Reuzenkanarie dient Doefi als vervoermiddel voor bizarre tochten

'Adolf Wölfli: kosmische reizen', tot 2/4 in museum De Stadshof, Zwolle. Open: wo, do en vrij, 10.00-17.00, za en zo 14.00-17.00; cat. ¿ 25.

Aanvankelijk bereist hij uitsluitend aardse doelen, waarbij hij ongetwijfeld ook het bekende Gadalquivier heeft aangedaan. In deze jaren is hij de kleine Doefi, die op pad is met het Zwitserse Jagers- en Natuuronderzoekers-Reis-Gezelschap. Als hij de aarde voldoende verkend heeft, breidt Wölfli zijn actieradius uit tot de kosmos, nu in de gedaante van ridder Adolf of Skt. Adolf II. Voor deze bijzondere reizen heeft hij niet alleen de beschikking over het almachtige reuzenstoomschip 'Skt. Adolf-Wiege', maar ook over een grote vogel: de 'Riisen-Kannaari', waarvan de vleugels maar liefst tien meter omspannen. Met deze hulpmiddelen is ieder doel bereisbaar, op welke bladzij in de atlas van de geest het zich ook moge bevinden.

Van zijn reizen heeft Wölfli (1864-1930) op bijzondere wijze verslag gedaan, in tekst en tekening. Voor een kleiner deel in losse tekeningen, overwegend met potlood of tekenkrijt gemaakt op dun krantepapier. Een selectie hiervan, afkomstig uit de collectie van de Adolf Wölfli Stiftung in Bern, is nu te zien in De Stadshof in Zwolle, het enige Nederlandse museum voor outsiderkunst. Het grootste deel bestaat uit schriften: 45 grote Hefte, ruim 25 000 volgeschreven pagina's beslaand, met meer dan 1500 tekeningen en een vergelijkbaar aantal collages. Van deze Hefte, waarvan een enkele de dikte van een halve meter bereikte, is in Zwolle alleen op video een indruk te krijgen.

De kunstenaar Wölfli (1864-1930) was volgens de officiële diagnose schizofreen. Meer dan de helft van zijn leven bracht hij door in het gesticht, waarin hij terechtgekomen was na herhaalde aanranding van jonge meisjes. Hij was het jongste kind uit een arm gezin. Toen hij acht was gingen zijn ouders uit elkaar. Hij bleef bij zijn moeder, maar deze overleed al een half jaar later. Daarmee was de kleine Adolf (Doefi) veroordeeld tot een leven waarin hij van pleeggezin naar pleeggezin werd doorgegeven, overal slechts geduld omdat hij meeverdiende voor de kost. De daaropvolgende twintig jaar waren een aaneenschakeling van twaalf ambachten, niet beantwoorde liefdes en dertien ongelukken. Een Unglücksfall noemde hij zich later met zelfkennis. In 1890 vergreep hij zich voor het eerst aan een meisje, waarvoor hij twee jaar moest brommen. Daarna kwam het niet meer goed met hem. Afgezien dan van het feit dat hij zich in het gekkenhuis ontwikkelde tot kunstenaar, die tegenwoordig als zodanig geaccepteerd is en die ondermeer Lucebert tot inspiratiebron diende.

De tekeningen van Wölfli tonen een in één oogopslag herkenbare, volstrekt eigen wereld. Alles wat hij op zijn imaginaire reizen verbeeldde, heeft hij ondergebracht in het platte vlak. Van stadsplattegronden en landkaarten - geïnspireerd door de opvallende topografie van Bern en door wat hij in een gewone atlas tegenkwam - tot gebouwen en medereizigers. De personen bevinden zich dikwijls achter tralies of aan het kruis, terwijl op hun hoofd bijna consequent het heilige kruis getekend is. Wölfli beschikte over een groot gevoel voor compositie. Gevoegd bij de heldere en pastelkleuren biedt dat een harmonieuze indruk. Een harmonie die in zijn gewone leven zo nadrukkelijk ontbrak. Zijn werk is modernistisch in de zin dat vrijwel alle tekeningen een duidelijk centrum hebben, waarop het oog zich richt. Soms doen ze denken aan de topografische kaarten van Blaeu, dan weer aan middeleeuwse handschriften, inclusief prachtige sierletters.

Als alle schizofrene kunstenaars was Wölfli bang voor de leegte, de 'horror vacui'. Van boven naar beneden en van links naar rechts zijn de bladen volgetekend. Elke ruimte is gevuld met elkaar aanvullende vormen - ze passen in elkaar - en met tekst. Naarmate hij ouder werd, ging de muziek een steeds grotere rol spelen in zijn werk. Sommige tekeningen wekken de indruk onderdeel te zijn van een wereldomvattende partituur, en misschien is dat wel de juiste benaming voor het levensreddende werk van Wölfli.

Niet zonder reden noemde hij zichzelf schrijver, tekenaar èn componist. Tussen de vele notenbalken - die eveneens van eigen makelij zijn: ze kloppen niet en de maten staan op eigenzinnige plaatsen, waardoor de muziek niet speelbaar is - schreef hij zijn bezwerende teksten en regelmatig illustreerde hij deze bladmuziek met afbeeldingen uit tijdschriften die in het gesticht aanwezig waren. In deze collages integreerde hij de buitenwereld in zijn binnenwereld. Héél is die wereld echter alleen op papier.

De ongehoorde scheppingskracht van Wölfli heeft tot een fascinerend oeuvre geleid. Naar elke tekening kan je uren kijken om steeds weer nieuwe aspecten en verbanden te ontdekken. Het mooist zou zijn een tekening van hem thuis aan de wand te hebben, om elke dag even op reis te kunnen gaan. Niet met reuzenstappen, maar centimeter voor centimeter, op de rug van een reusachtige kanarievogel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden