Rien ne va plus

Menno Wigman Poëzie

Je zult maar zestien zijn en lelijk. Jij bent het.

Maar je wilt dichter worden, melkt de woorden van

Rimbaud en Baudelaire en slurpt je moeders soep

onder vijandig licht. En 's avonds op je kamer

zit je je ouders tegen de vlakte te schrijven,

je dicht en heerst in het geniep over het leven,

een lelijk joch met een duivel tussen zijn dijen

dat ooit de mooiste meisjes zal berijden -

ja en je hand die nu zo woest papier bekrast

houdt op een dag een vlammend boekwerk vast.

Je naam in druk, de schoonheid van een vrouw: het komt,

het komt. Je bent een dichter nu en haast elk meisje

trapt erin. Gretig ben je, slordig met geluk.

Je leeft. Leeft niet. Schuilt steeds verscheurd in een gedicht

en haalt pas adem als je gure schoonheid ziet.

En nu, haast zesendertig, ziek en mensenschuw,

door poëzie van alles om je heen vervreemd,

nu kijk je naar je hand en spuug je op je pen.

Is het walging? Onmacht? Zelfhaat misschien?

Had je maar nooit een gedicht gezien.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden