Riley legde in de jaren zestig met ’In C’ de basis voor het minimalisme

Terry Riley gaf improvisatie een rol te geven in gecomponeerde muziek. (Trouw)

Aan het begin van het nieuwe jaar belicht Trouw werken die een culturele omslag hebben ingeluid. Aflevering 1: ’In C’ van Terry Riley.

’Jezus, noemen jullie dat muziek?” De brandweerman die op 6 november 1964 het San Francisco Tape Music Centre binnenstapte, wist niet wat hij hoorde. ’In C’ van Terry Riley (1935) beleefde zijn tweede uitvoering die week in de kleine zaal die plaats bood aan zo’n honderd man publiek. Lyndon Johnson had die week de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen. Het was het begin van het hippietijdperk – hoewel de Summer of Love nog drie jaar op zich zou laten wachten.

Op last van de brandweer werden in die tijd nogal wat gebouwen tijdelijk gesloten, als de autoriteiten dachten dat er subversieve bijeenkomsten in het verschiet lagen. Ook op die zesde november vermoedde men seks en drugs. En het moet er op het eerste oog ook zo uit hebben gezien: een kleurrijk publiek dat zichzelf in de pauze overvloedig met wijn had besprenkeld en dat op de vloer van de bomvolle zaal lag te kijken naar een psychedelische lichtshow op het plafond.

En dan die muziek! Hoewel de deelnemende musici van die avond allemaal nuchter zeggen te zijn geweest, moet ’In C’ destijds hebben geklonken alsof het van een andere planeet kwam: een muur van klank vol herhalingen in welluidende motieven, zonder hiërarchie tussen de spelers, op een puls die een uurlang ononderbroken doorhamerde op de hoge C’s van een piano. Was het jazz of klassiek? Of was het gewoon herrie?

Nou is het de vraag of diezelfde brandweerman meer waardering had gehad voor de officiële, academische stijl uit die tijd: het serialisme. Die stroming moest niks hebben van toonsoorten, dansbare ritmiek of fluitbare melodietjes – in de stellige overtuiging dat de muziekgeschiedenis zich in een kaarsrechte lijn zou ontwikkelen, gemeten vanaf Schönberg en Webern. Maar de echte revolutie komt vaak uit onverwachte hoek.

Voor 1964 reisde Riley door Europa en Rusland als jazzpianist – en probeerde hij het element van improvisatie een rol te geven in zijn eigen gecomponeerde muziek. Het werk van zijn academische collega’s noemde hij ooit ’neurotisch’: „Het feit dat seriële muziek zijn oorsprong vond in het Wenen van Freud kan geen toeval zijn.”

Zijn ultieme antwoord was ’In C’: muziek die bestaat uit eenvoudige patronen en een heldere puls, in geleidelijke veranderingen die op een improvisatie-achtige manier tot stand komen, uitgestrekt over een lange tijd. Bijzonder: de tijdsduur van het werk wordt bepaald door de spelers.

Hoewel een gemiddelde uitvoering van ’In C’ tussen een half uur en een uur duurt, bestaat de partituur slechts uit één pagina met noten, verdeeld over 53 motieven. De instrumentatie en het aantal uitvoerders laat Riley vrij. De spelers besluiten tijdens het spelen individueel wanneer ze overstappen naar een volgend motief, maar mogen onderling niet meer dan drie motieven uit elkaar liggen. Dat levert stapelingen van verschillende patronen op, in een strak ritmisch raster.

Geen twee uitvoeringen ’In C’ klinken zo hetzelfde, maar het stuk is door zijn pregnante motieven wel altijd herkenbaar. De enige constante is een herhaald aangeslagen C in de hogere octaven van de vibrafoon of piano – volgens de overlevering een pragmatische inbreng van de jonge Steve Reich tijdens de repetities van het toen kersverse stuk.

’In C’ was in meerdere opzichten een statement. Het stond niet alleen in de meest eenvoudige toonsoort denkbaar, die als een banier de titel vormt. Het werk vormde een brug tussen de genoteerde klassieke muziek en de improvisaties in de jazz. ’In C’ gaat behalve over samenspelen vooral over luisteren, over collectief richting geven aan een non-hiërarchische groep. Dat zou hét thema van de samenleving in de jaren zestig en zeventig worden.

Naar aanleiding van de première kopte de San Francisco Chronicle enthousiast: ’Music Like None Other on Earth’. Want hoewel het voor brandweer en publiek misschien niet onmiddellijk evident was, legde Riley met ’In C’ de basis voor het minimalisme. Na de vroege dood van het serialisme blijkt die stroming tegenwoordig de meest levensvatbare en breedst beluisterde in de hedendaagse klassieke muziek: zonder Riley geen Steve Reich, Philip Glass, Arvo Pärt of Louis Andriessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden