Rijden op restjes

interview | Brandstof maken van maïsafval. DSM ontdekte hoe dat moet en gaat ermee beginnen. Voor topman Feike Sijbesma staat het proces model voor een nieuwe groene industriële revolutie.

Feike Sijbesma van DSM is een vlot causeur. Maar als hij de vraag krijgt wat voor hem en voor DSM hét moment van 2013 is, valt er een stilte. Hij zucht, mompelt iets over 'veel momenten' en tuurt in de verte.

DSM telt bijna 25.000 werknemers en stevent af op een omzet van bijna 10 miljard euro. Het bedrijf maakt van alles: vitamines, kunststoffen, harsen, onverzadigde vetzuren die in vette vis zitten en stoffen die in veevoer worden verwerkt om de stofwisseling van dieren te verbeteren. DSM is bezig met een reorganisatie, staat bekend als innovatief en Sijbesma zelf steeg dit jaar met stip naar plek 7 in de 'Duurzame 100', Trouws lijst van personen die de duurzaamheid dienen. Tja, wat is dan hét moment van 2013?

Dan kiest hij. Niet voor een gebeurtenis of een moment maar voor een proces: de bouw van een grote installatie, ver weg in de Amerikaanse staat Iowa. In 2012 besloot DSM de fabriek te bouwen, in 2014 is hij klaar. Maar het meeste werk is dit jaar verricht. Het gros van de circa 190 miljoen euro die de fabriek kost, is dit jaar uitgegeven.

Het product? Ethanol. De grondstof? Maïsafval. Het bijzondere: in de fabriek zal brandstof worden gemaakt uit plantenresten. DSM is niet het enige bedrijf dat daarmee bezig is, maar loopt volgens Sijbesma wel voorop.

Compleet afhankelijk
De fabriek is in zijn ogen onderdeel van wat hij 'de nieuwe groene industriële revolutie' noemt. Of: 'de transitie naar een nieuwe wereld'. Dat klinkt zwaarwichtig, maar minder als Sijbesma het uitlegt: "Tot 150 jaar geleden draaide de wereld op duurzame energiebronnen. Toen kwamen de kolen, de olie en het gas. In 150 jaar is de wereld compleet afhankelijk geworden van die drie. Verwarming, transport, de productie van materialen, bijna alles geschiedt op basis van kolen, olie en gas."

"Maar eens is dat afgelopen", vervolgt hij. "Fossiele brandstoffen raken ooit op, maar al eerder wordt de winning veel duurder. Kijk naar olie: de kostprijs van een vat uit nieuwe velden ligt vaak op 60 tot 70 dollar. De tijd waarin een vat olie 20 of 30 dollar kostte, komt nooit meer terug. Maar bovenal: fossiele brandstoffen zijn vervuilend en er zijn alternatieven. We moeten aan die alternatieven werken, terug naar de bronnen van vroeger, maar dan met hulp van moderne technologie. Met die hulp kunnen die bronnen net zo goed worden als fossiele brandstoffen. Soms zelfs beter."

Maïsafval is zo'n alternatief. Sijbesma: "Het is al langer mogelijk om van planten brandstoffen te maken. Nadeel is dat die teelt ten koste kan gaan van de voedselvoorziening. Wij hebben gekeken of er van plantenresten brandstoffen zijn te maken. Dat is ingewikkelder, want er zitten allerlei verschillende stoffen in en aan dat afval. Maar na zes jaar hard werken, is het gelukt: we kunnen stoffen uit die resten gebruiken en daar brandstof van maken."

De zoektocht in plantenafval biedt meer mogelijkheden. "Er zitten meer componenten in afval, zoals eiwitten, waar we bijna niets mee doen. Het loonde niet om ze eruit te halen of er was geen technologie voor. Nu grondstoffen steeds duurder worden, begint het te lonen om producten - brandstoffen, materialen en voedsel - uit afval te halen."

"Olie en gas hebben nadelen", vervolgt Sijbesma. Maar één ding moet je die sector nageven: alle fracties van olie worden gebruikt: voor benzine, diesel, nafta, chemicaliën en andere producten. Niets wordt weggegooid, veel wordt gerecycled. Vergelijk dat met de landbouw en de voedingssector. Die bestaat meer dan 10.000 jaar en nog altijd wordt ongeveer de helft van de productie weggegooid: bij de productie, bij het transport, in winkels en bij de consument thuis. En dat gebeurt omdat de nuttige stoffen uit afval niet worden gebruikt."

Geen molecuul verloren
Nuttige stoffen wél gebruiken, dat is de toekomst, is Sijbesma's overtuiging. "De circulaire economie: daar ben ik een aanhanger van, daar geloof ik in. De aarde is een bijna gesloten systeem. Er gaat haast geen molecuul verloren. Koolstofatomen zaten eerst als olie of gas onder de grond en zweven nu als CO2 in de lucht. Stel dat je CO2 als grondstof zou kunnen gebruiken. Dat is nu heel duur, maar de technologische ontwikkeling gaat verder. Gelukkig komt dat denken daarover op gang."

Mooie vergezichten, maar voorlopig moet Sijbesma genoegen nemen met kleine stappen. Kolen, olie en gas zijn zo dominant dat ze zich niet snel laten vervangen. Zo zal de fabriek in Iowa jaarlijks 75 miljoen liter ethanol produceren. Op termijn ziet DSM in de VS ruimte voor 200 tot 300 van zulke fabrieken. Dat klinkt indrukwekkend, maar tezamen zullen die goed zijn voor niet meer dan 5 tot 10 procent van het totale Amerikaanse brandstofverbruik. Die transitie zal nog veel tijd vergen. Pessimistisch wordt Sijbesma daar niet van.

Sijbesma is ook een realist. Binnen DSM gelden de drie p's: people, planet, profit, als even belangrijk. "We willen meewerken aan een schonere en betere planeet voor de volgende generaties." Als een van de weinige grote chemiebedrijven heeft DSM duurzaamheid volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering, zegt Sijbesma, en niet als een kersje op de taart. Maar profit, winst, is nodig om het bedrijf gezond te houden. En dat levert soms dilemma's op. Niet alles kan direct volgens alle duurzaamheidsstandaarden. Dat hoort erbij, vindt Sijbesma.

Teleurstellend vindt hij dat duurzaamheid in Europa op sommige terreinen op een te laag pitje is komen te staan. Het is niet toevallig dat de ethanolfabriek in de VS komt. Goed, Iowa is een landbouwstaat, maïsafval ligt er voor het oprapen. Maar zeker zo belangrijk is de regel dat Amerikaanse brandstoffen voor minstens 5 procent afkomstig moeten zijn uit hernieuwbare bronnen. "Met zo'n regel schep je een markt en stimuleer je innovatie. Perspectieven komen niet vanzelf, die moet je creëren."

Europa is zo ver nog niet. Beleid komt langzaam tot stand. De economie groeit nauwelijks. De VS en China doen het beter. In China verrijst weliswaar de ene kolencentrale na de andere, maar duurzaamheid staat wel degelijk op de agenda van de beleidsmakers, weet Sijbesma die met andere bestuursvoorzitters van grote Westerse bedrijven adviezen verstrekt aan de Chinese regering. China heeft, zegt Sijbesma, de grootste windenergieparken ter wereld en timmert met zonne-energie driftig aan de weg. In de VS en China wordt veel in duurzaamheid en innovatie geïnvesteerd. Europa geeft relatief weinig uit aan onderzoek en ontwikkeling: zo'n 1,8 procent van het totale Europese inkomen. Nogal mager, vindt Sijbesma.

Maar machteloos is het oude continent niet, denkt hij. Europa heeft niet zozeer een schuldenprobleem maar een concurrentieprobleem, zegt de DSM-topman. Energie is duur, een coherente energiepolitiek is er niet. Zeker niet in het aardgasrijke Nederland dat nu drijft op kolen die - Sijbesma wordt bijna sarcastisch - uit de VS en Australië komen. Slechts 4 procent van de energie die Nederland verbruikt, komt van duurzame bronnen. Dat percentage steekt mager af bij dat van China (7), Europa (8) en Duitsland (20). Verder is arbeid in Europa duur en de arbeidsmarkt inflexibel. Daar moet wat aan worden gedaan, vindt hij.

Invloed en verantwoordelijkheid
Maar Europa heeft ook veel te bieden. Het is divers en diversiteit is een bron van innovatie. De infrastructuur voor onderzoek en ontwikkeling is er goed. Nergens levert een euro die in onderzoek wordt geïnvesteerd zo veel op als in Europa. Vanwege die goede basis besloot DSM om extra geld te steken in nieuwe onderzoekscentra in Geleen en Delft. Er is overwogen dat geld elders in te zetten, maar de keuze is op Nederland gevallen. Sijbesma geeft dan ook niet af op 'Brussel'. Er is veel te verbeteren op het gebied van innovatie, arbeidsmarkt en energie. "Maar we moeten Brussel niet zien als een aparte entiteit. Brussel, de EU, dat zijn we zelf. Als de politiek traag is om de wereld te verduurzamen of ons meer concurrerend te maken, betekent dat niet dat bedrijven niet in actie hoeven te komen."

"Bedrijven hebben veel invloed: op werknemers, klanten, de omgeving, de aarde. Bij invloed hoort verantwoordelijkheid. Die moet je nemen. Dat geldt voor landen, voor overheden, maar ook voor bedrijven. Als private instelling heb je publieke verantwoordelijkheden. Je kunt niet zeggen: publieke zaken, daar is alleen de overheid voor. Een strikte scheiding tussen publiek en privaat bestaat niet meer."

Feike Sijbesma
Feike Sijbesma (1959) studeerde moleculaire biologie en bedrijfskunde. "Ik was geboeid door het leven van mens en dier en dan vooral op celniveau", verklaarde hij ooit zijn keuze voor biologie. Hij koos bedrijfskunde omdat hij iets anders met zijn kennis wilde doen dan dagen in een laboratorium zitten. Biotechnologie is zijn grote liefde.

Sijbesma begon zijn carrière in 1987 bij het bedrijf Gist-Brocades. Dat werd in 1998 gekocht door DSM. In 2000 trad hij toe tot de raad van bestuur van DSM, in 2006 werd hij bestuursvoorzitter. Onder zijn leiding ging DSM door op het pad dat door zijn voorgangers was uitgezet: de weg van de basischemie en ruimte voor biotechnologie en ingrediënten van voedingsmiddelen voor mens en dier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden