Richard Strauss en de Eerste Wereldoorlog

Foute componisten. Ze zijn er. En met fout bedoelen we dan zij die in de Tweede Wereldoorlog de verkeerde kant kozen, of op zijn minst de andere kant op keken. Het beladen en bitse woordje 'fout' is op heel wat componisten van toepassing, maar het komt bijna nooit zo luid tot klinken als wanneer het over de Duitser Richard Strauss (1864-1949) gaat. Veel over de mens Strauss, wiens 150ste geboortedag we in 2014 vieren, is nog in nevelen en halve waarheden gehuld.

Het zij hier nog maar even gezegd: Richard was in de verste verte geen familie van de walsende Johann en zijn drie driekwartsmaat-zonen Johann jr., Eduard en Josef. Nee, geen familie. En Richard zat ook in een heel ander segment van het muzikale entertainment. In het hoofdstedelijke Concertgebouw gaan aan zijn naam in het goudomrande cartouche de letters RICH. vooraf. Want o wee, we mogen hem in deze tempel natuurlijk niet met de walsenkoning verwarren. Richard zelf noemde zijn naamgenoot Johann jr. overigens ooit 'het lachende genie uit Wenen' en componeerde in zijn 'Weense' opera 'Der Rosenkavalier' een aantal walsen die de concurrentie met die van hem moeiteloos aankunnen. Een eresaluut.

Zo'n saluut verdient Strauss volgens velen allerminst. Hij heulde dan wel niet echt met de nazi's, maar hij was naïef, liet zich politiek gebruiken en plaatste opportunisme en eigengewin boven zijn geweten. De waarheid over hem ligt vast ergens tussen twee uitspraken van twee andere musici. Dirigent Arturo Toscanini zei over hem: 'Voor de componist Strauss neem ik mijn hoed af, voor de mens Strauss zet ik hem snel weer op.' En pianist Glenn Gould noemde Strauss 'de grootste muzikale persoonlijkheid van deze eeuw'.

Consensus over hem was en is er zelden. Maar nooit gaat het in deze discussie over de Eerste Wereldoorlog. De herdenking van die humane catastrofe valt in 2014 samen met dit Strauss-jaar. Natuurlijk is die oorlog langer geleden en er was toen geen sprake van systematische uitroeiing van een heel mensenras. Maar ook in de periode 1914-1918 toonde Strauss zich een ware patriot. Kunnen we hem dat kwalijk nemen? Nee, natuurlijk niet.

Toen de oorlog uitbrak, moesten Strauss en zijn vrouw halsoverkop hun vakantie in de Dolomieten afbreken. Terug in Garmisch-Partenkirchen voltooide Strauss een maand later de eerste akte van 'Die Frau ohne Schatten'. Vrediger en ontroerender muziek dan die van de drie nachtwakers, waarmee die akte eindigt, heeft Strauss nooit geschreven. Maar op het manuscript schreef hij die dag ook: 'De dag van de overwinning bij Saarburg. Heil aan onze dappere troepen. Heil aan ons grote Duitse vaderland.'

Patriot dus, maar vooral verdediger van schoonheid. In een brief aan Romain Rolland, de Franse vijand en Nobelprijswinnaar in 1915, schreef hij dat kunstenaars moesten focussen op dat wat mooi en nobel is, en dat ze zichzelf ten dienste moesten stellen van de waarheid. Die naïeve woorden lieten zich 30 jaar later maar moeilijk herhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden