Retourtje Praag

Die uitgevers van mij zeggen wel dat ik ferm door moet schrijven omdat anders dat boek nooit afkomt, maar tegelijkertijd vragen ze mij steeds om bij de presentatie ervan aanwezig te zijn of om erover te komen vertellen of eruit voor te lezen.

Net terug uit Oslo pak ik weer mijn koffertje om naar Praag te gaan. Ik ben wel een bevoorrecht mens. Eerst zit je maanden en maanden in stilte aan je bureau een heleboel woordjes op te schrijven, geen ogenblik bevroedend wat er allemaal gaat gebeuren wanneer die woordjes eenmaal gedrukt zijn, en vervolgens reis je half Europa door omdat in al die landen mensen wonen die zich in die woordjes herkennen en ze in hun eigen taal overzetten.

Dat het boek nu ook in Oost-Europa verschijnt is helemaal bijzonder. De Stichting Kerkelijke Gemeente-opbouw Oost-Europa ijvert al sinds jaar en dag voor theologisch verkeer over en weer, Tsjechische theologie-studenten komen naar Nederland, Nederlandse studenten gaan naar Praag, er is een tijdschrift Samenspraak/Rozpravy waaraan theologen van beide landen bijdragen, Miskotte's Bijbels ABC is in het Tsjechisch vertaald en nu dus ook Het verhaal gaat... Het is onder de titel Povídá se mooi uitgegeven door de kleine eenmansuitgeverij EMAN van de Tsjechische predikant Tomás Trusina. Ik kwam er te laat achter dat hij naast het ontplooien van pastorale en literaire activiteiten ook zijn eigen slivovitsj stookt.

Dankzij de stichting en dankzij de Nederlandse ambassade, die de culturele betrekkingen tussen beide landen zoekt te intensiveren, kon Povídá se feestelijk ten doop worden gehouden in de prachtige Salvatorkerk, hartje Praag.

In de nok van de theologische faculteit mag ik logeren. Onderweg zie ik om de hoek onder een kleine galerij tegen een muur een bronzen monumentje: open handen en handen die het V-teken maken. Daaronder alleen een datum: 17.11.1989. Er liggen bloemen, er branden kaarsen.

Het is precies tien jaar geleden dat op deze plek de Fluwelen Revolutie begon: een massale studentenoptocht werd door het politieleger tot staan gebracht. De studenten plaatsten bloemen tussen de schilden van de soldaten, honderden kaarsen verspreidden een vredig licht. Toen kwamen de Rode Baretten in actie, de demonstranten werden in het nauw gedreven, er brak paniek uit, het leger knuppelde erop los, er vielen gewonden.

Maar de repressie was contraproductief, de demonstraties gingen door, dagelijks, de menigte groeide van tienduizenden naar honderdduizenden, op 21 november werd het volk door Václav Havel toegesproken en niet lang daarna kon ook Alexander Dubcek - de grote man van de Praagse Lente, twintig jaar tevoren - in vrijheid spreken. Een maand later werd Havel in de Sint Vituskathedraal ingezegend als de nieuwe president van het land.

De presentatie is een feest. De ambassadeur is aanwezig, iemand van de stichting is speciaal uit Nederland overgekomen, Jan Amos Dus is er, die samen met Hana Nováková het boek vertaalde. Hij draagt dezelfde voornamen als de grote Komenski, oftewel Comenius, die in 1657 naar Nederland vluchtte en in Naarden ligt begraven.

Martin Prudky, docent Oude Testament, houdt een inleiding waar ik natuurlijk geen woord van versta, maar af en toe hoor ik zoiets als Breukelmanski of Breukelmanovi en dat ontroert me. Jammer dat ik dit de grote man niet meer kan vertellen. Jan Amos Dus woonde twee jaar bij hem op het Singel.

Wanneer de predikant van deze kerk een verhaal uit het boek voorleest, valt plotseling het woord Stompetoren. Ik begrijp welke tekst hij gekozen heeft: het verhaal van mijn eerste bijbelles op het openbare dorpsschooltje van Stompetoren.

'En God zei tegen Abraham', zo begon ik, maar wat God tegen Abraham zei kon ik niet meteen kwijt want een jongetje van elf jaar stak zijn vinger op en vroeg: ,,Zegt God nog wel eens wat?''

Ik heb er jaren over gedaan voor ik een behoorlijk antwoord op die vraag had gevonden. Ook ontroerend: dat die Praagse collega uitgerekend dit verhaal koos.

Een joodse zangeres zingt. Eerst hadden ze een andere joodse zangeres gevraagd, maar die treedt principieel niet in een kerk op. Als ik een dag later over de beroemde Karelsbrug loop moet ik aan haar denken. Daar staat een meer dan levensgroot beeld van Jezus aan het kruis met in forse gouden Hebreeuwse letters, als een soort guirlande eromheen gedrapeerd, het Sanctus van de profeet Jesaja: Heilig, heilig, heilig is de Heer der heerscharen. De letters tekenen fraai af tegen de Praagse lucht. Eronder staat in brons geschreven dat dit beeld in 1696 is opgericht op kosten van een jood die aldus boete moest doen 'voor zijn belediging van het heilig kruis'.

De kardinaal van Praag schijnt te hebben toegezegd dat hij dit antisemitische pronkstuk van een verklarende tekst zal voorzien.

Misschien is deze decembermaand daarvoor een mooi moment, wanneer de paus in Rome de tot de brandstapel veroordeelde grote Tsechische reformator Jan Hus in ere herstelt. En misschien mag ik een suggestie doen voor de tekst: Tot schande van een jood werd dit beeld opgericht, tot schande van de christenheid blijft het hier staan.

We eten in het Louvre, waar Buber en Max Brod vaak te vinden waren. In 1948 hebben de communisten dit etablissement gesloten omdat het in hun ogen 'bourgeois' was, maar nu bloeit het huis weer als tevoren.

Het is trouwens helemaal een memorabel dagje: de Nederlandse kerkhistoricus Peter Morée, die hier werkt en mij op al mijn schreden vergezelt, heeft me nog meegenomen naar café Slavia, waar in vroeger dagen Franz Kafka en zijn vriendin Milene Jesenka plachten neer te strijken en in later tijd Havel en zijn vrienden. Américain aan de Moldau.

Vroeg op, prof. Heller, oud-testamenticus, heeft mij uitgenodigd een college te geven. Ik weet nooit wat me overkomt als mij zoiets gevraagd wordt, vóór de katheder was ik vroeger maar een middelmatige student en om er dan nu ineens achter te staan . . .

Ik open met het jongetje uit Stompetoren, Comenius indachtig, die leerde dat je aanschouwelijk onderwijs moet geven. ,,Wat zegt dat jochie nu precies?''

De studenten komen er niet goed uit. Ik schrik van hun onvermogen, ik merk dat ik zelfs kwaad word. Misschien doe ik die studenten er groot onrecht mee, maar zij staan voor mij voor een oude kerk die de vragen van een nieuwe tijd niet kan horen. De studenten zwijgen. Dan bedenk ik me snel dat ik in de collegebanken ook altijd zweeg. Wat ik geleerd heb, heb ik veel later geleerd. Zouden studenten in Nederland er meer van terecht brengen?

Een student waagt een poging: ,,Dat jongetje wil misschien wel dat God ook iets tegen hem zegt.''

Ja, dat zou kunnen. Dat dat jochie vraagt of dominee zich eerst even wil legitimeren, dat hij wil weten wat voor soort tekst ik eigenlijk ga uitspreken en waar ik het concept God zomaar vandaan tover, dat horen de studenten niet. Een hunner roept dat God ook dit jongetje liefheeft en dat Jezus ook voor zijn zonden aan het kruis gestorven is. Dat zie je ook overal ter wereld: bang volk kan niet luisteren en gaat in het wilde weg getuigen. Kennelijk voelde die studente ook zelf wel aan dat er iets was misgegaan, na afloop van het college zocht ze weer toenadering en overhandigde ze mij een godvruchtig traktaatje. ,,Ik houd zo van Nederland, zegt ze, want Nederland heeft Komenski gastvrijheid verleend.''

Ik bedank de hartelijke beheerder van de theologische faculteit, ik heb er een paar mooie dagen doorgebracht. De man was ook aanwezig bij de presentatie van het boek, hij kwam na afloop om een handtekening vragen. ,,Ik heb er al in gelezen'', zegt hij, dapper woekerend met zijn Engels. ,,Het is heel mooi.''

,,Dank u wel.''

,,Mijn dochter heeft er ook al in gelezen. Het verhaal van Sodom en Gomorra. Zij vond het ook mooi.''

,,Hoe oud is uw dochter?''

,,Tien jaar.''

Ik moet nodig weer gaan schrijven. Straks is dat meisje elf en dan heb ik de Klaagliederen van Jeremia nog niet af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden