Rijmrat opende de kooien van de kunst

Lang voordat gedichtenposters populair werden, maakte Lucebert ze al. Tegelijk met het verschijnen van een boekje over de bijdragen van deze Vijftiger aan de taal, wijdt het Cobramuseum een tentoonstelling aan diens gedichttekeningen.

Zijn zinnen bleven makkelijk hangen. Letterlijk: 'Alles van waarde is weerloos' staat al jaren in neonletters op het dak van de Willem de Kooningacademie in Rotterdam, en 'Van teveel spektakel wankel je allicht' hangt boven het stadskantoor in Alkmaar.

Dat Lucebert deze oneliners schreef weet bijna niemand meer. Juist omdat de dichtregels zo vaak zonder bronvermelding gebruikt worden, horen ze nu tot het Nederlands. Over die invloed van Lucebert op ons taalgebruik is een boekje verschenen, en in het Cobramuseum in Amstelveen is een tentoonstelling te zien van Luceberts gedichten die je óók kunt ophangen: zijn gedichttekeningen.

Lucebert (Lubertus Johannes Zwaansdijk, 1924-1994) was dé dichter van de Vijftigers. Nu is hij vooral bekend onder vijftigplussers: zijn werk werd in de jaren zestig en zeventig uitgebreid op de middelbare school behandeld, daarna veel minder. Maar de Vijftigers, dat waren ook de dichters die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog de regels van de vorige generatie, de Tachtigers, overboord wilden zetten. De schilders Karel Appel, Corneille en Constant hadden in 1948 samen met Deense en Belgische kunstenaars Cobra opgericht. Een jaar later vroegen ze dichters zoals Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Jan G. Elburg mee te doen aan hun eerste tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De Vijftigers bouwden daar een 'kooi der literatuur', waarin ze zich verschansten. En konden uitbreken.

Die kooi is zo precies mogelijk nagemaakt en staat de komende maanden in een zaal van het Cobramuseum. De tentoonstelling in en rond de kooi heet nu 'Open de kooien van de kunst'. Kunst, want Lucebert was een multitalent. Hij was niet alleen dichter, maar ook schilder en fotograaf, en vooral tekenaar. Na een overzichtstentoonstelling in Schiedam in 2006, waar alle technieken die hij gebruikte aan bod kwamen, nu een kleinere expositie van een heel eigen genre: gedichttekeningen. En die zijn ook voor mensen onder de vijftig de moeite waard.

Lang voordat gedichtenposters populair werden, maakte Lucebert ze al. Kunsthistoricus Erik Slagter begon meer dan dertig jaar geleden met het verzamelen van deze gedichten met tekeningen die Lucebert zijn leven lang maakte, en nam het initiatief voor deze tentoonstelling. De 65 gedichttekeningen zijn er in allerlei soorten: van grote meerkleurendrukken in hoge oplages tot kleine boekjes die Lucebert speciaal voor een persoon maakte - voor de tentoonstelling werden replica's gedrukt, zodat alle pagina's te zien zijn.

Het zijn kunstwerken waar je de tijd voor moet nemen. Om het handschrift te ontcijferen, de soms heel gedetailleerde tekeningen te bekijken, om de woorden op je in te laten werken. Dat het vaak meer is dan een plaatje met een praatje wordt goed duidelijk bij het boekje 'Triangel in de jungle' uit 1951. 'De minnaar blijft bij zijn meisje' staat links, rechts staat 'ook als de ruis/vochtig en alleen de koepel/leeg en van zandsteen/ is de slijtage', de tekening bestaat in dit geval uit weinig meer dan zwarte inktvlekken, dezelfde inkt waarmee de letters werden geschreven. Maar die vlekken dwingen de tekst in ongemakkelijke hoeken, als een machine die de minnaar bij zijn meisje doet blijven. 'En de pijn hij prijst de pijn prijst de pijn' staat overdwars onderaan, woord voor woord, moeizaam. Tekening en tekst gaan moeiteloos in elkaar over, en versterken elkaar.

Niet alle beelden zijn zo donker. 'As alles' is een klankgedicht, een afgerond geheel, dat letterlijk als een geest in een wolk uit de fles verschijnt. 'En alles is as' eindigt het gedicht, bovenaan de wolk komt een zeemeermin uit een vulkaan. De meermin is al net zo impulsief en weelderig gevormd als de woorden in het gedicht: 'mara made in moab/kaïn naphtali barrabas rothshild reich/noömi made in mara'.

Soms maakte Lucebert meerdere tekeningen met hetzelfde gedicht, zoals 'Er is een grote norse neger in mij neergedaald' uit 1959, dat ingaat op het Nederlandse slavernijverleden. Het lijken twee verschillende gedichten, met een verschillende boodschap. Lucebert's gedichttekeningen laten zien dat vormgeving en achtergrond grote invloed hebben op de betekenis van een tekst. En dat geldt vijftig jaar later nog.

'Open de kooien van de kunst', Gedichttekeningen van Lucebert. Tot 9 september in het Cobra Museum, Amstelveen. www.cobra-museum.nl

Ton den Boon, 'Zolang de lijm niet loslaat. Invloeden van Lucebert op de Nederlandse taalschat', Uitgeverij De Weideblik, Varik. 17,50 euro.

'Er is geen dichter die zoveel woorden en zinnen heeft bijgedragen aan het Nederlands als Lucebert', vertelt Ton den Boon. De hoofdredacteur van het woordenboek van Van Dale schreef een boekje over het woordgebruik van Lucebert en de invloed op het Nederlands. Volkomen nieuwe woorden waren het niet altijd. 'Lucebert gebruikte meestal bestaande woorden als grondstof om er zijn eigen woorden mee te scheppen', stelt Den Boon. Vaak zijn het woorden waarvan je meteen een beeld hebt, zoals 'rijmrat' en 'letterheer'. Daarnaast zijn er veel 'gevleugelde uitdrukkingen' uit de gedichten die inmiddels ook zonder Luceberts naam in kranten en boeken gebruikt worden. 'Een broodkruimel te zijn op de rok van het universum' is zo'n zin. Ook al lapte Lucebert de spellingsregels graag aan zijn laars ('vadsikaan' en 'pohesie'), hij was verknocht aan het woordenboek, al was het maar om er woorden voor zijn steeds terugkerende alliteraties in op te zoeken. In 1951 had de kunstenaar een spectaculair optreden in het Stedelijk Museum. Onder de titel 'De Nederlandse taal, voorgelezen door een vandaal' voerde Lucebert het Nederlands letterlijk ten tonele in de gedaante van het woordenboek: hij 'las' het geshockeerde publiek een aantal eigen versies voor op de lemma's van schunnige woorden.

Volgens Den Boon had de kunstenaar een Van Dale uit 1884. Zo kwam het dat hij woorden als barg en meeps gebruikte, woorden die in 1884 nog niet als 'verouderd' omschreven stonden, in 1950 wel. Nu staan die woorden nog steeds in het woordenboek. Niet omdat ze nog in gebruik zijn, maar omdat ze voorkomen in belangrijke documenten in onze cultuur: in de gedichten van Lucebert.

Deze woorden haalden de Van Dale
letterheer

het besef een broodkruimel te

zijn op de rok van het universum

En deze (nog) niet

een kleine (mooie) (ritselende)

revolutie

een kuil om snikkend in te vallen

rijmrat

letterdame

omroeper van oproer

dichters van fluweel

heer horror

alles van waarde is weerloos

kwijtgat

geluidskruimels

beterprater

proostzenders

meningenmenigte

nightbarmeisjesbeest

vuilschrijversfilm

uitdragersravage

koestpoezen

halleluja-bunker

zuchtgezwel

tijgerslank

bisquitbliketiket

Van vadsikaan tot pohesie

Luceberts gevleugelde woorden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden