Column

Revoluties beginnen in ons land niet op straat, maar in de hoofden van de liberale voorhoede. En dan meestal nét op tijd.

Beeld Trouw

In sociëteit De Witte aan het Plein in Den Haag, een gelegenheid waar je niet zonder stropdas binnenkomt, opende D66-fractieleider Jetten deze week een aanval op de ongelijkheid in de samenleving. Hij deed dat in de beproefde liberale traditie ‘dat je een revolutie moet ­maken voordat die uitbreekt’.

Thorbecke zette in 1848 de toon met de politieke ontmanning van de koning, Pierson volgde omstreeks 1900 met het optuigen van de eerste sociale rechten, Cort van der Linden gaf het democratisch stelsel in 1917 een grote stoot met de uitbreiding van politieke rechten, Marchant maakte het werk twee jaar later nagenoeg af met het actieve kiesrecht voor vrouwen.

Revoluties beginnen in ons land niet op straat, maar in de hoofden van een liberale voorhoede en dan meestal net op tijd, als het met de opstandigheid in de samenleving menens dreigt te worden. Dat is niet alleen een kwestie van lijfsbehoud. De liberale politici die tijdig de bakens wisten te verzetten, handelden ook met gevoel voor de tijdgeest en uit idealisme.

Onbeteugeld kapitalisme

Zo schreef Van der Linden tegen het eind van de negentiende eeuw dat ‘vrijheid te vaak wordt opgevat als absolute vrijheid van handelen, in plaats van de vrijheid bij te dragen aan de ontwikkeling van het geheel’. Jetten sprak nu over ‘de Nederlandse belofte, een vrij en waardig bestaan voor iedereen’, een equivalent van de Amerikaanse Droom.

De overeenkomst is dat zij de ­ontoereikendheid onderkenden van het liberale laissez faire, het onbeteugelde kapitalisme. Van der Linden constateerde eenvoudigweg dat er met het vrijemarktdenken weinig viel uit te richten tegen de sociale ellende, die de industriële revolutie voor de grote massa van werklieden en hun gezinnen meebracht. Hoezeer ook een vloek in de liberale kerk van die dagen, tussenkomst van de overheid was geboden. Hij vond dat urgent. Als de liberalen niet ingrepen, zouden ­anderen dat doen, schreef hij in 1886. Daarmee doelde hij op de revolutionaire socialisten, die naar hij vreesde de menselijke vrijheid te gronde zouden richten. Vanuit dat politieke ­motief is goed te verklaren waarom vooral D66 zich van meet af aan het krachtigst teweer heeft gesteld tegen het populisme als kracht die de democratie bedreigt.

Jetten lijkt meer dan zijn voorganger Pechtold aan te voelen dat je het niet bij woorden alleen kunt laten. Net als Cort van der Linden in zijn ­dagen richt hij zich op de ongelijkheid in vermogens, die als vanzelf groeit (met geld maak je geld) en de samenleving uit elkaar trekt. Het gegeven dat de rijkste 10 procent twee derde van het vermogen bezit is een gegronde reden vermogens boven een miljoen zwaarder te belasten.

Radicale afsplitsing

Jetten is na de lancering van zo’n miljonairsbelasting in De Witte niet buitengewipt, zoals de Belgen zeggen. Dat overkwam ruim een eeuw terug wel bijna premier Pierson, nadat zijn ‘kabinet van sociale rechtvaardigheid’ een vermogens- en bedrijfsbelasting had ingevoerd. Een aantal Haagse plutocraten wilde hem terstond als lid van de sociëteit deballoteren. Dat lukte net niet. De critici stonden wel ­demonstratief op als Pierson binnenkwam.

Pierson had ook critici die vonden dat hij niet ver genoeg ging, onder wie Arnold Kerdijk, naar wie de lezing is genoemd die Jetten afstak. Kerdijk was in 1901 een van de oprichters van de Vrijzinnig-Democratische Bond, een radicale afsplitsing van de liberale stroming, die als voorloper van D66 kan worden beschouwd. De tijd waarin dit gebeurde is, gemeten naar de dynamiek der dingen als gevolg van industrialisatie, technologische revoluties en urbanisatie, vergelijkbaar met de onze. Die dynamiek weerspiegelde zich op het politieke erf, waar nieuwe, zelfbewuste spelers zich aandienden en oude stromingen, zoals de liberale, uiteenvielen. Nu is er weer zo’n moment waarop de liberale ideologie met haar individuele zelfredzaamheid en economische vrijheid op haar grenzen loopt en een opstandige stemming schept, waarin politieke tinnegieters en poseurs hun kansen zien.

Steeds beter

Jetten voelt dat beter aan dan Rutte, de aanvoerder van de liberale hoofdstroom die zich liever identificeert met Cort als premier, de magische smeder van compromissen, dan met Cort als man met een visie. Die Cort vond dat het vrije spel der krachten de vrijheid voor allen (gelijkheid) niet bevorderde, maar belemmerde, dezelfde boodschap die Jetten nu laat horen.

Er zijn meer tekenen dat zich een politieke wending inzet die zich ­andermaal ontfermt over de gemeenschap als geheel, net als honderd jaar geleden het weeskind van doorgeslagen liberalisme. Het geeft houvast dat uit zulke crisissituaties in onze ­geschiedenis de democratie als ­beschavingsorde die rust op vrijheid en gelijkheid voor allen steeds wat ­beter ­tevoorschijn is gekomen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden