Rijk worden van de oorlog

Wie het ontstaan van een roofstaat wil bestuderen, kan terecht in het Afrikaanse Ivoorkust. Leiders van regering en rebellen profiteren, terwijl gewone burgers lijden omdat de officiële economie inzakt en het recht van de sterkste terrein wint. Die klok terugdraaien is bijkans onmogelijk; dat althans leren de voorbeelden van Congo, Angola en Somalië.

'Wacht op me in hotel Ran“, zegt militair chef Cherif Ousmane telefonisch in Bouaké, hoofdkwartier van de rebellen die het noorden van Ivoorkust sinds 2002 bezethouden. Toeristen heeft Bouaké sinds die tijd niet meer gezien. In het verlopen hotel Ran domineren rebellen. Op de parkeerplaats staan hun terreinwagens, ongetwijfeld 'in beslag genomen' en daarna zwart geschilderd met een geel plaatje van een luipaard, het troeteldier van de compagnie van Ousmane.

Na anderhalf uur wachten vergadert Ousmane, de man die Bouaké 'bevrijdde', nog steeds met zijn generaal in de grote zaal van hotel Ran. Voor de deur staan zwaarbewapende rebellen, van wie Adlo zich als woordvoerder opwerpt. De 26-jarige was student economie toen de oorlog uitbrak. Waarvan deze 'vrijwilliger' sinds die tijd leeft? ,,Mijn chef voedt me“, luidt het vage antwoord.

De oud-Franse kolonie was lange tijd de parel van West-Afrika. Tot diverse politici er - gedreven door eigenbelang - de etnische kaart gingen spelen: de talloze immigranten en de noorderlingen werden tweederangs burgers. Na diverse coups leidde dat in 2002 tot een burgeroorlog. Sindsdien is het land gesplitst in twee delen: de regering heerst in het zuiden, de rebellen in het noorden van het land. 10000 vredessoldaten bewaken een bufferzone.

VN-onderzoekers rapporteerden deze maand aan de Veiligheidsraad dat de rebellen steeds meer cacao, katoen en diamanten naar buurlanden smokkelen. Wapens zijn er genoeg, volgens het rapport is er behoefte aan helikopters, four-wheel drives en vrachtwagens. Alleen de diamanten uit de rivierbeddingen leveren al miljoenen dollars op. Bij de talloze wegblokkades moeten bevolking en handelaren 'belasting' betalen. De mensenrechtenbureaus van de VN hebben lijsten van wie rebellenleiders Ousmane en Wattao en hun mannen dure terreinwagens in beslag nemen. Daarbij lijken vooral katholieke missies een makkelijk doelwit.

Op de begraafplaats Dar es Salam in Bouaké lieten in april mannen van compagnie Luipaard drie journalisten schijnexecuties ondergaan: ze deden alsof ze hen gingen vermoorden. Op deze door groen overwoekerde plek aan de stadsrand zijn ook twee massagraven van 61 gendarmes en hun 61 kinderen die tijdens de 'bevrijding' van de stad in 2002 zijn geëxecuteerd. Een VN-rapport uit 2004 toont aan dat zowel regering als rebellen schuldig zijn aan marteling en verkrachting. Beiden zetten kindsoldaten in en vullen massagraven.

Maar de VN aarzelen om in te grijpen. Gerichte sancties als een reisverbod of het bevriezen van tegoeden zouden deze criminele individuen ervan kunnen weerhouden verder aan het vredesoverleg mee te doen. Dat overleg sleept zich al drie jaar voort terwijl de profiteurs van de crisis onder internationaal toezicht steeds nieuwe 'afspraken' maken over ontwapening en machtsoverdracht. Ondertussen werken zij hard aan het verstevigen van hun positie.

Burger-leider van de noordelijke Forces Nouvelles (het woord rebel is taboe) Guillaume Soro en Cherif Ousmane hebben huizen laten bouwen in Ouagadougou, de hoofdstad van buurland Burkina Faso. De met goud behangen commandant Wattao heeft er nachtclubs, en volgens een hoge veiligheidsfunctionaris van de VN heeft hij bij zijn huis in Bouaké wel dertig auto's staan.

Volgens een onderzoeksjournalist uit Abidjan verdiende Wattao vooral veel met smokkelen van suiker uit Europa en Brazilië. In Bouaké laat hij het overdoen in zakken van een Ivoriaanse fabrikant, waarna het naar het zuiden gaat, waar import van de goedkope, want gesubsidieerde suiker verboden is. ,,Velen worden heel rijk van de oorlog“, zegt deze journalist. ,,Het zijn mensen uit regeringskringen die handelen met de noorderlingen. Ook geroofd hout wordt hier doorverkocht.“

Het stadje Guiglo in West-Ivoorkust komt slaperig over. In feite is het een centrum van de nieuwe oorlogseconomie. In deze rijke regio valt veel te roven aan koffie, cacao, hout en rubber. Er is hier veel gevochten, en er vallen nog steeds doden. De grens met het praktisch staatloze Liberia is vlakbij. Oud-Liberiaanse milities en nieuwe Ivoriaanse vechters verleggen hun aandacht steeds meer naar illegale economische activiteiten. Aan de rand van Guiglo smeulen grote hopen zaagsel, de onbruikbare resten van een levendige houtindustrie. Getuigen geven aan dat er lang niet zulke grote bomen uit het bos zijn gekomen.

,,Tijdens het conflict in november 2004 realiseerden wij ons ineens dat leger en politie verdwenen waren. Er was geen provinciehoofd meer“, zegt een hoge VN-ambtenaar ter plekke. Het enige aanspreekpunt was de geheimzinnige meneer Mao, officieel slechts derde assistent van de burgemeester. Iedereen weet dat hij diverse milities leidt. Volgens de onafhankelijke International Crisis Group (ICG), het Brusselse bureau dat overal ter wereld crises onderzoekt, commandeert Mao alle gekozen en benoemde ambtenaren in de regio, terwijl zijn milities in Guiglo en omgeving patrouilleren, en ongestraft moorden plegen. ICG stelt in haar onderzoeksrapporten dat Mao dagelijks in direct contact staat met de Présidence in Abidjan. ,,Sttt, zachtjes praten“, waarschuwt VN-mensenrechtenmedewerker Cheikh Touré tijdens een interview in een restaurant in Guiglo.

De regering bevordert etnische tegenstellingen en betaalt de milities in het westen en in de hoofdstad. Tijdens het geweld van november 2004 liet de regering in Abidjan 4000 gevangenen vrij. Toenemende chaos leidt de aandacht af van de ware problemen én maakt economisch gewin gemakkelijk. 'Studentenleider' Blé Goudé ('Alle Fransen het land uit!') van de zogeheten Jonge Patriotten uit Abidjan is zo'n geweldenaar die dankzij president Gbagbo inmiddels rijk is. In feite vormen deze gewapende jonge mannen een tijdbom die uiteindelijk slechts voor de hoogste bieder of voor zichzelf zullen werken. Met dat laatste zijn leger en politie in het zuiden ook al begonnen. Sinds 2002 is het aantal wegblokkades ('belastingposten') spectaculair toegenomen en worden steeds meer gewapende overvallen door mannen in uniform gepleegd.

In feite kent Ivoorkust al een vrij sterke schaduwstaat. Er is een patronage-systeem dat steeds meer verbonden is met criminaliteit, en eigen doodseskaders heeft. Dit functioneert parallel aan de formele staat, die verder afbrokkelt. Zo bestaat er volgens ICG al sinds president Houphouët-Boigny (1960-1993) een verfijnd cacao-labyrint met pseudobedrijven, geheime bankrekeningen en veelvuldig overhevelen van fondsen om geld weg te sluizen.

Officieel loopt het mandaat van president Gbagbo op 30 oktober af. Geheel volgens verwachting heeft hij aangekondigd aan te zullen blijven. Wat hem betreft mogen de vredesonderhandelingen nog jaren duren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden