'Rijke landen staan met 1-0 achter'

Rijke landen helpen ontwikkelingslanden nauwelijks om minder CO2 uit te stoten. Dat was wel de afspraak. Tijd voor actie, vindt de directeur van Milieudefensie.

Ontwikkelingslanden hebben bij de VN 165 projecten ingediend om hun CO2-uitstoot te verminderen. Tot uitvoering komen al die plannen nauwelijks. Hoewel rijke landen acht jaar geleden toezegden ze met geld en kennis te helpen de ideeën te vervolmaken, zodat er financiering voor kan worden aangevraagd, hebben die er tot nu toe slechts dertien onder hun hoede genomen. De rest vergaart stof.

Zo wil Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, een metro aanleggen die de straten verlost van in ieder geval een deel van de rijkelijk walmende auto's en taxibusjes. Voor de stad naar een financier als de Wereldbank stapt, moet ze een goed doortimmerd plan hebben. De Wereldbank, beheerder van de klimaatfondsen die rijke landen beschikbaar stellen, stapt maar in zo'n 10 tot 20 procent van CO2-reductieprojecten die ontwikkelingslanden indienen. De bulk van deze Nama's, zoals ze in de klimaatwereld heten, vindt de Wereldbank van onvoldoende kwaliteit.

Wat is er logischer, vraagt Milieudefensie-directeur Donald Pols zich af, dan dat de Nederlandse overheid Ethiopië koppelt aan de gemeente Amsterdam, het Gemeentelijk Vervoerbedrijf en ingenieursbureau Royal Haskoning? Die hebben de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan met de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Laat die partijen, op kosten van Nederland, een levensvatbaar plan uitwerken. Addis Abeba blij, Nederland voldoet aan zijn internationale verplichtingen en maakt werk van zijn wens om het bedrijfsleven te betrekken bij hulp aan ontwikkelingslanden.

Maar Nederland tekende op nog geen enkel project in, staat in de zojuist verschenen halfjaarlijkse evaluatie van de CO2-projecten, die onder Pols' auspiciën is opgesteld door adviesbureau Ecofys en Energieonderzoek Centrum Nederland, Pols' voormalige werkgever. Volgende week maakt hij, namens de groene organisaties, deel uit van de Nederlandse overheidsdelegatie op de klimaattop in Parijs.

Op die top, zegt Pols, gaat het weer over doelstellingen, en of die bindend moeten zijn of niet. Net als op eerdere toppen. "Een goed akkoord beslaat vijf tot tien kantjes. Maar partijen in Parijs vertrouwen elkaar niet, dus liggen er nu 87 pagina's voor. De 194 landen daar hebben ieder zo hun eigen belangen en wie wil, kan het proces frustreren zonder te zeggen 'Ik wil geen klimaatakkoord'. Om het wantrouwen te doorbreken - tussen rijke landen en opkomende economieën in ieder geval - zijn die CO2-projecten nou juist afgesproken op de klimaattop op Bali in 2007. Wanneer ze er samen aan werken, ontstaat er vanzelf vertrouwen."

Nu de rijke landen hun toezegging uit 2007 nauwelijks nakomen, staan ze 1-0 achter, vindt Pols. Opkomende economieën hebben nu bewijs dat rijke landen slecht te vertrouwen zijn. Terwijl die, zo redeneren arme landen, hun welvaart danken aan alle fossiele brandstoffen die ze de laatste anderhalve eeuw hebben verstookt. Dus is het vooral aan hen om het klimaatprobleem op te lossen. "Nu grijpen ontwikkelingslanden weer naar iets heel tastbaars en vragen ze rijke landen om 100 miljard dollar."

Maar geld is niet per se het probleem, zegt Pols. Omdat de Wereldbank maar zo weinig projecten goedkeurt "zit ze op een enorme pot met geld". De crux is dat de kwaliteit van de plannen omhoog moet, aldus Pols.

"Zo meteen ligt er weer een akkoord zonder een enkele garantie dat het wordt uitgevoerd. Deze CO2-projecten zíjn de concrete uitvoering. Ga ermee aan de slag, rijke landen! Want zonder deze projecten is ook het nieuwe klimaatakkoord niet meer waard dan het papier waarop het is geprint."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden