Rijke erfenis van een ongebroken optimist

Van pensioen is bij Ton Eijkenboom (65) geen sprake. Lichamelijk mag de hartpatiënt zich niet inspannen, maar zonder werk is er voor hem geen leven. Na vijfenveertig jaar trainerschap heeft hij deze week een nieuwe taak op zich genomen. Waarbij hij concludeert dat er in al die tijd voor de atletiektrainer niet veel is veranderd. ,,Het geld moet niet naar de sporters, maar naar hun begeleiders.''

APELDOORN - De weg naar de oorsprong van het ongebroken optimisme voert via zijn schooljeugd naar de Oud-Grieken. Ademloos luisterde Ton Eijkenboom op de HBS naar vertellingen van zijn leraar geschiedenis, waarbij hij werd getroffen door een motto van de Spartanen.

,,Zij werden opgevoed met 'een vent huilt niet, een vent lacht niet'. Daarvan heb ik gemaakt 'een vent huilt niet, een vent lacht altijd'.'' De 65-jarige trainer kon niet bevroeden hoeveel steun hij later zou hebben aan die aangepaste visie.

De huidige generatie atleten kent Eijkenboom als de man die zijn pupillen instrueert vanuit zijn scootmobiel, de futuristische uitvoering van een rolstoel. Het op eigen kracht voortbewegen wordt bemoeilijkt door versleten heupen. Het verlichten van die handicap is onmogelijk door een hartkwaal. ,,Het is dus vanwege mijn hart dat ik in die wagen zit'', aldus Eijkenboom.

De gebreken worden teruggevoerd op de hongerwinter van 1945. Hij kwam daaruit als tienjarig Rotterdams jochie van amper vijfentwintig kilo. ,,We aten bloembollen, gras en als we geluk hadden een stukje suikerbiet. Veel mensen die hetzelfde hebben meegemaakt kampen met slijtage. Daarbij heb ik een virus op mijn hartspier gehad.''

Het litteken dat restte had geen invloed op zijn actieve sportleven. Eijkenboom voetbalde toen hij in 1948 begeesterd door de olympische zeges van Fanny Blankers-Koen de overstap naar atletiek maakte. Dat was niet de enige sport waarin de sportleraar een nationale ploeg haalde. Ook als turner en als volleyballer bereikte hij oranje. Die brede oriëntatie stond wel de stap naar de internationale top in de weg.

Hij was trainer toen de hartafwijking zich openbaarde. Eijkenboom dacht dat zij voortkwam uit de combinatie van intensief sporten en slecht eten. ,,Ik leefde vaak op gevulde koeken, er was niemand die zei dat het anders moest. Nu wel. Atleten betalen zich suf aan voedingssupplementen, maar halen na de training een Big Mac.''

Artsen kwamen met de honger win ter theorie. ,,In 1980 merkten zij bij een heupoperatie hoe slecht mijn hart was. Ze gaven me nog tien jaar toen ik een transplantatie weigerde. Dertig procent overlevingskans vond ik te weinig. Tien jaar is eenentwintig geworden, nog zo'n termijn komt erbij. Ik blijf werken, als je thuis achter het raam blijft zitten, houdt het op. Dat hart heeft me niet onzeker gemaakt. Ik zet me makkelijk over tegenslag heen. Van janken word je niet beter, het verziekt slechts de dag van anderen.''

De gedachte aan een rolstoel was ondraaglijk. ,,Het had vijf jaar eerder gemoeten, ik ging pas kijken toen de dokter zei dat het zo niet langer kon. Twee dagen daarna, bij de NK, heb ik een kwartier voor het hek staan twijfelen. Al die vragen beangstigden me. De scootmobiel blijkt fantastisch, ik kan overal zelf komen.''

Een tweede heupoperatie kon door verergerde hartklachten niet doorgaan; een net gekochte camping werd van de hand gedaan. De trainer streek neer bij AV'34, zijn vierde atletiekclub in 45 jaar. Van niets maakte hij samen met een paar andere 'gekken' een hechte, sterke vereniging. Zijn meerkampteam werd een nationaal bolwerk.

Terugkijkend concludeert Eijkenboom dat hij nog altijd de pionier van weleer is. In de jaren vijftig liep de naaimachine vast toen hij van sokken en zand gewichten maakte. Jamblikken werden met een staaf in het midden met beton volgegoten. Van spoorweglorries werden de assen met wielen gesloopt. Het eerste krachtprogramma binnen de Nederlandse atletiek was geboren.

,,Twaalf jaar geleden kregen we in Apeldoorn van het bestuur carte blanche, als het maar geen geld kostte. Ik kreeg een vergoeding voor twee trainingen per week, ik gaf er elf. Thuis zat ik uren schema's te maken en resultaten te evalueren.''

Achter zijn huis in Apeldoorn werd een fitnessruimte gebouwd. De tuin als trainingscentrum; de woonkeuken als kantine. ,,Ik kan dit doen omdat ik ben afgekeurd. Mijn vrouw is mijn beste sponsor. Atletiek kost me zo 10000 gulden per jaar.''

Eijkenboom mag dan fulltime trainer zijn, fullprof is wat anders. ,,Anderen zijn aangewezen op vrije tijd. Zo lang NOC-NSF er niet van doordrongen is dat het geld niet naar de sporters moet maar naar hun begeleiders, wordt het niets. Het is zoals Henk Kraaijenhof ooit zei: met parttime trainers krijg je parttime prestaties.''

,,Soms steekt iemand zijn nek uit en je ziet prestaties. Stel fulltime trainers aan en kijk wat er gebeurt. Kijk naar het volleybalteam. Zonder goede beloning lopen de goede mensen voor geld weg naar sporten.'' Eijkenboom zegt nooit te hebben overwogen zijn collega's te volgen naar de voetbalclubs, waar het geld goed is. ,,Ik ben verknocht aan atletiek. Dingen op een rijtje zetten, nieuwe methodes vinden, zoeken naar de vormpiek op het juiste moment. Dat heb je als conditietrainer niet.''

,,Iedereen wil veel verdienen maar de beleving is belangrijker. Dat heb ik van mijn vader, die zei: een hoop geld is mooi, maar werken tegen je zin waardeloos. Toen ik goed verdiende reed ik Mercedes en BMW, toen het minder werd, stapte ik net zo makkelijk in een Lelijke Eend.''

Nieuw bestuur, botsende meningen. De lol bij AV'34 is er af. Met pijn in het hart heeft de voormalig bondscoach (1960-1972 en 1984-1990) afscheid genomen. Van pensioen is geen sprake, wel van genormaliseerde werktijden. Bij het GAC (Hilversum), de club die hij uit veertien aanbiedingen koos, staat hij minder op de baan en is er drie maanden per jaar vakantie, een ongekende luxe.

Net als bij de drie voorgaande scheidingen, is er weemoed bij het achterlaten van een erfenis waarvan hij zelf niet profiteerde. Eerder waren het de kunststofbanen die er op zijn initiatief kwamen, maar pas na zijn vertrek. In Apeldoorn stond Eijkenboom in zekere zin aan de basis van het prestigieuze sportcomplex dat in 2004 klaar moet zijn. Met in een hal een wielerbaan en twee atletiekbanen.

,,Mijn vrouw was het zat dat wij in de winter door weer en wind naar Duitsland reden om binnen te trainen. Bij een aannemer heeft ze een ontwerp geregeld voor een hal naast de baan. Het bestemmingsplan was zo gewijzigd, de 1,4 miljoen voor de bouwkosten lagen klaar. Maar de club durfde de exploitatie van 60 000 gulden niet te dragen.''

Wat er nu komt gaat het voorstellingsvermogen van Eijkenboom haast te boven. ,,De gemeente wil zichzelf op de kaart zetten met Apeldoorn Atletiekstad. Wat als sportcomplex 81 miljoen kostte is onlangs verhoogd naar 103 miljoen. Het hele project kost 200 miljoen. Daar zullen straks een heleboel mensen mooi weer mee spelen. De insiders weten beter.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden