Rijk worden in enkele nanoseconden

Flitshandel maakt gebruik van de gigantische rekenkracht van computers, én van het sentiment op sociale media

Critici zien in de flitshandel een ontembaar monster dat verboden zou moeten worden. Dat gaat de Europese Unie te ver, maar zij ziet wel de gevaren en stelde daarom onlangs strengere regels op. In de Verenigde Staten zijn zowel beurstoezichthouders als de SEC, maar ook de Amerikaanse justitie en zelfs de federale onderzoeksdienst FBI onderzoeken gestart naar deze nieuwe vorm van beurshandel. Maar hoe gevaarlijk en mysterieus zijn de algoritmen die High Frequency Trading (HFT) mogelijk maken?

Op de beurs draait alles om snelheid en informatie. Twintig jaar geleden waren het de (vooral) mannen in kleurige jasjes die zich op het laatste nieuws van de telex wierpen om op basis daarvan orders te plaatsen. Nu zijn de jasjes vervangen door computers, en is de strijd om seconden veranderd in een race om nanoseconden. Ook nieuw is dat de gevoelstemperatuur op Facebook en Twitter een prominentere rol speelt.

Een nanoseconde is een miljardste van een seconde. Meer heeft een zware computer niet nodig om nieuwsberichten, blogs, tweets en bewegingen op de beurs te analyseren en op basis daarvan te besluiten welke aandelen hij koopt of van de hand doet.

In de kern is flitshandel niets meer dan een geautomatiseerde opdracht, zegt consultant Bart Schouw van Software AG, een bedrijf dat systemen levert voor beurshandel op basis van algoritmen. Schouw geeft als voorbeeld de pensioenfondsen die aan het eind van de maand hun geld binnen krijgen. "Die gaan een deel van het geld in obligaties beleggen, en een deel in aandelen. Stel dat ze voor 10 miljoen euro aandelen Shell willen kopen. Leggen zij dat in één keer in, dan schiet de koers omhoog. De laatste serie aandelen die het pensioenfonds koopt, koopt het dan tegen een te hoge prijs."

In een keer voor miljoenen aandelen kopen, is volgens Schouw dan ook geen optie. "Vroeger belde iemand met de beurshandelaar en vroeg: 'Wat is de koers? Doe er dan maar 100.'

Vroeg de beurshandelaar: 'Anders nog iets?'

'Ja, wat is de koers? Doe dan maar 100.' En dat ging een tijdje zo door. 'Doe er maar 100' is het eerste dat is geautomatiseerd."

Oplettende handelaren die het patroon van 'Doe maar 100' ontdekten wisten: hier is een algoritme aan het werk. Oftewel: er is vraag naar een bepaald aandeel, waardoor de prijs zal stijgen. De kopende partij wil voorkomen dat andere handelaren daarop inspringen en bouwt in zijn algoritme afwijkingen in, die een ander algoritme weer probeert te ontdekken.

En dat allemaal in zo kort mogelijke tijd. Zo ontstaat een race naar de snelheid van het licht, de ultieme fysische barrière.

Het complete proces van beurskoers binnenhalen, analyseren, beslissen en een order plaatsen duurt tegenwoordig slechts 2,5 milliseconden. "Maar de grote beurzen, in Londen, New York en Tokio, gaan nog sneller," zegt Schouw. Rond die grote beurzen wemelt het van de flitshandelshuizen, die dicht bij het vuur willen zitten om zo de responstijd tot de kleinst mogelijke tijdseenheid terug te brengen.

Tegenstanders van dit High Frequency Trading wijzen altijd op de flash crash van 2010, toen in enkele minuten de Dow Jones in New York met negen procent kelderde en een beurswaarde van 700 miljard dollar in rook opging. De marktautoriteiten besloten te doenalsof de crash zich niet had voorgedaan en draaide alle transacties terug.

Minder geluk had de Amerikaanse dienstverlener Knight Capital. Vorig jaar sloeg één van haar algoritmen op hol. De schade: 460 miljoen dollar. Knight verzocht de autoriteiten om wederom te doen alsof het incident nooit had plaatsgevonden, maar die weigerden. Dat betekende het einde van de handelaar.

Ontsporen van algoritmen kan worden voorkomen met veiligheidsmechanismen, zegt Schouw. "Maar dat kost tijd en rekenkracht. Als je zelf je eigen programma bouwt, dan wordt het verleidelijk om die check eruit te gooien."

Flitshandelaren en hedgefondsen betrekken naast de traditionele nieuwsbronnen en orders op de beurs ook Twitter, Facebook en weblogs in hun analyses. Sentimenten blijken meer te zeggen over toekomstige beurskoersen dan objectieve media, zegt Wouter Kneepkens, mede-oprichter van SNTMNT, een Nederlandse softwarebedrijf dat elke dag 10 miljoen berichtjes over fondsen, bedrijven en producten scant.

"Computers bepalen of een bericht positief, negatief of neutraal is, tellen alle gelabelde berichtjes op en zeggen: ik zie dat het afgelopen uur vijftig positieve berichten over het aandeel Heineken zijn verschenen. Dat is veel, want normaal zijn het er drie of vier. Er zijn dus positieve ontwikkelingen rond Heineken. Uiteindelijk vertaalt zich dat in een sentimentscore die iets zegt over de bewegingen op de beurs."

Dat sentimenten meer zeggen over het koersverloop dan berichten in traditionele media, komt doordat "mensen die op sociale media hun mening vormen over aandelen, ook de mensen zijn die in deze aandelen handelen", zegt Kneepkens. "Zij handelen naar de meningen die zij ventileren. Daarom hebben wij geen objectieve weergave van het nieuws nodig, maar sentimenten."

Een ander voordeel van sociale media is de wijsheid die in de meingte schuilt. Kneepkens heeft daarom liever duizend berichten met meningen dan één bericht van een expert. "Uiteindelijk weet die groep van duizend het beter dan die ene expert, dat is wetenschappelijk bewezen. Alle domme meningen worden opgeheven zodra je groep groot genoeg is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden