Rik Wouters koos voor het licht en het leven Zwarte rand rond huiselijk geluk van jonge schilder

T/m 25 sept. in het Provinciaal Museum, Romestraat 11, Oostende, di-zo 10-18 uur. Cat. Bfrs. 1100. Van 7 okt. t/m 9 jan. is de expositie te zien in Museum Van Bommel-Van Dam, Venlo.

Wouters heeft met een groot aantal schilders aan het einde van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw gemeen, dat zijn werk in een periode van nog geen tien jaar tot stand kwam en dat hij in de bloei van zijn leven stierf. Net als Vincent van Gogh, Georges Seurat, Henri de Toulouse-Lautrec, de Duitsers Franz Marc en August Macke (die op het slagveld sneuvelden) en Amadeo Modigliani, stierf Wouters ver voor zijn veertigste. Hij overleefde de oorlogshandelingen in het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog, waaraan hij als soldaat in actieve dienst had deelgenomen. Hij overleed in 1916 in Amsterdam waar hij als balling onderdak had gevonden, aan aangezichtskanker in zijn 34ste levensjaar.

Zijn werk was in 1916 nog zeker niet uigekristalliseerd. Wouters was aan het begin van deze eeuw een nieuwsgierig schilder. Hij keek veel rond en liet zich beinvloeden door de grote voorbeelden uit de moderne schilderkunst. Hij had al naam gemaakt met een aantal beelden, toen hij zich als schilder ging ontplooien. Om zijn stijl te vinden, oriënteerde hij zich op het werk van twee schilders, de Fransman Paul Cézanne en zijn landgenoot James Ensor, voor wie hij altijd een grenzeloze waardering zou houden.

Van Ensor leende hij het kleurgebruik, de vrije penseelvoering, meer nog dan het surreële karakter dat uit zijn werk spreekt. Net als Ensor koos Wouters het interieurstuk als zijn voornaamste onderwerp. Maar ging het bij Ensor om muffe kamertjes waarin de bourgeoisie resideerde, bij Wouters stonden de ramen wijdopen en kon het licht een spel van invallen en reflecties beginnen. Cézanne heeft hem beinvloed in de wijze om de compositie constructief op te bouwen en waarschijnlijk ook in de neiging om de vorm een lichte abstrahering te geven. Anderzijds keek Wouters ook met veel interesse naar het fauvisme en futurisme, stromingen die in de jaren '10 zo actueel waren. Wouters is nooit een echte 'wilde' geweest, maar hij was wel geïmponeerd door de vrije wijze van schilderen die uit de stroming sprak. Zijn belangstelling voor beide stijlen komt vanaf 1911, 1912 naar voren. Wouters zou zich nooit met heel zijn hart op één stijl werpen; hij droeg vaak verschillende overtuigingen tegelijkertijd uit. Hij hield echter altijd wel vast aan één duidelijk thema, het vrouweportret, dat als een rode draad door het oeuvre loopt. Zijn vrouw Nel die haar leven ten dienste stelde als schildersmodel, als echtgenote en als verpleegster, speelt de hoofdrol in de meeste schilderijen en in een flink deel van de beelden.

Zij is de 'dwaze maagd', het bekendste beeld waarmee Wouters in 1912 definitief doorbraak. Rik Wouters kwam op dit beeld na het zien van een uitvoering van de beroemde Amerikaanse danseres Isadora Duncan. Daags erna vroeg hij Nel zo te poseren dat hij daarmee de gedachte aan de danseres kon vasthouden. Het lukte aanvankelijk niet, waarop Wouters met spijt moest constateren dat hij de echte Duncan liever als model had gehad. Zijn vrouw, moe geworden van het poseren, gooide haar spieren los in wat ongetwijfeld een humoristische houding moest zijn. Wouters zag toen precies wat hij zocht, waarop zijn vrouw opnieuw langdurig in een lastige houding model mocht staan.

Als beeldhouwer koos Wouters voor veel traditioneler oplossingen dan voor zijn schilderkunst. De meeste beelden zijn realistisch en figuratief, om daarmee de geportretteerde goed te karakteriseren. Met opgepompte volumes à la Maillol bereikte Wouters een (ou-)bollige vorm van expressiviteit. Toch zit ook in deze sculpturen een vernieuwend element. Zo wist Wouters door het bewerken van de bronzen huid het licht in de dode materie terug te brengen. In de donkere museumzalen doet het licht weinig voor deze beelden, maar wie ze wel eens in het daglicht ziet (het bekende beeld 'Huiselijke zorgen' bijvoorbeeld, dat een symboolfunctie voor de Belgische vrouw is geweest), weet hoe geraffineerd Wouters met schaduwwerking omging.

Rik Wouters heeft zijn laatste jaren noodgedwongen in Nederland doorgebracht, ver verwijderd van het inspirerende klimaat van zijn tijdgenoten. Als balling heeft hij hier nog enkele jaren kunnen werken. Maar Wouters leefde tamelijk geisoleerd, ook al zaten er in Nederland verschillende schilders onder zijn landgenoten. De schrijver Adriaan Venema heeft zijn levensverhaal in Nederland opgetekend, waarbij hij hem in relatie bracht met de twee expressionistische ballingen Frits van den Berghe en Gust De Smet. Hun stijl was hem echter vreemd, het expressionisme heeft hem nooit getrokken.

Door een toeval kwam Wouters Nederland terecht. Toen Antwerpen in 1914 door de Duitsers werd ingenomen, vluchtte de legereenheid waarin hij diende, naar Nederland. Als krijgsgevangene werd hij gedurende enige maanden opgesloten in kampen in Zeist en Amersfoort. Daar heeft hij ondanks het ontbreken van vrijheid (pastel)tekeningen gemaakt. Zonder Nel in de buurt en dus zonder model zocht hij zijn onderwerp in de natuur. Zijn vrouw wist de kampleiding over te halen om haar man beperkte bewegingsvrijheid buiten het prikkeldraad te verlenen, zodat hij de omliggende natuur kon verkennen. Wouters' werk uit die tijd laat een bijna calligrafische manier van noteren zien. Korte tijd later kreeg hij een definitieve verblijfsvergunning, waarmee hij zich in Amsterdam kon vestigen. Daar heeft hij nog korte tijd geschilderd, al maakte een toenemende blindheid hem dat gaandeweg onmogelijk. Wouters overleed kort voor zijn 34ste verjaardag, in de zomer van 1916, 'getekend door de ziekte en onherkenbaar' zoals zijn nabestaanden vermeldden.

Het uitbreken van de oorlog markeerde een duidelijke omslag in Wouters' werk. Schilderde hij tot dan toe zonnige, vreedzame tafrelen, huiselijke scènes, in een zonovergoten licht, na 1914 wordt zijn werk een stuk somberder. Letterlijk maakt de zon plaats voor onweer, waarvoor hij de schelle kleuren van het fauvisme (dreigend paars, oplichtend groen) gebruikte. De bloemen die hij op de rand van zijn balkon plaatste, worden weerkaatst in het regenwater, dat alweer fel paars oplicht. In zijn laatste levensjaar schilderde hij nauwelijks meer, tekenen in pastel en inkt deed hij des te meer. Hij bleef experimenteren, zoekend naar vormen die noodgedwongen snel genoteerd moesten worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden