschikking te stellen van het Global Environment Fund (GEF). Dat geeft weer enige hoop aangezien ook dit een wezenlijk punt is, daar waar het gaat om te komen tot een succesvolle afsluiting van de wereldmilieu-conferentie. Een forse vergroting van het GEF is noodzakelijk willen de ontwikkelingslanden hun verplichtingen op het gebied van de bescherming van de ozonlaag of regenwouden na kunnen komen.

Indien er vanuit de geindustrialiseerde landen gelden beschikbaar gesteld worden dan kunnen we ook met recht stellen dat er met betrekking tot het mondiale milieu geen soevereiniteit kan bestaan van de wijze waarop landen met hun milieu omgaan, wanneer dit tenminste landsoverschrijdende gevolgen zal hebben. Wat dit betreft is het een zwak punt in de opstelling van de ontwikkelingslanden, zoals dat in Kuala Lumpur bleek, om enerzijds het soevereine beheer van hun eigen bodem en natuurschatten op te eisen en tegelijkertijd financiering vanuit het Noorden te vragen. Het financieel instrument is bedoeld om ontwikkelingslanden te helpen hun milieuverplichtingen na te komen. En deze verplichtingen stellen nu juist grenzen aan de soevereiniteit.

Zowel ten aanzien van de opstelling van de geindustrialiseerde landen als ten aanzien van de opstelling van de ontwikkelingslanden blijven er nog grote onzekerheden die een werkelijk succes van de wereldmilieuconferentie kunnen beinvloeden. Veel zal afhangen van de uiteindelijke bereidheid op de conferentie zelf verder te gaan dan nu het geval lijkt.

De vraag 'Rio top of flop?' is op dit moment nog niet eenduidig te beantwoorden. Wel is inmiddels duidelijk dat de EG veel minder de haar toegedachte voortrekkersrol zal spelen. Maar zelfs als de wereldmilieuconferentie minder concrete resultaten dan verwacht zal opleveren, dan nog is het duidelijk dat de door de conferentie gelegde koppeling van de wereldmilieuproblemen aan de onderontwikkeling in het Zuiden en de consumptie- en produktiepatronen in het Noorden, vanaf nu niet meer ongedaan kan worden gemaakt.

De wereldmilieuconferentie zal in ieder geval een begin zijn van een blijvende aandacht voor milieu en ontwikkeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden