Rhodo's hebben het dit voorjaar niet makkelijk

Rhododendron. Foto: Jorgen Caris

Van de rhododendron bestaan zoveel soorten, dat er altijd wel een te vinden is die bij je past. Tenzij je op klei of kalk woont.

Enkele jaren geleden wandelde ik door Leonardslee, een Engelse parktuin die beroemd is vanwege de honderden rhododendrons die er staan. Terwijl ik me stond te vergapen aan de metershoge struiken in volle bloei, ving ik een gesprekje op tussen een bezoekster en een tuinman. "Het moet een enorme klus zijn om straks al die uitgebloeide bloemen te verwijderen", zei ze. "Hoe doen jullie dat eigenlijk?" De tuinman vertrok geen spier: "We zijn bezig met het kruisen van een aap en een tuinman", zei hij. "Zodra dat is gelukt, is het probleem opgelost."

Britse humor.... al vrees ik, gezien het verblufte gezicht van de bezoekster, dat dat haar is ontgaan. Hoe dan ook, de boodschap was duidelijk: bij een of twee struikjes is het nog wel te doen om de uitgebloeide bloemen weg te halen, maar heb je er meer, dan is er geen beginnen aan. Gelukkig is het ook niet echt nodig. Alleen bij jonge struiken is het aan te bevelen om de eerste jaren de uitgebloeide bloemen weg te plukken. Heel voorzichtig, want de nieuwe bloemknoppen zitten er vlak onder.

Hoe uitbundig en kleurrijk rhododendrons ook bloeien, niet iedereen houdt van ze. Veel mensen vinden het paars en roze van de bloemen veel te knal. En hadden de bladeren dan nog maar wat te bieden, maar ook daarmee is het behelpen. Ze zijn donkergroen, zonder kraak of smaak. Vooral wanneer de blaadjes 's winters als hoelarokjes afhangen en kouwelijk naar binnen krullen, zou je zweren dat de struik de lol van het leven niet meer ziet. Maar, zoals meestal wanneer we met mensenogen naar planten kijken: dat is niet waar! De afhangende krulbladeren duiden niet op treurnis maar op slimmigheid - de rhododendron heeft de sapspanning verlaagd opdat zijn bladeren minder uitdrogen. En nu we toch bezig zijn met de sterke punten van de rhodo: niet alle soorten hebben bloemen in zuurstokkleuren. Ze zijn er ook in het wit, geel, zachtoranje, lila en zelfs zalm.

Rhododendrons groeien voornamelijk op het noordelijk halfrond, maar worden ook aangetroffen in Maleisië, Borneo, Nieuw-Guinea en Noord-Australië. Verreweg de meeste soorten komen voor in de bergen van oostelijk Azië. De plantenjager die halverwege de 17de eeuw vol trots de eerste rhododendron in Engeland introduceerde, zou opkijken als hij wist dat er vandaag de dag al zo'n duizend 'wilde' soorten bekend zijn! Er worden trouwens nog steeds nieuwe gevonden. Vijf jaar geleden ontdekten botanici in Nieuw-Guinea een soort die in boomtoppen groeit en net als orchideeën luchtwortels heeft.

Als we de geschiedenisboeken mogen geloven, hebben rhododendrons heel wat op hun geweten. Zo zou het leger van Xenophon in 401 voor Christus zijn kamp hebben opgeslagen in de heuvels van Armenië. Bij gebrek aan survivalboeken (die kwamen pas eeuwen later) plukten de uitgehongerde soldaten de bloemen van de rhodo's die daar groeiden en slurpten er de honing uit, niet wetende dat die giftig is. Ze gingen er niet aan dood, maar werden wel verschrikkelijk misselijk, kregen last van buikloop en begonnen te hallucineren.

Rhododendrons zijn lastig in te delen. Dat blijkt wel uit het feit dat wetenschappers er nog steeds mee aan het hannesen zijn. Een goed voorbeeld van de verwarring zijn de azalea's, die vroeger als een apart geslacht werden beschouwd maar bij nader inzien toch bij de rododendrons bleken te horen. De rhododendrons in onze tuinen zijn over het algemeen hybriden, oftewel kruisingen vanuit de 'wilde' soorten. Er zijn er tienduizenden, variërend van boomformaat tot kruipend dwergstruikje. De meeste blijven groen in de winter, maar er zijn ook bladverliezende met prachtige herfstkleuren.

Welke je ook neemt, zorg er bij het planten voor dat het plantgat twee of drie keer zo groot is als de kluit. Vul het gat met tuinturf, bosgrond, bladaarde, compost of rhododendrongrond. Plant de rhodo even diep als voorheen en geef water, maar geen mest. Bestaat je tuin uit klei of kalk en wil je tegen beter weten in toch rhodo's, plant ze dan in potten of verhoogde bedden.

Een rhododendron hoeft niet per se in de schaduw te staan. Zolang hij vooral de eerste twee jaar genoeg water krijgt, houdt hij het best uit in de zon. Beginnen de randen van de nieuwe blaadjes uit te drogen, dan weet je dat hij extra vocht nodig heeft. Snoeien hoeft niet. Mocht je er toch wat af willen halen, doe dat dan direct na de bloei.

Rhododendrons hebben het dit jaar niet makkelijk. Dat begon al in februari, toen het overdag zo warm was dat de knoppen van de vroegbloeiende

dachten dat het lente was en 's nachts merkten dat het nog steeds winter was - ze gingen open en bevroren. En nu hebben de rhodo's het weer moeilijk omdat ze ondiep wortelen en dus gauw te droog staan. Om de grond langer koel en vochtig te houden kun je een laag houtsnippers, afgevallen blad, cocopeat of compost aanbrengen.

Om te bepalen welke rhododendron het best bij jou en je tuin past, kan het een goed idee zijn om een tuin te bezoeken waar veel soorten in staan. De meeste bloeien nu, zodat je ze in full colour te zien krijgt. Behalve bij rhodokwekerijen zijn ze in het 'wild' te zien in de arboretums Trompenburg (Rotterdam), Von Gimborn (Doorn) en Belmonte (Wageningen) en in pinetum Blijdenstein (Hilversum). Je kunt natuurlijk ook een tuinenreis boeken naar Zuid-Engeland, dat bezaaid is met rhododendrons. Dat is trouwens geen toeval: landgoedeigenaren lieten vroeger lange rijen rhododendrons aanplanten omdat de struiken brandvertragend zouden zijn. Helaas kom je Leonardslee niet meer in. Dat landgoed is verkocht aan een particulier die de tuindeuren vorig jaar juni heeft gesloten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden