Retourtje Den Haag-Rotterdam

In 1943 trouwde mijn moeder, die in 1940 weduwe was geworden, met Jan van Gelder. Wij verhuisden naar Rotterdam. Mijn stiefvader was kapitein op een directiebootje van het Gemeentelijk Havenbedrijf.

Joost van Velzen

Met hangen en wurgen kwamen we de hongerwinter door met tulpenbollen,aardappelschillen en suikerbieten. Toen al kwam het nare karakter van die van Gelder naar voren. Ik heb nooit pappa of vader tegen hem willen zeggen. Ik noemde hem van Gelder. Ruzie had ik niet met hem. Ik negeerde hem zoveel mogelijk. Ik zag aan allerlei dingen dat mijn moeder niet gelukkig was. We spraken daar niet over maar ik noteerde het wel.

Na de bevrijding kwam er een tijd van algehele euforie. In februari 1946 kon ik eindelijk weer naar de Academie van Beeldende Kunsten, maar helaas moest ik na een half jaar in militaire dienst. Ik kreeg geen uitstel omdat ik geen kostwinner was.

Ik kwam bij de luchtmacht als fotograaf en had een leuke diensttijd.

Als ik met verlof thuiskwam zag ik vaak een afgetobde moeder. Toen ik haar een keer vroeg wat er aan scheelde, zei ze dat ze nooit met van Gelder had moeten trouwen. Nu ik in een kazerne woonde, had hij vrij spel om haar te krenken en pijn te doen.Ik zag haar blauwe plekken.Als ik erbij was, durfde hij niet.

Op de Academie had ik mijn latere vrouw ontmoet.Toen wij in 1951 gingen trouwen en bij mijn schoonouders gingen inwonen, begreep ik maar al te goed dat het leven van mijn moeder een hel zou gaan worden.

Opa en Oma woonden in Den Haag. Opa was in het jaar daarvoor overleden. Oma was erg alleen en mijn moeder ging af en toe naar Den Haag voor troost en hulp.

Zonder mijn moeder ervan op de hoogte te brengen, ben ik op een doordeweekse dag, vlak voor de kerstdagen, wetende dat van Gelder op zijn bootje zat, met een verhuiswagen naar de Beijerlandselaan gegaan.

Mijn moeder schrok toen ik haar de reden van mijn onverwachte komst vertelde. Maar dat veranderdeal snel in vreugde, toen ik zei dat we heel vlug, voor dat van Gelder thuis zou komen, haar boeltje zouden pakken en naar Den Haag zouden gaan.

Oma had ik wel van mijn plannetje verteld en die vond het heerlijk dat haar dochter bij haar zou komen inwonen.

Binnen de kortste keren gingen alle meubels die echt van mijn moeder, uit haar eerste huwelijk waren, de verhuiswagen in, plus al haar persoonlijke spullen, haar naaimachine, lappen stof en andere zaken die zij nodig had voor haar werk.

Alles wat van hem was lieten we onaangeroerd, zelfs zijn privé-kastje,dat aan de muur hing en waarin hij veel geld, verdiend met overuren, bewaarde.

Zo reden we, voor in de verhuiswagen zittend naar Den Haag.

Onderweg deed de baas ons het volgende verhaal.

Bij een soortgelijke verhuizing van een vrouw, die er vandoor ging, was zijn wagen al flinkgevuld met meubels, toen de echtgenoot kwam aanfietsen. Die informeerde op hoge toon wat er aan de hand was. Toen hij begreep wat er gaande was, sprong hij wit van woede in de openstaande achterdeur van de verhuiswagen, greep de poot van een grote staande schemerlamp en de verhuizers moesten machteloos toezien hoe die man alles wat maar kapot kon, kort en klein sloeg. Toen hij zijn woede bekoeld had, rende hij de trap op en deverhuismannen konden niets anders doen dan op straat afwachten wat er verder zou gaan gebeuren.

Na eenhalf uur kwamen man en vrouw innig gearmd naar beneden en kreeg de baas de opdracht alles weer uit te laden. Het hele kapotte zootje ging weer naar boven!

Wij blij dat van Gelder zich niet had laten zien.

Mijn moeder en mijn Oma hebben nog een gelukkige tijd samen kunnen wonen en van hem hebben we nooit meer iets gehoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden