RIJDENDE SCHOOL

Zorgt vreemd bezoek op een basisschool minimaal voor een kwartiertje onrust, op de Rijdende School in Apeldoorn kijken de leerlingen er niet van op. “Ze zijn belangstelling gewend, ze pakken in de tent zó de microfoon”, zegt directeur Steffann over zijn klas met kinderen van kermisexploitanten en circusmedewerkers, die zich 's zomers van kermis naar kermis verplaatst. De Rijdende School viert vandaag en morgen met een congres in Den Haag haar veertigjarig bestaan. Tijdens dat congres gaat het vooral over de samenwerking met andere landen. Want over het eigen land zijn eigenlijk geen klachten.

MAAIKE VAN HOUTEN

Nog voordat de lange kermiszomer begint, is het op de Rijdende School in Apeldoorn al een tikje onrustig. Een van de vaste teamleden, meester Gert, is deze week met de wagen vertrokken naar Tsjechië. Daar geeft hij de kinderen van Nederlandse kermisexploitanten les die er een maand rondtrekken.

Nee, om dat uitstapje is niet gevochten, zegt de directeur van de school, Emile Steffann. “Als het nou in de zomer naar Zuid-Spanje was, dan hadden er wel meer gewild. Maar voor deze reis was de animo zo groot niet. Vorig jaar was er iets soortgelijks in Hongarije. Daar vroor het twintig graden.”

Steffann is directeur van wat het best te omschrijven valt als een vaste rijdende school, een bijzonder onderdeel van het, op zich al bijzondere, systeem van de rijdende school. In de winter heeft zijn school - vijf wagens - een vaste plaats op een groen terreintje in een nieuwbouwwijk in Apeldoorn. Daar staan de oranje/crème-kleurige wagens in een vierkant opgesteld. Twee voor de kleinsten, twee voor de groteren en eentje om in over te blijven.

Elke wagen, die per stuk ongeveer 250 000 gulden kost en twintig jaar meegaat, heeft zijn eigen karakter. De klas van 'computerfanaat' Steffann is uitgerust met een paar computers, waarvan ook de leerlingen trouwens dankbaar gebruik maken. De wagens van de kleuters hebben een uitklapbare zandbak, die ook met water gevuld kan worden. Die eigen snit is te danken aan het bouwsysteem: een carrosseriebedrijf levert de wagens casco af. De chauffeurs, die in de winter toch niet achter het stuur hoeven, maken ze in Geldermalsen af, al naar gelang de wensen van de docent.

Van maart tot ongeveer oktober zijn de wagens onderweg. Aan de hand van de pachtlijsten voor de kermissen bepalen de medewerkers van de Rijdende School de route. Bij een minimum-aantal leerlingen van zeven komt een van de vijftien scholen van de Stichting op de kermis te staan. Dat is letterlijk bedoeld: Steffann staat erop dat de school bij de woonwagens mag staan. Nee, dat leidt niet af, zegt hij: “De kinderen zijn het lawaai wel gewend, en wij eigenlijk ook.”

Zijn er geen zeven kinderen bij elkaar te krijgen, dan komt waar mogelijk de mini-school. Van die omgebouwde busjes die door de leerkracht zelf worden bestuurd zijn er twee. In het geval dat ook dat niet loont krijgen de leerlingen een individueel huiswerkprogramma.

De leerkrachten houden ook dan de vorderingen van de leerlingen nauwkeurig bij. De resultaten worden ingevoerd in de computer en verzonden naar het hoofdkantoor in Geldermalsen, zodat ook de volgende zomerleraar precies weet hoe ver de leerling is.

“Maar dat huiswerk is wel veel minder dan normaal”, zegt Rinus Maatman (12), die zijn huiswerk meestal 's avonds maakt. Dat schiet er ook weleens bij in: “Als het druk is in de tent, dan gaan mijn ouders voor school”, meldt Bertus Donks (11), in de winter een klasgenoot van Rinus.

De kinderen van kermisexploitanten en circusmedewerkers voor wie de Stichting Rijdende School werkt, gaan alleen in Apeldoorn naar een aparte school. Die is daar opgezet, omdat in Apeldoorn vanwege de centrale ligging zo'n 250 gezinnen wonen die van de kermis leven.

Overal elders maken de leerlingen - 350 à 400 zijn het er - alleen in de zomer gebruik van de Rijdende School. 's Winters zitten ze op een burgerschool. Met die school houden de medewerkers van de Rijdende School nauw contact, want de programma's moeten goed op elkaar aansluiten.

Nathalie Geurtsen (12) zou niet graag op een burgerschool zitten. “Je kunt met die kinderen helemaal niet over de kermis praten”, vindt ze. “Ze worden al heel gauw jaloers, omdat wij overal gratis in mogen. Dan gaan ze je misschien pesten, en daar heb je weinig aan.”

Directeur Steffann vindt een aparte school net zo gerechtvaardigd. Hij kent de kermiswereld goed: toen hij en zijn vrouw en collega 23 jaar geleden met het werk begonnen, woonden ze in een woonwagen. Met huis en school stonden ze op het kermisterrein. Daar deelde hij de geneugten van het kermisvak, maar ook de zorgen. Bij voorbeeld over de pachtvergunningen, en over goede en slechte standplaatsen. En over de weerslag die de verschillende weertypes hebben op de inkomsten.

Anders dan in veel andere gezinnen, komen de kinderen direct in aanraking met de zorgen van de ouders. Steffann: “Je kunt de kinderen in een woonwagen nu eenmaal niet boven te slapen leggen. Ze horen alles. Als er spanningen zijn merk je dat ook op school.”

Dat is ook meteen het grote voordeel van de Rijdende school, vindt de directeur-coördinator van de Stichting, Roel Bakker. “De kinderen voelen zich veilig, op hun gemak. Dat is voorwaarde om goed te kunnen leren.”

Principieel is Bakker er voorstander van dat alle kinderen, ongeacht hun ras, geloof, aanleg of beroep van hun ouders, met elkaar naar school gaan. “Maar voor de Rijdende School kies je niet, in elk geval niet in de zomer”, vindt hij. “Er is geen andere vorm, geen andere oplossing. Anders moeten de kinderen elke week naar een andere school. Dan komt het maar zelden zover dat er een gunstig leerklimaat onstaat. Of de kinderen moeten uit huis, maar daar zijn ze veel te jong voor.”

Onderwijskundig gezien vindt Bakker het een nadeel dat de Rijdende school genoodzaakt is tot een individuele aanpak. Dat betekent dat er niet zo verschrikkelijk veel gelegenheid is om in een sociale context te leren. De leeftijd en de groepen zijn nu eenmaal divers. Leren van vriendjes, het 'typische schoolse leren' zoals Bakker dat noemt, gebeurt bij de Rijdende School slechts in beperkte mate. Dat merkt Bakker bij voorbeeld bij het lezen. Dat kunnen de meeste kinderen in een paar maanden. Vooral, denkt Bakker, omdat ze het met de andere klasgenootjes oefenen. “Bij ons lukt dat alleen bij de hele goede leerlingen zo snel.”

Het moet Bakker van het hart dat hij eigenlijk niks te klagen heeft over hoe Nederland omgaat met zijn kinderen van kermis- en circusmedewerkers. De aanleiding voor het congres is, naast het jubileum, dan ook een internationale kwestie - en geen Nederlandse.

Nu de grenzen in Europa zijn weggevallen, is er toenemend internationaal verkeer te verwachten. Uit een onderzoekje van Berlinda de Boer, studente onderwijskunde in Enschede, blijkt dat driekwart van de exploitanten verwacht vroeg of laat de grens over te trekken. Omdat geen enkel buitenland een Rijdende School zoals in Nederland heeft, moet er een Nederlandse wagen mee. Dat betaalt Nederland. Andersom, als hier het Russische staatscircus is, dan zijn die Russische kinderen welkom in de Rijdende School. Dat betaalt Nederland ook.

Niet voor niets draagt de jubileumconferentie de titel 'Hoe nu verder in Europa?' Er moet eigenlijk een structurele oplossing komen voor dit soort problemen. Het Nederlandse model kopiëren is alleen al door de grootte van de verschillende landen vaak niet mogelijk, zegt onderzoekster De Boer. Maar ze kunnen wel leren van de Nederlandse ervaringen. En ze zouden zich op zijn minst bewust moeten worden dat ook kermiskinderen recht hebben op goed onderwijs.

In de afgelopen veertig jaar heeft de Rijdende School zich een vaste plaats verworven in het Nederlandse onderwijsbestel. Zo is er, om maar eens een voorbeeld te noemen, in de leerplichtwet een uitzondering gemaakt voor de doelgroep van de Rijdende School. Die is alleen leerplichtig als er binnen een straal van vijf kilometer een Rijdende School staat.

Dat is een bijzonder pragmatische oplossing voor een niet gering probleem, zegt Bakker. Misschien zelfs iets te pragmatisch: “Zo ontneem je ze de stimulans. Maar door de huiswerkpakketten en de consulenten die dat begeleiden proberen we ze de kans te geven te leren.”

Ook binnen de kermiswereld is de Rijdende School een geaccepteerd fenomeen geworden. En gewaardeerd, zo blijkt ook uit het Twentse onderzoek. Dat is weleens anders geweest; Bakker zit ongeveer net zolang bij de stichting als ze bestaat. Hij kan zich uit zijn beginjaren herinneren dat men hem vijandig bejegende. “Wat mij betreft brandt die school ter plekke af”, hoorde de leerkracht zeggen als hij op de kermis kwam aanzetten.

Dat is nu definitief voorbij. De Rijdende School is lang en breed aan haar tweede generatie toe. Directeur Steffann heeft, zegt hij, haast alle ouders van zijn huidige leerlingen op school gehad. Komen alle kinderen van kermisexploitanten dan ook weer in de kermis-business terecht? “Ja, voor negenennegentig procent wel”, antwoordt de directeur. Ooit dacht hij even met dat ene procent te maken had. Een van zijn leerlinges had altijd gezegd: 'ik nooit op de kermis, meester'. Ze ging naar leao, meao, de heao - en kreeg verkering met een jongen van de kermis. “En wat doet ze nu? Juist, ze werkt op de kermis”, zegt Steffann. “Nee, dat is helemaal niet jammer. De kermis is een keiharde zakenwereld, en zij weet precies hoe ze met banken en gemeenten om moet gaan.”

De meesten van zijn pupillen gaan naar het Apeldoorns college, dat op die groep speciaal is ingesteld. Voor de jongens zijn er cursussen lassen, de meisjes leren er administreren.

Nathalie gaat na de zomer naar die school. Rinus kiest ook voor VBO/ mavo, maar moet naar Deventer, omdat zijn ouders gaan verhuizen. Bertus blijft nog een jaartje op de Rijdende School. Daarna wil hij de verzekeringen in, of architect worden. Maar hij zal er ook voor zorgen dat hij met boutjes en spijkers overweg kan. “Dat is makkelijk voor thuis.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden