Rijksmuseum: een muze voor de burger

Het Rijksmuseum Beeld reuters
Het RijksmuseumBeeld reuters

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers de actualiteit. Het nu al bejubelde Rijksmuseum gaat morgen weer open. Wat maakt dit museum zo waardevol?

De rijen zullen ongetwijfeld lang zijn, morgenmiddag, als het Amsterdamse Rijksmuseum na een verbouwing van tien jaar geheel vernieuwd zijn deuren opent. Wat komen mensen daar zoeken? De troost die uitgaat van pure schoonheid? Een esthetische ervaring? Een glimp van 'onze' nationale identiteit?

Tempel van de burger
René Gude, filosoof en directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte te Leusden: "Het museum, en zeker het Rijksmuseum, is een inspiratiebron voor burgers. De kunstenaar heeft zijn muze, de genius die hem of haar iets influistert. De burger heeft zijn museum.

"Het Rijksmuseum is de tempel van de burger. De collectie begint rond 1450, als de Middeleeuwen ten einde lopen en de Renaissance begint. De rode draad is stedelijke, burgerlijke cultuur. Landschappen, portretten van kooplieden, zeeslagen, schaatspartijen. Lollige menselijke dingen, in plaats van martelaren die doorboord worden op weg naar heiligheid.

"Het woord 'museum' komt van het Griekse mousa, dat is afgeleid van leren, je aandacht op iets richten. Het eerste museum in Alexandrië was een plaats waar geleerden zich toelegden op studie. Waar richten wij onze aandacht op, bij deze schilderijencollectie?

"Op één van onze zintuigen: het kijken, het zien. Via het platte vlak van het schilderij krijgen wij een indruk van iets wat er op dat moment niet werkelijk is. Je krijgt dus de illusie van werkelijkheid, terwijl het schilderij eigenlijk een abstrahering van de werkelijkheid is. Want geur, smaak, geluid en ruimte ontbreken. We construeren dus eigenlijk zelf een beeld, en dat lijkt natuurlijk heel erg op wat we voortdurend doen, als we om ons heen kijken. Alleen zijn we ons er normaal gesproken niet bewust van. Kijkend naar schilderijen leert de burger zien dat hij kijkt.

"Het uitgangspunt voor dit geconstrueerde beeld van de werkelijkheid is bovendien niet neutraal: de schilder had bij het schilderen een bepaald standpunt. Dit geldt in letterlijke zin, zijn ezel stond op een bepaalde plek, maar ook in overdrachtelijke zin: zijn weergave van de wereld toont ons ook zijn wereldbeeld.

"De kijker gaat dus ook zien hoe betrekkelijk zijn eigen kijk is. En hij confronteert die blik met de kijk van de kunstenaar."

'Schilderij dient geen enkel nuttig doel'
Alicja Gescinska, Pools-Vlaamse filosoof te Gent: "Ik betwijfel of je het 'leerdoel' van het museum daartoe kunt beperken. Het zou denk ik onzinnig zijn om te spreken over kunst als één duidelijke, welomlijnde entiteit, die één duidelijk, welomlijnd doel dient. Bovendien gaat het in het Rijksmuseum niet uitsluitend om schilderijen, het bijzondere van de nieuwe opstelling is nu juist dat parallel aan de schilderijencollectie ook historische objecten worden getoond."

René Gude: "De keuze om objecten naast schilderijen te tonen, maakt mij niet meteen enthousiast, al moet ik het natuurlijk eerst zien voordat ik er echt een oordeel over kan hebben. Maar de esthetische ervaring is daar niet vanzelfsprekend bij gediend.

"De esthetische ervaring is onder anderen beschreven door Hegel en Schopenhauer, beiden grote bewonderaars van de Nederlandse zeventiende-eeuwse kunst. Volgens hen gaat het er bij die ervaring om dat de kijker zich even losgemaakt voelt van de drang, behoeften en het streven naar nuttigheid waar hij of zij normaal gesproken door bepaald wordt. Schopenhauer ziet de wil als tamelijk richtingloos en onbevredigbaar. Kijkend naar een voorstelling, bijvoorbeeld in een schilderij, wordt je daar even van bevrijd. Het schilderij dient geen enkel nuttig doel, behalve misschien dit specifieke intellectuele nut."

Dialoog
"Schopenhauer zou denk ik tegen het plaatsen van gebruiksvoorwerpen in de buurt van schilderijen zijn. Dat leidt namelijk af. Als je een jurk naast een schilderij van Frans Hals hangt, wordt de ervaring: inzien hoe knap het is dat de schilder de jurk heeft vertaald in verf. Of: leren hoe de mensen in die tijd gekleed gingen, hoe ze leefden. Daarmee 'historiseer' je het schilderij, je degradeert het tot een plaatje uit een geschiedenisboek."

Alicja Gescinska: "Dus het is niet de bedoeling dat wij een beeld krijgen van hoe men in vroeger tijden leefde? Ik weet het niet zo net. Ik denk dat het er wel degelijk óók om draait dat we een beeld krijgen van hoe er vroeger geleefd werd. En wanneer we dat beeld dan naast dat van onze huidige wereld leggen, kunnen we beginnen te vergelijken, en uit die vergelijking lessen trekken.

"We zijn als mens voortdurend op zoek naar onze plek in deze wereld, en via de confrontatie met andere mensen en andere tijden, leren we ook onze eigen plek te vinden. We zijn voortdurend op zoek naar onszelf wanneer we naar de ander kijken. En ik denk dat in die zoektocht de onderliggende betekenis ligt van kunst. Het is de dialoog tussen de kunstenaar, die in zijn tijd expressie heeft gegeven aan zijn identiteit, en de museumbezoeker, die op zoek is naar zijn eigen identiteit - en eventueel hoe die verband houdt met de geschiedenis van zijn geboorteland.

"De confrontatie met een kunstwerk dat vele eeuwen oud is, is in dit opzicht veel ingrijpender dan geconfronteerd te worden met een modern kunstwerk. Het is iets wonderbaarlijks dat een kunstwerk de tand des tijds kan doorstaan, zonder zijn eigenheid te verliezen. Eigenlijk is het toch veel ingrijpender om Pergolesi's Stabat Mater te horen, wetende dat hier iets door de eeuwen gereisd is om jouw oren te bereiken, dan de nieuwe hit van Beyoncé te beluisteren. En dan heb ik het nog niet eens over de intrinsieke esthetische waarde. Alleen al het besef van de tussenliggende tijd.

"Het is heel confronterend om te zien hoe mensen vijfhonderd jaar geleden leefden, dachten, verdriet uitdrukten, wat ze belangrijk vonden en waar ze helemaal geen weet van hadden. Dat is volgens mij uitdagender dan het nieuwste hobbyisme van Damien Hirst te aanschouwen, al dan niet in datzelfde Rijksmuseum.

"Als ik in Londen ben, probeer ik altijd de National Gallery te bezoeken en ga ik steevast naar de zeventiende-eeuwse 'peepshow' van Samuel van Hoogstraten kijken. Ik kan me erover blijven verbazen dat mensen zoveel eeuwen terug al zoiets ingenieus konden scheppen. Hoe spitsvondig de mens vroeger kon zijn. Als ik in dezelfde stad naar moderne kunst kijk, zoals Tracy Emins 'My Bed', verbaas ik me vooral over hoe stompzinnig de mens vandaag kan zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden