Review

Rijker en aardser dan de fado/Na tango, klezmer en son montuno nu Kaapverdische blues 'morna' herontdekt

ROTTERDAM - In plaats van 'Thank you' weerklonk telkens een welgemeend 'obrigado' na ieder nummer. In de wandelgangen domineerden Portugees en criollou de gesprekken, het geluid van de raspende cavaquinho in de vele concerten.

Ter gelegenheid van de derde editie van Dunya on Stage stond De Doelen vrijdag en zaterdag in het teken van de Kaapverdische muziek in al haar verschijningsvormen. Sterren als Herminia, Tito de Paris en Titina en verrassende optredens van Americo Brito en Sema Lopi deden op slag de druilerige naargeestigheid die buiten heerste vergeten.

De Dunya-organisatie die doorgaans een breedgeschakeerd palet aan mondiale klanken voortovert, toonde met de 'beperkte' keuze voor één enkele muziekcultuur durf en inzicht. Immers, Rotterdam is met haar vijftien- tot twintigduizend inwoners van Kaapverdische komaf sinds jaar en dag de muziekhoofdstad van deze archipel. Het wemelt er van studio's, radiostations en muzikanten die vanuit de Maasstad de lusophone (Portugees-sprekende) wereld bestoken.

Bovendien zit Dunya met de keuze voor de context waarin de morna is ontstaan op de huid van de tijd. Want na de herontdekking van Argentijnse tango en Spaanse flamenco, jiddische klezmer en Cubaanse son montuno, is het nu de beurt aan de 'morna'. Deze Kaapverdische blues is rijker en aardser dan de Portugese fado, die overigens parallel in opkomst is via Christina Branco en Dulce Pontes.

Bitterzoete oorsprong

Morna is een genre dat op een trieste en sensuele melodie uitdrukking geeft aan de Kaapverdische ziel. Uitgevoerd op een bedwelmende cadans vangen deze weemoedige liederen de bitterzoete gevoelens waarmee elke Kaapverdiaan als het ware geboren wordt. Wanneer tweederde van je volk elders woont, kun je niet anders dan verlangen en illusie koesteren. Het heeft alles te maken met de door droogte en onderdrukking getekende geschiedenis van Kaap Verdië. Honderdduizenden inwoners emigreerden naar Portugal, Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten (jazzmuzikant Horace Silver en discogroep Tavares - ja die van Saturdaynight Fever - zijn van Kaapverdische origine).

Tot 1975 was het vijfhonderd kilometer uit de Westafrikaanse kust gelegen land een Portugese kolonie. De eeuwen ervoor een belangrijk tussenstation voor schepen die van Europa naar Afrika, Azië en de Amerika's en terug voeren. Uit de vermenging van wals, mazurka en canta napolitana met fado, samba en lundum werd de morna geboren. Net als in de fado zijn het bijna uitsluitend vrouwen die deze blues-variant vertolken. De blootsvoets zingende Cesaria Evora vestigde midden jaren '90 de internationale aandacht op deze Kaapverdiaanse erfenis.

Zelfs Madonna bezocht haar concerten. En Paul de Leeuw liet afgelopen week een optreden van Herminia niet aan zijn neus voorbij gaan. Deze Edith Piaf van de morna miste in Rotterdam evenwel het flamboyante van Evora, maar kon daarentegen wel leunen op een sublieme band die haar met rijk snarenspel begeleidde. Celina Periera compenseerde haar beperkte zang met een uitdagende performance zodat er een levendige wisselwerking met haar publiek ontstond. Het gastoptreden van Titina met Americo Brito was een schot in de roos. De diva met 40 jaar podium-ervaring toverde de kille catacombes van de Doelen-hal om tot een subtropische uitspanning.

In de Grote Zaal kwamen moderne varianten aan bod. De composities voor orgel, vleugel en ensemble van componist/arrangeur Vasco Martins verrieden een dappere poging om traditie met Europees klassiek te mengen. Zijn goede bedoelingen sneefden in gedateerde pastisches van Boulez, Tangerine Dream en Keith Jarrett omgeven door sleetse dia-projecties van verlate landschappen.

Cavaquinho

Tito Paris daarentegen wist met blazers, drums en gitaren - waaronder de immer repeterende cavaquinho (de Kaapverdiaanse ukelele) - zijn toehoorders uit de stoelen te krijgen met melacholieke morna's maar ook met de vrolijke 'coladera'. Want de trieste morna kent inmiddels vele vrolijke tegenvoeters. Andere ideale dansmuziek op een straffe beat leverde Sema Lopi. Op een gepunctueerd ritme bewoog deze oude baas zijn trekzak, terwijl zoonlief raspende tegenritmes uit een ijzeren staaf toverde. Ondanks de omringende Rotterdamse nuchterheid materialiseerden ze de nostalgie naar Kaap Verdië, gevangen in klanken waar zelfs de Euromast voor buigen moest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden