Reve’s rampjaren

Reve met Woelrat en kat op schoot in het huis te Greonterp, waar zij, samen met Teigetje, zeven jaar woonden. (ILL. UIT 'HUIZE HET GRAS') Beeld
Reve met Woelrat en kat op schoot in het huis te Greonterp, waar zij, samen met Teigetje, zeven jaar woonden. (ILL. UIT 'HUIZE HET GRAS')

Van 1962 tot 1975 versleet Gerard Reve minnaar na minnaar, werd hij beschuldigd van blasfemie en raakte hij in een delirium. Zijn biograaf tekent Reve als een bezeten en diep ongelukkig mens.

Van Hamlet heet het dat hij krankzinnig is, maar dat er systeem in zijn gekte zit. Gerard Reve (1923-2006) placht het regelmatig op zichzelf te betrekken. Spreken en handelen in strijd met het gezonde verstand waren niet de enige eigenschappen die hij met Shakespeare’s tragisch personage gemeen had. De twee deelden ook een stevige moederbinding, een onbedwingbare neiging om de dingen op scherp te zetten en een hang naar theatraal vertoon. Al die trekken kwamen geprononceerd tot uiting in Reve’s leven en zijn werk. Geen wonder dat ze leidmotieven zijn in de biografie die Nop Maas aan hem heeft gewijd.

Van die biografie is zojuist het middendeel verschenen van wat bij voltooiing een drieluik moet worden. Het behandelt ’de rampjaren’ tussen 1962, toen Reve’s eerste langdurige liefdesvriend Wimie hem in de steek liet, en 1975, het jaar dat zijn laatste partner Joop ’Matroos Vos’ Schafthuizen bij hem introk. In die dertien ongeluksjaren passeerde niet alleen een ware optocht van minnaars en seksslaven, maar vonden er ook gebeurtenissen plaats die de schrijver beroemd én berucht maakten. In de door hemzelf als ’bekentenisliteratuur’ geafficheerde boeken ’Op weg naar het einde’ (1963) en ’Nader tot U’ (1966) kwam hij uit de kast als homoseksueel (toen nog een verschrikkelijk taboe) en beleed hij zijn van sadomasochistische erotiek en doodsverlangen doortrokken variant van het rooms-katholicisme. Hij fantaseerde over geslachtsgemeenschap met God, die daartoe de gedaante van een ezel had aangenomen, werd aangeklaagd wegens blasfemie en verkreeg pas in hoger beroep vrijspraak, ontving uit handen van minister Marga Klompé de P.C. Hooftprijs en beloonde haar daarvoor, zeer ongebruikelijk, met twee kussen, werd ten aanschouwe van tv-kijkend Nederland en tot woede van behoudende gelovigen gehuldigd in een kerkgebouw, ijverde voor het dogma van Maria als de vierde persoon Gods, spotte intussen lustig met de ’roomse heisa’, en zocht bewust de grenzen van de politieke correctheid op met leuzen als ’Dood aan de arbeiders’ en ’Gooi al dat zwarte tuig eruit’.

Het is niet vreemd dat Reve’s creativiteit onder al deze beroeringen te lijden had. Na de zeer succesvolle reisbrievenbundels ’Op weg naar het einde’ en ’Nader tot U’ publiceerde hij zes jaar mondjesmaat, totdat er met ’De taal der liefde’ (1972), ’Lieve jongens’ (1973) en ’Een circusjongen’ (1975) een periode van ongekende, maar door critici minder hoog gewaardeerde productiviteit aanbrak. In die zes jaar steeg zijn toch al hevige drankzucht tot duizelingwekkende hoogte, belandde hij een aantal malen in een delirium, raakte verslaafd aan opwekkende middelen en maakte anderen en zichzelf tot slachtoffer van zijn verbaal en fysiek geweld. Er viel eenvoudigweg geen huis met hem te houden, al moet worden gezegd dat hij die handicap bevorderde door een blinde keuze voor geliefden waaraan maar al te vaak een of meer steekjes los zaten. In vrijwel elke relatie evolueerde Reve feilloos van naïeve goedgelovigheid naar pathologisch wantrouwen. Zijn omgang met anderen wordt dan ook gemarkeerd door ruïnes en verschroeide aarde.

Nop Maas maakt er geen geheim van dat deze, welbeschouwd doodongelukkige man van tijd tot tijd leed aan een gevaarlijk soort gekte en zich alleen dankzij Gods genade niet bezondigde aan moord en doodslag. Gerard Reve was beslist een bezetene; wie daarvan op grond van zijn werk al een vermoeden van had, krijgt hier een definitieve bevestiging. Maar die bezetenheid was tegelijkertijd de bron waaruit zijn mystiek en profetisch bevlogen schrijverschap zich voedde.

Getrouw aan de in deel één gedane belofte zoveel mogelijk gegevens bijeen te brengen voordat de tijd ze heeft uitgewist, kiest Maas ook nu voor een documentaire en chronologische opzet. Nauwkeurig en toegewijd volgt hij het spoor van de de feitelijke kiezelsteentjes en speculatieve broodkruimels en brengt daarmee het leven van zijn held in kaart. Daarbij verlichten de citaten uit Reve’s brieven en getuigenissen een pad dat al gauw vermoeiend en saai zou worden als we het zouden moeten afleggen onder een exclusieve begeleiding van de stilistisch niet bepaald hoogbegaafde biograaf.

Toch mogen we Maas dankbaar zijn om alles wat hij onthult en openbaar maakt. Zo vertelt hij dat aan het einde van het huldigingsfeest in de Amsterdamse Vondelkerk Reve de hand van zijn toenmalige partner Teigetje niet vasthield om daarmee de indruk te wekken dat hun huwelijk zojuist was ingezegend, maar omdat vriendlief uit pure ijdelheid zijn bril had afgezet en dus op de tast zijn weg naar de uitgang moest zoeken. Dit detail ontbreekt in de boeiende, maar nogal onbeholpen becommentarieerde fotodocumentatie die dezelfde Teigetje samen met de legendarische triovriend Woelrat heeft samengesteld over de zeven rampjaren (1964-1971) dat het drietal gehuisvest was in het Friese Greonterp. Het duo heeft daartoe geput uit de vele duizenden kiekjes die het tijdens het samenzijn met Reve heeft geschoten. In één enkel geval prikkelen ze mijn nieuwsgierigheid bovenmate, en wel waar Teigetje meedeelt dat hij Gerard op de prent zette toen die, voorzien van zweep, rotanstok en officierspet, een scriptievoorbereidende bezoeker een tuchtiging toediende. Het zou me niet verbazen als het bestaan van zo’n foto een mystificatie is. Mogelijk probeert Teigetje hier een kunstje te imiteren waar Reve een meester in was: mensen op het verkeerde been te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden