Reuzenpanda's tel je door drollen te zoeken

Beeld epa

Behalve wegen en spoorlijnen bouwt China nu ook ecoducten. Natuurbescherming wint terrein, en dat is goed nieuws voor de panda. Het aantal reuzenpanda's dat in het wild leeft is de afgelopen elf jaar gestegen met 268 dieren. Er leven nu 1.864 panda's in natuurreservaten en bossen in China, een toename van 16,8 procent, zo blijkt uit de vierde nationale pandatelling van de Chinese overheid.

Wie kent ze niet, die mollige, bamboe etende zwart-witte pandaberen met hun aaibare uitstraling? In dierentuinen wereldwijd zijn ze publiekstrekkers, speelgoedwinkels verkopen ze als knuffels en op YouTube circuleren veelbekeken grappige filmpjes, zoals van de aandoenlijke pandamoeder die schrikt van haar niezende baby.

De reuzenpanda heeft het zelfs geschopt tot logo van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Goedkoop bij het drukwerk, zo'n zwart-wit logo, maar de belangrijkste reden voor het WNF om bij de oprichting in 1961 voor de reuzenpanda te kiezen, was de bedreigde status die het dier toen al had.

Het tellen van het aantal reuzenpanda's in dierentuinen, zoals deze in België, is eenvoudig. Beeld REUTERS

Panda's kwamen vroeger voor in bijna alle laaglandbossen van Oost- en Zuid-China, Noord-Vietnam en Noord-Birma. Nu leven ze alleen nog in de bossen van zes bergketens in Zuidwest-China. Hoeveel reuzenpanda's er in dat ooit uitgestrekte leefgebied hebben rondgelopen, is niet bekend, zegt bioloog Christiaan van der Hoeven, die tweemaal voor het WNF in China was. "Ze werden nooit geteld."

Daarin kwam verandering toen China zich zorgen ging maken over het voortbestaan van de reuzenpanda. De eerste reservaten kwamen er in 1963. De eerste tellingen in het wild werden gedaan in de tweede helft van de jaren zeventig en in 1987 richtte de overheid ook nog eens fokcentra op om uitsterven van de panda's te voorkomen.

Bovendien sloot de Volksrepubliek, doorgaans wars van buitenlandse inmenging, in 1979 een overeenkomst met het WNF voor samenwerking op het gebied van natuurbescherming.

Westerse wetenschappers werden uitgenodigd om de reuzenpanda te bestuderen. "Zij deden veldonderzoek en kwamen tot de conclusie dat de pandapopulatie groot genoeg was om het vangen van panda's in het wild voor de fokcentra overbodig te maken," vertelt Van der Hoeven. "Vanaf dat moment richtten wij onze focus op bescherming van panda's in het wild, door middel van het inrichten van reservaten, en op het trainen van rangers ter plaatse: hoe richt je een park in, hoe tel je panda's? Toen het WNF daar in 1980 begon, waren er twaalf natuurreservaten voor panda's in China, nu zijn het er 67."

Maar reservaten of niet, daarmee zijn de leefgebieden van wilde panda's, waarin ook dorpjes en plantages liggen en dus mensen wonen, nog niet veiliggesteld. Stroperij is in de jaren negentig gestopt dankzij ingrijpen van de overheid, maar er zijn legio bedreigingen over. Van der Hoeven somt ze op: "Landbouw, ontbossing, aanleg van wegen, dammen, spoorlijnen, waterkrachtcentrales, houtplantages. En daar bovenop nog klimaatverandering en natuurrampen , zoals de aardbeving in 2008 in de provincie Sichuan, waarbij 80.000 mensen om het leven kwamen en tachtig procent van het pandagebied in de provincie ernstig beschadigd raakte . Door al deze aanslagen zijn de pandagebieden verder versnipperd geraakt en leven er in sommige afgezonderde reservaatjes nog slechts kleine populaties. Door hun geringe omvang zijn ze kwetsbaarder geworden en gevoeliger voor verstoring en uitsterven."

Panda’s in China
Tegenwoordig leeft de reuzenpanda alleen nog in versnipperde bosgebieden in centraal China, al wijst de vierde nationale telling wel uit dat de dieren zich geografisch verspreiden. Het leefgebied van de reuzenpanda beslaat nu 2.577.000 hectare, ongeveer driekwart van het landoppervlakte van Nederland. Dat is een toename van 11,8 procent, vergeleken met de vorige telling uit 2003.

Ruim de helft van het leefgebied bestaat uit natuurreservaat. Daar leven 1246 panda’s. China telt momenteel 67 reservaten voor de wilde reuzenpanda. Elf jaar geleden waren dat er nog maar 40.

Een reuzenpanda in de dierentuin van Tokyo, Japan. Beeld epa

Pandatoerisme
Een nieuwe bedreiging vormt het massatoerisme dat oprukt in het moderne China. Wandelen in de pandagebieden is een populaire bezigheid. "Dat gaat anders dan bij ons," weet Van der Hoeven. "In grote groepen trekken de Chinese toeristen kriskras door de bossen, afval laten ze onderweg achter. De meesten komen niet zozeer in het bos om van de natuur te genieten, maar zijn meer prestatiegericht; ze willen per se de top van die ene berg bereiken. Zorg nou voor één pad, met zitjes erlangs en prullenbakken, adviseren wij de Chinese WNF-medewerkers in zo'n geval, dan voorkom je dat toeristen dwars door de bossen banjeren. En zij vinden het geen enkel probleem om met z'n allen dat ene pad te volgen."

Om versnippering van de leefgebieden tegen te gaan, doet het WNF voorstellen om de reservaten met elkaar te verbinden. "Soms zitten er omheinde houtplantages tussen de reservaten in. Dan opperen wij of die plantages - met hekken - kunnen worden opgeheven en weer tot bos omgevormd, met alleen bamboe-aanplant. In 2012 werd er ergens in pandagebied een nieuwe tunnel aangelegd, waardoor een bestaande weg overbodig werd. Met de opbrengst van een Ranger-actie in Nederland kon er langs die weg weer bamboe worden aangeplant."

WNF Nederland heeft de Chinezen ook kennis laten maken met typisch Hollandse oplossingen voor het verbinden van natuurgebieden. Rijkswaterstaat, Alterra en het WNF ontvingen in 2012 een delegatie uit China, bestaande uit afgevaardigden van het Chinese spoorwegministerie, technici van een ingenieursbureau en universitair onderzoekers die zich bezighouden met het monitoren van panda's en andere wilde dieren. "We hebben ze ecoducten en onderdoorgangen laten zien, en het monitorsysteem van Alterra, dat gebruik maakt van cameravallen en sporenonderzoek. Handleidingen voor ecoductbouw en monitorsystemen zijn in het Chinees vertaald en wijd verspreid in China, ook buiten pandagebied."

Tijdens zijn laatste trip vorig jaar naar China heeft Van der Hoeven enkele faunapassages gezien, die al zijn aangelegd. "Chinezen zijn op technisch gebied niet snel te overtuigen, daarom is dat wel een succes te noemen," vindt hij. Hij laat foto's zien van een pad langs een riviertje dat onder een brug doorstroomt. Dat het paadje als faunapassage werkt, blijkt uit de vondst van drollen en beelden van een cameraval, waarop een takin (geitantilope) is te zien en een luipaardkat. Nog geen panda helaas.

Van der Hoeven hoopt dat dergelijke oplossingen ook zullen worden toegepast bij de aanleg van een zeshonderd kilometer lange hogesnelheidslijn, die dwars door pandagebied gaat lopen. "In de bergen verwacht ik weinig problemen, daar boren ze dwars doorheen. Maar in de lager gelegen gebieden vormt het nieuwe spoor wel degelijk een bedreiging voor de panda's."

Houtbesparend fornuis
Om het leefgebied van de panda's beter te beschermen, werkt het WNF ook intensief samen met de lokale bevolking en zet de organisatie sociaal-economische projecten op. Zo heeft het WNF samen met lokale Chinese technici een houtbesparend fornuis ontworpen en de bevolking geleerd hoe ze bij huis bijen kunnen houden. Dankzij de fornuizen wordt wel 40 procent bespaard op houtkap in het pandagebied en bovendien op ongezonde rook binnenshuis. Imkerij bij huis houdt de mensen eveneens uit het bos - ze hoeven niet meer achter wilde bijen aan. Met weer een ander WNF-programma wordt geïnvesteerd in duurzaam toerisme.

Dat er inmiddels al weer 1.864 panda's in Chinese natuurreservaten en bossen leven, 16 procent meer dan in 2002, is niet alleen te danken aan het natuurbeschermingswerk van het WNF maar zeker ook aan de Chinese overheid, zegt Van der Hoeven. "Economische en infrastructurele ontwikkeling staan in de volksrepubliek duidelijk op het eerste plan. Natuurbescherming komt daarna pas aan de beurt. Maar dat neemt niet weg dat de Chinezen enorm trots zijn op hun natuurlijke erfgoed en daarin ook investeren. Alles wat ze kúnnen, doen ze graag."

Panda's tel je met hun drollen
Hoe tel je panda's in het wild, in de afgelegen bossen van Chinese bergketens? "Er is maar één methode," zegt WNF-medewerker Christiaan van der Hoeven, "en dat is sporen bekijken en drollen determineren en tellen. Vanuit de lucht zijn panda's niet op te sporen. Het werk moet op de grond worden gedaan."

Een helse klus in een gebied van 28.000 vierkante kilometer, zeg maar zo groot als België. Om de nieuwste cijfers over de Chinese pandapopulatie boven tafel te krijgen, hebben tweeduizend mensen twee jaar lang drollen geteld, kilometer voor kilometer, in vaak moeilijk toegankelijk gebied, kou en sneeuw trotserend.

Drolonderzoek is een feilloze manier van tellen. Van der Hoeven legt uit waarom: "Panda's eten de bamboe altijd op dezelfde manier: ze steken de stengels niet recht van voren in hun bek maar van opzij en happen dan steeds een stuk eraf, van links naar rechts en vice versa. Elk stuk is daardoor even lang: de afmeting tussen de linker- en rechterkant van het gebit. Onverteerde stukjes bamboe vindt je terug in hun uitwerpselen. Aan de lengte van die stukjes kun je zien of ze van dezelfde panda zijn. Vind je bijvoorbeeld stukjes van steeds 5 centimeter en daarna stukjes van 6, dan weet je dat in dat gebied twee panda's zitten. Vind je ook kleinere stukjes, dan zijn die van een jong."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden